Angst is in Syrië nodig om te kunnen overleven

Het Westen mag Syrië dan niet langer mijden, in het land zelf regeert nog steeds de angst. „Wie niet is opgepakt, is gevlucht”, vertelt de Syrische Mandela.

Amer heet Moestafa op internet, en hij telt twee jaar op bij zijn officiële leeftijd. Op sommige sites logt hij liever in met de naam van een vrouw, zelfs al verlegt hij de verbinding via een proxyserver om het risico van een meegenietende moehabarat (veiligheidsdienst) te verminderen.

Amer leest graag een alternatieve – niet door het regime gesanctioneerde – versie van het nieuws, legt hij uit in een internetcafé in Damascus, waar hij met een vervalste identiteitskaart geregistreerd staat. De politiek gevoelige websites zijn officieel geblokkeerd, evenals sociale netwerksites als Facebook en de digitale encyclopedie Wikipedia. Maar met een aantal trucjes kom je een heel eind, al duurt het eindeloos voor de sites geladen zijn.

Na een rondje langs zijn favoriete sites wist hij de surfgeschiedenis, „want je weet maar nooit. Je moet altijd op je hoede zijn in Syrië”. Daarom gaat hij ook nooit op dezelfde weekdag naar hetzelfde internetcafé. „Ze kunnen alles tegen je gebruiken. Je weet niet eens wat je verkeerd hebt gedaan. Soms is het persoonlijk, soms politiek. Of ze gebruiken het tegen je om geld te verdienen.”

Amer zegt niet paranoïde te zijn. „Je moet in dit land een ’gezonde’ mate van angst hebben. Anders overleef je niet.”

Aan de internationale isolatie van Syrië is het afgelopen jaar een einde gekomen. Maar de talloze bezoeken van Europese en Amerikaanse gezanten hebben geen verandering gebracht in de binnenlandse politiek.

„We hebben onze poot stijf gehouden, en gekregen wat we wilden”, zegt Ahmed Ibrahim, een koopman in de oude stad van Damascus, waar het toegenomen aantal toeristen de betere relatie met het Westen bevestigt. „Nu wil iedereen met ons praten.” Ibrahim is trots dat het Westen nu naar de gunst van Syrië dingt.

De nieuwe relatie met het Westen heeft niet tot concessies van het regime geleid. In Syrië regeert de angst nog steeds. Niemand kan dat beter uitleggen dan Riad Turk, het officieuze hoofd van de oppositie.

Turk zat onder Hafez Assad, de vader van de huidige president Basjaar, achttien jaar in de gevangenis, in isolatie, wat hem de bijnaam ’de Syrische Mandela’ opleverde. Ook onder zoon Basjaar zat de voormalig leider van de communistische partij een jaar achter tralies, nadat onder zijn leiding de Syrische oppositiepartijen samen de ’Damascus Declaratie’ afkondigden. Hoewel het de oppositie voor het eerst samenbracht onder het gedeelde streven van democratie en mensenrechten, geeft Turk toe dat de Damascus Declaratie verder weinig heeft uitgehaald.

„Iedereen die niet is opgepakt, is gevlucht”, vertelt hij. „Dit regime accepteert geen enkele tegenstand. De onderukking neemt alleen maar toe.” Niet alleen wordt de lijst van geblokkeerde websites langer, ook het aantal repressieve wetten neemt toe. Honderden politieke activisten worden elke maand van hun bed gelicht, om zonder enige vorm van proces achter tralies te verdwijnen.

Ook de in de staatspers zo geroemde nieuwe economische openheid is volgens Turk een illusie. Dat het straatbeeld in Damascus zienderogen verandert – met Westerse consumptiegoederen, nieuwe dure hotels en dikke buitenlandse bolides – is volgens hem schijn. „Het is dezelfde groep machtshebbers. Niemand anders profiteert. Het socialistische beleid kwam ze niet meer uit. Ze hebben de regels veranderd omdat dat ze beter uitkomt, zodat ze meer geld kunnen verdienen.”

„De mensen zijn straatarm en kunnen steeds moeilijker rondkomen. Ze hebben alle hoop opgegeven. En de maatschappij staat op instorten. Alles wat je hoort, is propaganda: leugens, leugens, leugens. Syrië wordt gerund door een militair regime – of beter gezegd een familie – dat sinds decennia regeert als de maffia. Ze stelen alles.”

Maar weinigen wagen zich aan dergelijke heftige uitspraken in Syrië. „Ik ben een van de weinige mensen die dit hardop durven te zeggen”, vertelt Turk met indringende blik. „Iedereen is bang. Ik niet meer. Ik ben bijna 80, wat kunnen ze mij nog maken. Ze hebben alles geprobeerd. De cel is een tweede huis voor me.”

Ondanks het ’gebrek aan daadkracht en toewijding’ ziet Turk wel degelijk heil in de toenadering door het Westen. „Dialoog is beter dan isolatie. Maar het is niet genoeg. De reden van de onrust in de regio is de despotische aard van de regimes. Ze maken misbruik van de Israëlische agressie om in het zadel te blijven. Ze ontlenen er hun legitimiteit aan. Het leidt af van de echte strijd, de strijd om vrijheid in eigen land. Zonder vrijheid verandert er nooit iets.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden