Angst is lekker, daarom houden we zo van griezelen

Beeld Getty Images

Je laten opsluiten, vastbinden of ontvoeren: horrorfanaten doen alles om zich de stuipen op het lijf te laten jagen. Trouw-redacteur Amber Dujardin bezocht voorafgaand aan Halloween het grootste spookhuis van Nederland om haar eigen angstbehoefte te testen. Waarom houden we zo van griezelen?

We mogen niet samen verder, schiet het door me heen als ik twee aparte deuren zie. Terwijl de jongens voor ons ogenschijnlijk ontspannen op hun beurt staan te wachten, voel ik mijn hart als een razende tekeergaan in mijn keel. Ik werp een blik op vriend S., mijn koelbloedige metgezel die ons bezoek tot dusver dragelijk weet te maken. Hij leest de paniek in mijn ogen en vraagt zachtjes of ik door wil gaan.

Ik bal mijn handen tot vuisten en twijfel. Over dit moment heb ik nachtmerries gehad: in mijn eentje verdwaald raken in een spookhuis. “Mogen we niet samen?” vraag ik tegen beter weten in aan de boosaardig grijnzende circusdirecteur die de deuren bewaakt. Ik probeer er lief bij te kijken.

'Heel eng'

Op de rechterdeur staat in bloedrode letters ‘heel eng’, op de linkerdeur ‘doodeng’. Dat zou normaal gesproken op mijn lachspieren werken, maar die lijken vanavond verlamd. Furieus kijkt de directeur terug en brengt zijn zweep omhoog. Ik durf niet verder te vragen en prent mezelf in dat wat me daarbinnen ook te wachten staat, het over een half uurtje voorbij is. Ik wil me niet laten kennen en loop naar links. De deur zwaait open naar een aardedonkere gang. Ik slik en stap de drempel over, achter me klinkt een doffe klap. Daarna zie ik niets meer.

Het tijdelijke spookhuis in The Wall in Leidsche Rijn belooft meer dan 25 kamers ‘vol terror, horror en doodenge wezens’. Met Halloween in het verschiet is een deel van de parkeergarage van het zieltogende winkelcentrum ingericht als griezeldoolhof, waar bezoekers zich veertig minuten lang een weg kunnen banen langs horrorclowns, boosaardige leeuwentemmers en malicieuze messenwerpers. Hoewel ik niet bepaald stalen zenuwen heb en het spookhuis op de kermis meestal links laat liggen, ben ik toch geïntrigeerd. Hoe eng zou het kunnen worden? En vooral: zal ik het volhouden?

Die interesse verbaast me, want een held ben ik niet. Ik kan niet goed tegen bloed, heb een hekel aan onweer en kikkers en ben gemakkelijk aan het schrikken te maken. Wat ik wél leuk vind, is griezelen op afstand. Tijdens verloren uurtjes struin ik graag het internet af om mijn fantasie de vrije loop te laten bij mysterieuze verhalen over nooit opgeloste moorden, verlaten psychiatrische inrichtingen in Italië of spooksteden rond Tsjernobyl. Ik stel me voor hoe het daar ’s nachts aan toegaat, en waan me in een parallelle werkelijkheid van duisternis en dolende zielen.

Hardcore griezelaars 

Dat steekt mager af tegen het lef van hardcore griezelaars, besef ik als ik tijdens een van mijn virtuele spookrondjes stuit op McKamey Manor, een spookhuis in San Diego dat te boek staat als het gruwelijkste ter wereld. Onverschrokken types kunnen zich daar niet alleen de stuipen op het lijf laten jagen door acteurs - ze worden zelf middelpunt van een acht uur

durende spooktocht waarbij ze worden ontvoerd, opgesloten in doodskisten of kooien en bedorven voedsel te eten krijgen. Vooraf moeten bezoekers een medische verklaring inleveren en een wilsverklaring ondertekenen. Naar verluidt staan er duizenden mensen op de wachtlijst.

Waarom willen mensen zoiets in vredesnaam ondergaan? Je angsten overwinnen door toch in de auto of lift te stappen, heeft duidelijk een praktisch nut. Maar jezelf tot het uiterste drijven, puur om zo bang mogelijk te worden? Ook dat heeft een sterke functie, zegt Jan van den Berg, psycholoog bij angstbehandelcentrum Ipzo. “Mensen willen hun overlevingsmechanismen testen. Een besef krijgen van hun eigen kracht. Wie ben ik? Wat kan ik aan? Je kunt daar ideeën over hebben, maar sommige dingen moet je ervaren. Door angst te overwinnen, voelen we ons autonoom en krachtig.”

Lijken op elkaar 

Angst en verliefdheid lijken neurologisch op elkaar, legt Van den Berg uit. Je krijgt grote pupillen en verliest je eetlust. Alleen de betekenisgeving is omgekeerd. Bij verliefdheid zet je je verdedigingsmechanisme opzij om iemand toe te laten in je leven. Bij angst schiet dat mechanisme juist aan. “Beide emoties draaien om dezelfde spanning: kun je een negatieve verwachting ontkrachten? Eigenlijk is verliefdheid angst die je positief uitlegt.”

De verrukking van angst zit in het allesoverheersende van de emotie, zegt Van den Berg. “Het is zo sterk dat alles wat je in het leven irriteert, alle tochtende deurtjes, worden overschreeuwd door een andere emotie. Daar hebben mensen behoefte aan.”

Zelfs (of juist?) als het angsthazen zijn, merk ik tot mijn verbazing. Zo stelde mijn zus - die paniekaanvallen heeft en daarvoor wordt behandeld - onlangs voor om de nieuwe versie van horrorklassieker ‘It’ in de bioscoop te zien. Ik zag het wel zitten, maar vroeg voor de zekerheid of ze de schrikmomenten aankon. Ze verzekerde me van wel. Sterker nog: het zou haar juist goed doen. “Als je je even niet lekker over jezelf voelt, is het een afleiding”, zei ze. “Als ik zie hoe iemand door een clown wordt afgeslacht, kan ik me niet meer op mijn eigen gepieker focussen.”

Primaire instincten 

Dat geldt ook voor mij, besef ik als ik een dag later de entreehal van het spookhuis binnenga. Er is nog geen clown te bekennen, maar het eeuwige geschetter in mijn hoofd wordt direct tot zwijgen gebracht door mijn primaire instincten. Ik ben zo nerveus dat ik alleen nog kan denken aan wat mij binnen te wachten staat en hoe ik me moet gedragen.

Vooral niet gillen, spreek ik mezelf toe. Op dat moment hoor ik een ijselijke gil van een bezoeker die binnen is. Een visioen van koude clownshanden in mijn nek dringt zich op, en ik spurt naar een beveiliger om te vragen of de acteurs bezoekers mogen aanraken. Dat is flauw, maar ik móét het weten. Tot mijn opluchting antwoordt hij van niet, en hij legt uit dat er nooduitgangen zijn en dat ik een kruis voor mijn borst moet maken als ik niet verder wil.

Klinisch psycholoog Yvette van der Pas moet lachen als ik haar dit vertel. Het is een illustratief voorbeeld van hoe angst werkt, vindt zij. Het gaat allemaal om het verhaal dat je ergens bij bedenkt. “Als jij bang bent dat clowns je aanraken of dat je gewond raakt, ja, dan word je bang. Als je je voorstelt dat mensen straks bij de uitgang voor je klappen en een liedje zingen, is het een ander verhaal.”

Verwachtingen 

Bij angst helpt het om vooraf precies te formuleren wat je verwachtingen zijn, zegt Van der Pas, zowel de negatieve als de positieve. Zo kun je heel concreet testen of die verwachtingen uitkomen. Val je echt flauw of raak je gewond, zoals ik vreesde? Bij irreële angsten laat de uitkomst zich raden. “Er zijn meestal meer aanwijzingen voor het niet-angstverhaal dan voor het angstverhaal.”

Door vooraf je gedachten te formuleren dwing je jezelf dus om rationeel na te denken over de risico’s. Ik denk terug aan Phobiarama, een theatraal spookhuis dat ik dit voorjaar bezocht op het Mercatorplein in Amsterdam. Ook bij deze ‘excursie door onze hedendaagse angstcultuur’ stond het zweet in mijn handen, al wist ik niet precies waarvóór ik bang was.

Dat onbestemde gevoel was in dit geval trouwens precies de bedoeling. “Ik wil bezoekers laten ervaren hoe ontvankelijk ze zijn voor irreëel gevaar, het moment dat de onderbuik het overneemt van de hersenen”, zegt kunstenaar Dries Verhoeven. Die voortdurende focus op gevaar in de media en politiek moedigt burgers aan alert te zijn. Dat leidt ertoe dat we onbekenden vaker gaan beschouwen als een mogelijk gevaar. “Het is de tragische conclusie die we kunnen trekken uit het post- 9/11-tijdperk: fear sells.”

Doodsangst doorleven 

Dat klinkt niet alleen door in het maatschappelijk debat. Ook spookhuizen, pretparken en filmregisseurs spelen gretig in op het menselijke verlangen om bang gemaakt te worden. De mens heeft nu eenmaal behoefte om zijn doodsangst zo nu en dan te doorleven, zegt Verhoeven. “Zoals kinderen oorlogje spelen, hebben volwassenen het nodig om horrorfilms te kijken of in een achtbaan te stappen. Door de nabootsing beteugelen we onze angsten.”

Als de deur achter me dichtvalt in het spookhuis en ik alleen in het donker sta, voel ik een vreemde mengeling opkomen van paniek en euforie. Ik ben nu echt beland in een van mijn nachtmerries en moet hier zo snel mogelijk uit zien te komen. Zeker als na amper een minuut blijkt dat ik niet alleen ben. Vlak achter me klinkt een snijdend geluid dat niets anders dan een kettingzaag kan zijn. Het geluid komt niet uit een speaker.

Kettingzaag rent mee 

Ik wil mijn hoofd omdraaien, maar mijn spieren gehoorzamen niet en ik begin instinctief te rennen. De kettingzaag rent mee. Net op het moment dat ik toch een nooduitgang wil zoeken, loop ik vriend S. tegen het lijf. Ik zie hem voor het eerst echt schrikken - van mij. Opeens doen mijn lachspieren het weer. Het ergste is voorbij.

Bij de uitgang komt de aardige beveiliger naar me toe die me aan het begin van de avond gerust probeerde te stellen. “Je hebt het gered!” zegt hij. In de donkere bar schijnt hij met een zaklamp op een van de nooduitgangen. Terwijl ik een slok van mijn bier neem, bekent hij ineens dat hij er daar uit is gegaan toen hij het spookhuis zelf door moest lopen, net als alle personeel. Hij grijnst. “Ik vond het te eng. Maar dat wilde ik je natuurlijk niet van tevoren vertellen.”

Ik glim van trots.

Reageren?

Griezelt u graag? Schrijf ons via tijdpost@trouw.nl, max 120 woorden, ovv naam en woonplaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden