Angolees 'Spoorloos' herenigt in oorlog verscheurde families

Nu de vrede definitief lijkt, gaan veel Angolezen op zoek naar verdwenen familie. Een op de drie mensen is iemand kwijt. Het nieuwe tv- programma 'Moedige Natie', de Angolese variant van 'Spoorloos', is dan ook razend populair.

Feliciana Massanga zoekt in Huambo haar vader, oma en nicht. Domingos Cristovao zoekt in Luanda zijn broers. Allebei doen ze hun oproep in het nationale tv-programma 'Moedige Natie'. Ze vertellen de namen van de gezochten, waar ze hen voor het laatst zagen, en in welke wijk ze zelf wonen zodat er contact gemaakt kan worden.

Op het 1-meiplein in de hoofdstad Luanda verzamelen zich elke vrijdagmiddag duizenden mensen met foto's van vermiste geliefden. Ze willen op televisie komen, want dat zal hun kans op succes aanzienlijk vergroten. Als een familie herenigd wordt laten ze voor de camera hun tranen de vrije loop. Op het platteland is geen televisie, maar in de steden huilen alle kijkers mee, stilletjes hopend dat hun eigen droom ook uit zal komen.

Ondertussen lopen medewerkers van het Rode Kruis door de menigte op het 1-meiplein om gegevens te noteren. Hun onderzoeksafdeling helpt bij de opsporing en heeft sinds april door het hele land nieuwe kantoortjes geopend omdat er steeds meer verzoeken binnenkwamen.

De naspeuringen verlopen in het enorme Angola veel moeizamer dan in bijvoorbeeld Rwanda, waar de mensen na de burgeroorlog relatief kort op de vlucht waren en de meesten voor de burgeroorlog een duidelijk adres hadden. Sinds kort heeft het Rode Kruis toestemming om ook in de kampen met ex-Unitastrijders en hun familieleden naar vermisten te zoeken.

In Angola heerste sinds de onafhankelijkheid in 1975 vrijwel onafgebroken burgeroorlog, tot dankzij de dood van Unita-rebellenleider Savimbi in april eindelijk een vredesakkoord werd getekend. De legers van rebellen en regering joegen met hun moordpartijen miljoenen burgers naar de steden en voerden talloze kinderen mee, verder weg van hun ouders.

"Er wonen in Luanda veel 18, 19- en 20-jarigen die daar als peuter naartoe zijn gebracht", vertelt Pinocas Samuel, die eind jaren tachtig al families probeerde te herenigen. Hij werkte toen bij het ministerie van sociale zaken en kreeg hulp van de organisatie Save the Children. "Het regeringsleger bracht vaak groepen kinderen naar een weeshuis of ziekenhuis die niet hadden kunnen vluchten voor de gevechten. Maar ze lieten nooit informatie achter over waar die kinderen vandaan kwamen en dat maakte de opsporing zo moeizaam."

Vanaf een jaar of zes kunnen kinderen meestal wel zeggen waar ze vandaan komen. Van die kinderen maakte men een polaroidfoto die met een brief werd opgestuurd. "Tijdens de oorlog had de kerk de meeste contacten, dus probeerden we het langs die weg. Maar we schreven ook naar de gemeente, naar een markt, naar radio en tv. Afhankelijk van de wegen, of ze waren afgesloten door Unita bijvoorbeeld, kwam er soms snel, soms na maanden en soms nooit antwoord" zegt Samuel. De familie was dan dood of op de vlucht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden