Angst voor vrijheid individu werpt CDA en CU terug

Kort na het aantreden van het kabinet-Balkenende van CDA, PvdA en ChristenUnie begin 2007 onthulde Herman Wijffels, de smeder van de coalitie, dat onder druk van Balkenende en Rouvoet elke verwijzing naar het maatschappelijk belang van individualisering uit het regeerakkoord was geschrapt. Hij was daarover teleurgesteld, omdat de nieuwe coalitie in zijn ogen een kans liet liggen het verstoorde evenwicht tussen burgers en samenleving te herstellen.

Misschien was het wel meer dan een gemiste kans en schuilt in de miskenning van de betekenis van de individualisering een belangrijke oorzaak van het verval van de partijen die altijd vanuit collectieve en homogene verbanden hebben geopereerd. Een van deze partijen, de ChristenUnie, buigt zich vandaag op haar congres in Ede over de oorzaken van haar verlies. Weliswaar verloor zij maar één zetel, maar de klap kwam hard aan omdat op winst was gerekend en de partij niet profiteerde van het monsterverlies van het CDA.

De kortsluiting tussen Wijffels en de leiders van de twee christelijke partijen tijdens de formatie van 2007 zat volgens de oud-informateur in een verschil in visie op het proces van individuele ontplooiing. Hij beschouwt dat als een belangrijke sociale kracht. Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische volgende stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misverstand dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie en onverschilligheid, zoals de christelijke partijen al veertig jaar, nogal reflexmatig, verkondigen.

Maar met zijn zienswijze kwam Wijffels er bij Balkenende en Rouvoet niet doorheen, vertelde hij enige maanden later aan Jan Tromp van de Volkskrant. Ze waren er niet aan toe of durfden hun achterbannen niet te trotseren.

Dat was tot op zekere hoogte wel te begrijpen na een verkiezingsuitslag die de gemeenschapspartijen winst en de liberale en vrijzinnige partijen verlies had opgeleverd. Wat lag er meer voor de hand dan zich tegen deze partijen van de individuele vrijheid af te zetten? Op hun beurt deden deze partijen hun best 'het kabinet van de samenleving' als bevoogdend en paternalistisch af te schilderen.

Een direct gevolg van deze politieke tegenstelling was dat de PVV het debat kon blijven beheersen en bepalen. Zij heeft er immers geen moeite mee een verbinding te leggen tussen burger en gemeenschap: absolute vrijheid voor het individu en een nationale identiteit van islamitische smetten vrij als samenbindend element, gesymboliseerd in een vliegende meeuw in de kleuren van de Nederlandse vlag. Premier Balkenende ontbrak het in het debat over de regeringsverklaring al aan een prompte en adequate reactie op de aanval van Wilders op de loyaliteit van de in Turkije en Marokko geboren staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb. Dat was meer dan een incident.

Het ontbreekt in Nederland nog altijd aan een duidelijke definitie van burgerschap. De Amerikaanse filosoof Fukuyama wees er in het vraaggesprek dat ik deze week met hem had op dat een immigrant die de eed van trouw aan de vlag en de republiek van de Verenigde Staten heeft afgelegd Amerikaans burger is, 'ook al spreekt hij gebrekkig Engels'. Balkenende liet het verwijt aan twee leden van zijn team een etmaal onweersproken en in zijn antwoord aan de Kamer had het bijna het karakter van een voetnoot. Dat was anders geweest, als het kabinet in de geest van Wijffels inhoud had gegeven aan zijn belofte 'een nieuw bondgenootschap' met de burgers te sluiten. Dan was het hoofdzaak geweest en had het kabinet de nationale discussie getoonzet.

Volgens Fukuyama is de participatie van burgers in een democratie meer dan alleen een illusie van invloed op het bestuur. Hij leidt dat af uit de drang van de volkeren in het Midden-Oosten naar democratische vrijheden, die hen in staat stellen aan hun leven zelf vorm en richting te geven. Hoewel hij niet gelooft in natuurlijke en historische wetmatigheden, houdt hij de afkeer van mensen gekoeioneerd te worden voor universeel.

In Nederland is een discussie over burgerschap als basis voor de samenleving van de 21ste eeuw geen overbodige luxe. Het dient niet alleen immigranten hun plaats te veroveren, maar ook de oorspronkelijke burgers van dit land die in de tijd van de verzuiling in de eerste plaats katholiek, gereformeerd, hervormd, socialist of liberaal waren. Over een nationaal burgerschap hoefde niet te worden nagedacht - je had Koninginnedag en Prinsjesdag en dat was het. De verbanden met in het middelpunt de kerk schreven hun mensen de wetten en regels voor.

In het geïndividualiseerde Nederland van na de verzuiling kan dat niet meer, maar ontbreekt het aan een houvast in de vorm van een nationaal burgerschap, dat meer inhoudt dan de simplistische kreet 'ik zeg wat ik denk'.

Vanuit hun herkomst en geschiedenis is het voorstelbaar dat partijen als het CDA en de ChristenUnie nog altijd sterk vanuit de groep denken, minder dan vanuit de zelfbewuste individuele burger. Dat valt echter niet vol te houden, willen ze voorkomen dat ze verkommeren in wat Eimert van Middelkoop 'eenzame zuiltjes' noemde.

Het slechtste wat het congres van de ChristenUnie vandaag, in de lokaliteit met de freudiaanse naam 'De Schuilplaats', kan besluiten, is zich terugtrekken op het veilige eigen erf. Dat biedt alleen maar schijnveiligheid. Het ligt veel meer in de lijn van Rouvoet en diens opvolger Slob het debat open te breken over een aansprekend burgerschap, dat als stevige basis kan dienen voor een veelkleurige democratische samenleving. Maar burgerschap begint, zoals het woord al uitdrukt, met de erkenning van het individu als een politieke realiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden