Angst voor aids in gevangenis

De auteur is woordvoerder justitie van de Tweede-Kamerfractie van D66

Jaap H. had van zijn dokter de uitslag van de test gekregen: hij was met het hiv-virus geïnfecteerd. Hij vroeg zijn advocaat om raad. Hij wilde enkele persoonlijke zaken regelen en zijn moeder in een gesprek onder vier ogen inlichten. Maar dan wel in haar eigen omgeving en niet in het Huis van Bewaring. De advocaat vroeg aan de rechtbank om schorsing van Jaaps voorlopige hechtenis met enkele dagen. Tijdens de behandeling van zijn verzoek zaten de twee leden van de parketpolitie, die Jaap met het busje hadden opgehaald en naar de rechtbank hadden gereden, in de rechtzaal.

Jaaps verzoek werd afgewezen. De rechters vonden de door hem gepleegde misdrijven te ernstig en oordeelden dat Jaaps moeder maar tijdens het bezoekuur moest worden geïnformeerd. Op de terugweg naar het Huis van Bewaring bespeurde Jaap een verkilling in de houding van de parketpolitie. Diezelfde avond nog begon het.

Eén van de medegedetineerden met wie hij vaak tafeltennis speelde, beet hem toe: “vuile aids-lijder, waag het niet om ooit nog eens in mijn buurt te komen”. Twee dagen later circuleerde er een oproep om overplaatsing van Jaap. Vanwege het besmettingsgevaar. Onder de oproep stond een rits handtekeningen van medegedetineerden en zelfs van enkele penitentiaire-inrichtingswerkers.

Het voorval rond Jaap H. toont aan dat het schort aan kennis bij het personeel en de gedetineerden over hiv/aids en dat het met de privacy van patiënten droevig is gesteld.

De aids-bestrijding in huizen van bewaring en gevangenissen wordt uit het budget van de minister van justitie gefinancierd. In de praktijk blijkt dat het beschikbare voorlichtingsmateriaal onvoldoende onder het personeel verspreid wordt. De in de inrichtingen aanwezige beschermende handschoenen worden vaak niet gebruikt in de situaties waarin dat wel zou moeten, bij voorbeeld bij celinspecties of geweldsituaties, waar bloed zou kunnen vloeien. Ter verbetering van de kennis zou in de basisopleiding voor penitentiair-inrichtingswerkers preventie en zorg ten aanzien van hiv en aids een vast onderdeel moeten zijn. Een informatieve, toegankelijke folder zou voor al het personeel beschikbaar moeten komen.

Bijscholing

Maar zelfs bij sommige inrichtingsartsen wordt een gebrek aan kennis geconstateerd. Zij zouden verplicht moeten worden om periodiek een bijscholingscursus te volgen, zodat ze adequaat op vragen van gedetineerden en personeel in kunnen gaan.

Ruim 35.000 mensen worden er op jaarbasis gedetineerd. Ongeveer één derde had kort voor de detentie heroïne en/of cocaïne gebruikt. Uit de cijfers blijkt dat jongeren en allochtonen onder de gedetineerden oververtegenwoordigd zijn. Justitie zou van de nood een deugd moeten maken en een krachtsinspanning moeten leveren om hen te informeren en te leren hoe zij besmetting met hiv/aids kunnen voorkomen. Bij voorbeeld met toegankelijk foldermateriaal, een aansprekende video, individuele gesprekken. Detentie biedt immers een uitgelezen mogelijkheid juist die groepen te bereiken, die in de buitenwereld voor de hulpverleners moeilijk benaderbaar zijn.

Tijdens het gedwongen verblijf in het Huis van Bewaring en gevangenis komt een aantal handelingen voor die het risico op hiv-besmetting met zich meebrengen, zoals het spuiten van heroïne, het onveilig vrijen, het piercen en tatoeëren van lichaamsdelen en het betrokken raken bij geweld. Justitie probeert weliswaar drugs buiten de poort te houden, maar het is een gegeven dat er tijdens de detentie harddrugs worden gebruikt, veelal anaal naar binnengesmokkeld. D66 ondersteunt het beleid ter bestrijding van het gebruik van harddrugs. Voor verslaafden die heroïne blijven spuiten en op de een of andere manier aan hun drugs komen, betekent dit beleid een extra druk. Zij zullen proberen zo lang mogelijk met één spuit te doen. En bij gebreke van een spuit worden wanhopig andere gevaarlijke methodes bedacht, zoals het injecteren met een rietje of vulpen. Verhalen zijn bekend dat de bebloede spuit verhuurd wordt en van celdeur tot celdeur gaat. Dat levert besmettingsgevaar op. Daarom wordt van verschillende kanten voorgesteld ook aan spuitomruil in detentie te gaan doen. De gebruikte spuit kan worden ingewisseld tegen een nieuwe.

Afkicken

Toch is D66 geen voorstander van een algemeen systeem van spuitomruil in de gevangenis. Schone spuiten stimuleren niet tot afkicken en kunnen gedetineerden, die niet sterk in hun schoenen staan en die wellicht het vooruitzicht hebben op een langdurig verblijf in gevangenschap, verleiden ook drugs te gaan gebruiken. Daarnaast levert de aanwezigheid van spuiten een veiligheidsrisico op voor gedetineerden en personeel. Er zijn gevallen bekend van bedreiging met een injectienaald. Wel moet het mogelijk worden om in overleg met de gestichtsarts op individuele basis hierover een verstandige oplossing te vinden.

Onveilig vrijen is een andere oorzaak van besmettingsgevaar in detentie. Cijfers over de mate, waarin seks tussen gedetineerden onderling plaatsvindt, zijn niet te geven. Maar dat homoseks voorkomt staat buiten kijf. D66 is van mening dat de inrichtingen er toe over zouden moeten gaan om homocondooms in voldoende mate beschikbaar te stellen.

Een goede aids-bestrijding kost geld. Maar de kosten zijn het waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden