Angst beheerst overvolle vluchtelingenkampen

De strijd tegen radicale moslims van Fatah Islam splijt Libanon. Libanezen maken zich zorgen over soennitische fundamentalisten, Palestijnen en Syriërs, terwijl de Palestijnen in hun rats zitten over Libanezen en het leger.

Je merkt het bijna niet dat je het Palestijnse kamp Shatila in Beiroet binnenloopt. Het ligt midden tussen andere arme wijken in West-Beiroet. Er is geen hek, er staat geen bordje. Net zoals het noordelijke kamp Nahr el-Bared was dit ooit een gewone Libanese woonwijk, bestemd voor zo’n tweeduizend Libanezen. Nu herbergt het meer dan 10.000 Palestijnen.

„Natuurlijk zijn we bang”, zegt Abu Youssef, een 56-jarige PLO-woordvoerder in Shatila. Hij zit op een plastic keukenstoeltje in zijn donkere woonkamer. Er is geen elektriciteit vandaag, en zonlicht reikt niet zo ver in de nauwe steegjes. „Buiten het kamp worden we voortdurend gecontroleerd door het leger en de politie.”

Al drie dagen lang wordt het Nahr el-Bared in Tripoli beschoten door het leger, dat vecht tegen de radicale moslims van de organisatie Fatah Islam. „Het kan zo niet langer.” Er is geen water, geen elektriciteit, geen voedsel en geen medicijnen.

Van Palestijnen die het kamp zijn ontvlucht, hoort Youssef dat de doden, oude mannen, kinderen en vrouwen, gewoon op straat liggen. „Het is onmenselijk.”

De Palestijnen zijn tegen de Fatah Islam. „Het zijn niet eens Palestijnen. Het zijn radicale Libanezen en andere Arabieren. Zij houden zich op in het kamp, en wij betalen ervoor,” meent Abu Youssef. Hij maakt zich zorgen. Als dat zo doorgaat, en veel Palestijnen sneuvelen, hoe houd je de jongeren in de andere kampen gedeisd? „We steunen het leger, maar ze moeten dit niet gebruiken om de kampen aan te vallen. Dit is de enige veilige plek die we hebben.”

Wie door Shatila loopt, een kamp dat bekend werd toen christelijke milities in 1982 hier honderden ongewapende Palestijnen afslachtten, kan zich voorstellen hoe de situatie in het nog armere Nahr el-Bared is. Een aantal wegen kunnen auto’s verdragen, maar de rest van het kamp is een labyrint van nauwe, kronkelige steegjes, hobbelige paadjes, armoedige kamertjes en weinig daglicht.

Het is er benauwd en het stinkt er; je waant je in de middeleeuwen. Het is er veel te vol, en er is te weinig te doen. De helft van de jongeren heeft geen werk, en ook geen geld. Buiten de kampen vinden ze enkel wat baantjes als dag- en landarbeiders.

En dat is precies waar de Libanezen zich zorgen over maken; die kampen. In deze overvolle en vreselijk armoedige woonwijken, die grenzen aan Libanezen wijken, heeft de politie en het leger geen toegang. Een kweekvijver voor fundamentalisten, en of dat nou Palestijnen zijn of niet, maakt de Libanezen niet uit.

Veel Libanezen menen dat de Syriërs achter de bomaanslagen van de afgelopen week zitten, maar ook achter Fatah Islam. Ze zouden door Syrië zijn getraind en bewapend, en konden in een Palestijns kamp als Nahr el-Bared hun toevlucht zoeken. De Palestijnen zelf doen er blijkbaar ook weinig aan.

In Monot, dé sjieke uitgangswijk van Beiroet waar het ’s nachts drukker is dan overdag, is het al drie dagen stil. Het plaatselijke theater heeft haar voorstellingen – tot nader bericht – afgelast. Tony Atta, eigenaar van een pastarestaurant, had gisteren drie klanten. „De mensen blijven thuis. Alleen voor het hoognodige gaat men de deur uit. Niemand wil ver van zijn huis zijn wanneer de volgende bom afgaat.”

De stad werd de afgelopen dagen door twee autobommen opgeschrikt, en men is ervan overtuigd dat meer explosies volgen. „De Syriërs laten ons niet met rust,” meent Elham Rishani, die een nagelbar heeft in de wijk. „En nu spannen ze de Palestijnen voor hun karretje. ”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden