Angst bij het eten, hoop bij ziekte

Precies 50 jaar geleden legden James Watson en Francis Crick in het wetenschappelijke tijdschrift Nature de structuur van DNA bloot. De drager van de erfelijke code bleek een even ingewikkeld als charmant molecuul, een dubbele helix, een wenteltrap. Trouw gaat in twee artikelen na wat er sinds die ontdekking is gebeurd. Bracht de genetische revolutie wat sommigen hoopten en anderen vreesden? Vandaag deel twee: genetische bedrijvigheid.

Willem Schoonen

De Verenigde Staten telden in 2000 1273 biotechnologiebedrijven, samen 376 miljard dollar waard. Goed, de beurzen stonden toen nog hoog, maar die cijfers tonen wel aan dat er in de vijftig jaar sinds de ontrafeling van de structuur van DNA een volwassen bedrijfstak is gegroeid, wil Gerard van Beynum maar zeggen.

Het valt mensen misschien tegen dat het nog niet mogelijk is in een handomdraai hun genetische gebreken in kaart te brengen én te repareren. Maar veel van die mensen worden behandeld met producten van de DNA-revolutie zonder dat ze het in de gaten hebben. Diabetespatiënten, nierpatiënten, mensen met groeistoornissen. ,,Het staat keurig op het etiket, maar de farmaceutische industrie geeft weinig ruchtbaarheid aan z'n technologieën en mensen lezen geen etiketten, staan daar dus niet bij stil.''

Van Beynum is als hoogleraar, bestuurder, ondernemer, commissaris en adviseur met al zijn ledematen verbonden aan de Nederlandse biotechnologie. Hij werd geboren in 1944, het jaar waarin werd aangetoond dat die raadselachtige verbinding in de celkern, DNA, drager is van de erfelijke informatie. Kort nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van dat DNA hadden opgehelderd, kreeg Van Beynum het Prisma-boekje 'De Dubbele Helix' in handen, en wist hij wat hij wilde worden.

,,De eerste starters in de biotechnologie zijn nu 25 jaar oud. En het zijn gezonde ondernemingen. Zeker in de VS zijn in die periode enorme biotechnologiebedrijven gegroeid.''

Europa deed het in de afgelopen vijftig jaar een stuk minder. De EU heeft weliswaar 1570 biotechbedrijven, tegen 1273 in de VS. Maar de EU (370 miljoen inwoners) is ook een stuk groter dan de VS (280 miljoen). De Amerikaanse biotechsector was in 2000 376 miljard euro waard. De Europese slechts 75 miljard. Zo werken er ook 162 000 mensen waren in Amerikaanse biotechbedrijven, tegen 61 000 in de Europese. Het verschil met de VS was tien jaar geleden veel groter dan het nu is.

De achterstand is mede gevolg van een cultuurverschil, zegt Jules Verhagen, voorzitter van de Health Sciences Industry Group van raadgevers Ernst & Young: ,,Een Nederlandse hoogleraar die een vinding heeft gedaan wil die best ontwikkelen, maar wil tegelijk hoogleraar blijven. Een Amerikaan verlaat in zo'n geval de universiteit en gaat helemaal voor zijn onderneming.'' Dat cultuurverschil verdwijnt echter, zegt Verhagen; ook hier zie je nu wetenschappers die fulltime ondernemer worden.

Maar starters hebben het economisch tij tegen. Verhagen: ,,We hebben in 2002 een terugval gezien in investeringen. Maar wat belangrijker is: de verschaffers van kapitaal, de venture capitalists, steken hun geld niet in nieuwe ondernemingen.''

De mens heeft altijd wegen gevonden om de genetische eigenschappen van plant en dier te veranderen; via kruisen, selectie en veredeling. Maar de wetenschap van de structuur van het DNA luidde een nieuwe revolutie in. Bacteriën, gisten en zelfs hogere dieren kunnen sindsdien genetisch worden aangepast bijvoorbeeld om specifieke eiwitten te produceren die dienen als geneesmiddel.

De genetische kaarten die de afgelopen vijftien jaar zijn gemaakt van allerlei organismen, waaronder de mens, gaven die revolutie een nieuwe dimensie. De enorme snelheid waarmee informatie wordt gegenereerd over genen, hun producten en hun functies heeft nieuwe takken van wetenschap doen ontstaan, met klinkende namen als genomics, proteomics en bioinformatica. Ze worden, met de meer klassieke biologie- takken, gevangen onder de term 'life sciences'. De Nederlandse vertaling, levenswetenschappen, gebruikt niemand.

Van Beynum: ,,In de farmacie is er op basis van deze wetenschap een nieuwe bedrijfstak gegroeid. Dat komt doordat de grote farmaceuten te bureaucratisch zijn om nieuwe technologische ontwikkelingen op te pakken. Die zijn blijven varen op hun kassuccessen.'' De moderne biotechnologie, zegt Van Beynum, heeft inmiddels successen opgeleverd, bijvoorbeeld interleukine, die qua omzet de kaskrakers van de klassieke farmacie naar de kroon steken. En belangrijker: de life sciences bekorten het ontwikkelingstraject van een medicijn, nu toch gauw tien jaar. Biofarmacie heet de nieuwe tak van sport. Van Beynum: ,,Ik voorspel je: binnenkort koopt een biofarmaceut een klassieke geneesmiddelenproducent op. Niet omdat die technologisch interessant is, maar alleen vanwege zijn afzetkanalen en zijn marktkennis.''

Verhagen van Ernst & Young;: ,,Hemofiliepatiënten was vroeger geen lang leven beschoren. De stollingsfactor die zij missen in hun bloed moest voorheen uit donorbloed worden gewonnen. De biotechnologie wist die efficiënter en beter te produceren. Daarmee verbeterden niet alleen de levenskansen van de patiënt maar ook de levenskwaliteit.'' Probleem is dat biotech-medicijnen in de regel duur zijn, zegt Verhagen: ,,De vraag wordt dan of er een markt voor is en hoe die medicijnen gefinancierd worden. Daarmee zit je midden in de discussie over de financiering van de gezondheidszorg.'' Kleinere biotech-ondernemingen kunnen in dat traject naar de markt gemakkelijk struikelen, zelfs wanneer ze een geweldige technologie in huis hebben. Biotechbedrijven zullen fusies en strategische allianties met farmaceuten aangaan om steviger op hun benen te staan, voorspelt Verhagen.

Bij de voedingsmiddelen gaat de ontwikkeling moeizamer. De agrofood, zoals landbouw en voedingsindustrie samen genoemd worden, biedt tal van mogelijkheden voor biotechnologie, voor de life sciences. Maar hier heeft de biotechnologie de wind tegen. Vorige maand werden twee vergunningen afgegeven voor veldproeven met genetisch gemodificeerde planten. Zetmeelproducent Avebe mag zijn gemodificeerde aardappel poten. Die levert amylopectine op als bron van zetmeel, niet voor de consumptie maar voor industriële doeleinden. En het Wageningse onderzoeksinstituut Plant Research International mag het veld in met zijn appelbomen die een gen hebben gekregen dat ze immuun maakt voor schurft.

Deze twee vergunningen maken een einde aan een lange periode waarin het ministerie van milieubeheer iedere aanvraag voor veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen afwees. Een periode waarin de ontwikkeling van de plantenbiotechnologie in Nederland vrijwel tot stilstand kwam. En niet alleen in Nederland: in de Europese Unie is nog steeds een tijdelijk verbod, een moratorium, van kracht op nieuwe genetisch gemodificeerde gewassen. Wat betreft de bestaande producten maakt de EU zich vooral druk over de vraag hoe hun etiketten eruit moeten zien. Van Beynum: ,,Van de maïs die op Amerikaanse grond wordt verbouwd is het overgrote deel genetisch gemodificeerd. Hier in Europa worstelen we nog met de etikettering.'' Dit verschil tussen farmacie en agrofood komt onder meer door de houding van mensen: gaat het om voeding, dan overheerst het wantrouwen, gaat het om hun genezing, dan overheerst de hoop.

Nederland telt minder dan honderd nieuwe (is: na 1990 opgerichte) biotechnologiebedrijven. De meeste zijn klein en tellen nog geen tien werknemers. Dat steekt mager af tegen de ontwikkeling in andere Europese landen, en zeker tegen die in de VS. Van Beynum: ,,De locomotief in de Verenigde Staten is de combinatie van ondernemende universiteiten en venture capitalists; je hebt hoogleraren die willen ondernemen, en je hebt kapitaalbezitters die bereid zijn te investeren. Die twee redden zich samen wel; die hebben geen regie van de overheid nodig. Bij ons ontbreken die twee cruciale factoren. Als we ons daarbij niet willen neerleggen, zal de overheid die twee partijen bij elkaar moeten brengen.''

DSM is in Nederland het schoolvoorbeeld van een bedrijf dat z'n portefeuille aanpaste. DSM groeide als producent van bulkchemie, maar verlegt de prioriteit de laatste jaren steeds meer naar de life sciences, en investeert ook in jonge ondernemingen in die sector. Maar daarmee is DSM een uitzondering.

Van Beynum is voorzitter van BioPartner, een organisatie die in 2000 werd gelanceerd door de Nederlandse overheid. Met een bescheiden budget van 45 miljoen euro, kreeg BioPartner opdracht in vijf jaar tijd 75 nieuwe biotechondernemingen te helpen creëren. Ondanks de economische tegenwind verwacht Beynum dat dat doel eind volgend jaar wordt gehaald. Maar daarmee is Nederland er nog niet. Aan wetenschappelijke kwaliteit en ideeën ontbreekt het niet. Maar nieuwe ondernemingen opstarten op basis van wetenschappelijke ideeën verloopt moeizaam. ,,Om ondernemingen op weg te helpen moet je bereid zijn te investeren; private investeerders happen steeds langzamer toe. En de overheid subsidieert wel, maar investeert niet.''

Die overheid wordt geplaagd door een tweeslachtige houding. Om de concurrentie aan te kunnen met het buitenland is een geavanceerde biotechnologische sector cruciaal. Tegelijk maant de overheid tot voorzichtigheid, uit angst voor de publieke opinie. Het feit dat je in Nederland nauwelijks een vergunning voor veldproeven met genetische gemodificeerde organismen kunt krijgen, en de Haagse weerstand tegen patenten op biotechnologische vindingen (die Nederland al in botsing bracht met het EU-recht), maken Nederland niet aantrekkelijk voor biotechbedrijven.

Je ziet nog geen massale uittocht, maar de aanzet is er zeker, zegt Jules Verhagen van Ernst & Young;. Vijftig jaar na de opheldering van de structuur van DNA lijkt Nederland te worden geleid door angst. Verhagen: ,,Canada lijkt in veel opzichten op Europa. Maar daar kan biotechnologie rekenen op brede acceptatie en staat de samenleving open voor nieuwe ontwikkelingen. In Nederland overheerst de twijfel en de angst. En als je dan ziet waar Nederland zijn geld in steekt: een Betuwelijn, die niet zal renderen en die staat voor laagwaardige economische activiteit, word je niet vrolijk.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden