Angela Groothuizen

(Trouw)

Angela Groothuizen (Alkmaar, 1959) is zangeres en presentatrice. Ze brak bij het grote publiek door als een van de Dolly Dots. Op televisie is ze, onder andere, bekend van haar rol als jurylid in het programma X factor. Tot april is zij met haar muzikale theatershow ’Label’ te zien in diverse theaters in het land.

I Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

„Ome Cas, zei ik, ’de nonnen op school zeggen dat ik mijn naam niet waard ben’. ’Luister maar niet naar die nonnen’, zei ome Cas, ’je bent Angela, een boodschapper van God. En je bent ook een troubadour, je gaat later prachtige dingen doen met die stem van je’.

Oom Cas was Franciscaan, tante Electina was non en mijn tante Marie was Vrouwe van Nazareth. Drie geestelijken uit een zeer religieus gezin. Mijn vader was ooit ook streng gelovig geweest, maar toen hij ernstig ziek werd, was hij ervan overtuigd dat God hem had verlaten. Hij kwam bijna nooit meer in de kerk en áls hij een keer meeging, zat hij de boel gewoon te stangen. Dat vond ik stiekem wel leuk. Ik geloofde als klein meisje wel in God en ik vond sommige van die bijbelverhalen prachtig, maar de meeste nonnen op de katholieke meisjesschool waren krengen die je op een hardhandige manier de liefde van God probeerden bij te brengen. Mijn theaterprogramma, ’Label’, gaat daar over: hoe ze je al op jonge leeftijd allerlei etiketten op gaan plakken. Je bent zus, je bent zo. Hier hoor je bij, zo dien je je te gedragen. Het was nog een geluk dat ik zo’n lieve moeder en van die lieve zussen had die zeiden: ’Joh, dat doen ze bij iedereen!’, anders zou ik echt zijn gaan geloven dat ik niet deugde – terwijl ik toch echt pas zes jaar oud was.

’Niks van aantrekken’, zei ome Cas. De schat. Acht jaar geleden zou ik op vakantie gaan en ik dacht: ik ga nog even bij oom Cas langs, om een filmpje van de kinderen te laten zien, schaatsend op de vijver in het park. Hij was 93 en woonde met een stel andere Franciscanen in Warmond. Ik nam mijn laptop mee. Hij vond het prachtig. ’Ik kan je mijn hotel in Thailand laten zien’, zei ik. Hij zat er met grote ogen naar te kijken. ’En waar ben je geboren? De Platte stenen brug in Alkmaar, toch? Hier, moet je kijken‿’ en ik liet hem met van die panoramafoto’s heel zijn oude buurtje zien. We dronken wijn, het was gezellig. ’Ik zou nog mijn pij nog wel eens willen passen’, zei ome Cas. Wij dat muffe bruine ding tevoorschijn gehaald, touw er omheen gebonden en daar stond-ie, wankel, te stralen in zijn ouwe kloffie. Een meesterlijke middag. Een paar dagen later was hij dood. Gestorven op eerste Kerstdag om twaalf uur ’s middags. Op de verjaardag van zijn idool, dat wel.”

II Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken

„Als ik vloek, denk ik niet meer aan die wrakende God van vroeger. Ik geloof niet in God. Ik geloof in Darwin. In mijn voorstelling vertel ik dat het religieuze gevoel dat ik heb, wordt veroorzaakt door mijn rechter hersenhelft. Mijn rechter hersenhelft heeft geen boundaries, die zorgt er voor dat ik mij verbonden voel met mijn broeders en zusters, met het hele universum, tot het kleinste zeeslakje aan toe. Er staat ook een vertaling van ’If it be your will’ van Leonard Cohen op het programma. Ik heb lang moeite gehad met het tweede couplet waarin ’bazuingeschal klinkt’, ’de aarde in dit tranendal trilt’ en meer van dat soort teksten. Ik heb steeds gedacht dat ik Rob Chrispijn, de tekstschrijver, zou bellen om daar iets anders van te maken. Bazuingeschal? Tranendal? Aarde trilt? Hou nou toch eens op zeg! Tot op 12 januari Haïti werd getroffen door een aardbeving en er tienduizenden mensen om het leven kwamen en ik begreep dat er geen betere woorden voor te bedenken waren.”

III Gij zult de dag des heren heiligen

„Toen ik zestien was heb ik een jaar in Amerika op school gezeten. Ik ging met mijn pleeggezin mee naar de Presbyterian Church waar ik de dominee hoorde praten over gemeenschap, over dingen met elkaar doen. Er werd stilgestaan bij het lot van de ene familie, gebeden voor het lot van de andere‿ ik vond dat zó mooi, het was niet te vergelijken met de missen die ik in Alkmaar had bijgewoond. Die katholieke kerk is zo hopeloos ouderwets. Je mag van mij geloven wat je wil, maar een kerk die condoomgebruik verbiedt, is niet van deze tijd. Dat is wat mij zo irriteert aan het geloof: dit mag niet en dat mag niet. Geen homo zijn. Geen abortus plegen. En wie zegt dat? Zo’n rare oude man in Rome! Sodemieter op.”

IV Eer uw vader en uw moeder

„Mijn vader heeft wel eens gezegd: ’Jij was mijn laatste kunstje’. Hij kreeg een hersenbloeding toen mijn moeder van mij in verwachting was, raakte verlamd en werd impotent. Ik weet niet precies hoe zijn ziekte en mijn geboorte zich tot elkaar verhouden, maar ik heb nooit echt een hechte band met mijn vader gekregen.

Dat hij van zijn geloof viel, vind ik eigenlijk niet zo wonderlijk: hij was net verhuisd, had vier kleine kinderen, een vijfde op komst en toen werd hij ziek. Een ’rugbloeding’ noemden ze het. Ze haalden de gekste dingen met hem uit, aders werden omgelegd waardoor hij een dun en een dik been kreeg. Maandenlang heeft hij in Elisabethziekenhuis gelegen. Mijn moeder liep met ons onder zijn raam langs. Zwaaien naar papa. Een jonge vent, een sportfanaat. Die man moet wóedend geweest zijn‿

We leerden samen lopen. Ik mijn eerste stapjes, hij voor een tweede keer, voorzichtig, met een stok. Heel dapper. Hij kon ook vrolijk zijn; bij ons thuis was iedereen, altijd welkom en hij genoot van het gezelschap. Maar soms – je zag het weken van te voren aankomen – kreeg hij verschrikkelijke woedebuien, dan maakte iedereen zich uit de voeten. Als die explosie achter de rug was, liep hij dagen schutterig, beschaamd rond. Je zag hem kijken: er is zeker weer iets gebeurd? Veel later pas, toen hij ook epileptische aanvallen kreeg, begrepen we dat deze kortsluitingen ook kleine hersenbloedingen waren geweest; een arts kon alle littekens op de scan aanwijzen.

Ik probeerde met hem in contact te komen, ik kroop wel eens op zijn schoot, maar op een of andere manier‿ ik weet het niet. Gelukkig had ik een moeder die elke scheet die ik liet lekker vond ruiken. Dankzij haar heb ik toch voldoende zelfvertrouwen ontwikkeld. Het gekke is: ik hoorde altijd van anderen hoe leuk hij was. Mijn vriendinnetjes vroeger, de meiden van de Dolly Dots, de zusters in het verpleeghuis waar hij later werd opgenomen: iedereen was dol op hem. Er schiet me nu wel iets te binnen. Ik was een jaar of dertien en ik had opgetreden met het bandje waar mijn broer ook in speelde. Ik zou vijftig gulden krijgen, maar ik kreeg ze steeds maar niet. Op een nacht schrok ik wakker, zag mijn vader bij het bed staan die zijn portemonnee trok, twee briefjes van vijfentwintig tevoorschijn haalde en zei: ’Vijftig gulden – de rotzakken!’ Daarna ging hij, zonder nog iets te zeggen, weer naar bed. Hij was wel begaan, hij dacht aan mij.

Op het eind van zijn leven werd hij dement. Toen ik elf jaar geleden weer een dochter kreeg, zei mij mijn moeder na twee weken: ’Heb je het je vader eigenlijk wel verteld?’ ’Mam, hij is dement!’ ’Ik vind toch dat je hem moet bellen’. Het was niet alleen dat ik dacht dat hij het niet zou kunnen bevatten, ik heb ook altijd het idee gehad dat hij niet veel belangstelling voor me had, voor hoe ik me voelde. Maar mijn moeder had gelijk. Ik belde het verpleeghuis, kreeg mijn vader aan de lijn. ’Hee papa, met Angela’. ’Met wie?’ ’Angela, je jongste’. ’O ja’. ’Ik moet u feliciteren, u bent weer opa geworden. Ik heb er een dochter bij’. Stilte. Ik hoorde hem zachtjes snikken en toen hernam hij zich en zei: ’Maar hoe is het eigenlijk met jou?’ Ik kon het niet geloven‿ dat had hij me nog nooit gevraagd. Voor mijn gevoel was het de eerste keer dat we zo met elkaar konden praten. Het bleek ons laatste gesprek te‿ hee, dit wordt toch weer niet zo’n verhaal van hoe erg het allemaal was en zo, toch? Mijn moeder leeft nog, ze is vijfentachtig, het gaat heel goed met haar en – nee, ik wil mijn leed niet overschreeuwen, maar ik hou er ook niet van om narigheid te koesteren. De bottomline is dat ik een geweldige jeugd heb gehad, met een paar ernstige dieptepunten. Die dieptepunten zijn interessant, dat begrijp ik wel, maar ik kan je ook verhalen vertellen over onze vakantie met de Alpenkreuzer – van Alkmaar naar Heemskerk, verder gingen we niet – en hoe we daar allemaal, iedereen, met een zweefvliegtuig mee mochten omdat híj het zo leuk had gevonden. Of hoe mijn vader op zijn tachtigste verjaardag op Texel samen met een instructeur een parachutesprong maakte en na de landing riep: ’Geweldig! Nu jullie!’ Waarop we allemaal – eens maar nooit meer, wat mij betreft – die sprong hebben gemaakt.”

V Gij zult niet doden

„Hopelijk hoeft het nooit getest te worden, maar ik denk niet dat ik in tijden van nood over lijken zal gaan. Ik heb één keer zo’n noodsituatie meegemaakt, toen we met de Dolly Dots een auto-ongeluk kregen. Het was ’s nachts, we reden in onze verlengde Mercedes. Misschien reed de chauffeur iets te hard, maar niemand hield zich aan de maximum snelheid. De weg ging een beetje omhoog; we hadden geen zicht op de twee auto’s die met elkaar in botsing waren gekomen. We knalden er zo bovenop. Nog voor de hulpverleners kwamen begon ik van alles te organiseren. Bijna iedereen in onze auto was gewond geraakt, ik had alleen een kapotte bril. Ik hield het overzicht, zonder erover na te denken. Eerst dit, dan dat. Gewonden uit de auto’s halen, spullen verzamelen, het verkeer een beetje regelen‿ In de auto die wij hadden geraakt was een persoon op slag dood, een ander zag ik sterven. Zoiets vergeet je nooit meer. Ik ben nog altijd bang in de auto, maar ik heb die nacht ook iets geleerd: ik hoor kennelijk bij de groep die in geval van crisis probeert de chaos te bestrijden.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

„Kijk, dit boekje heb ik ooit van mijn zus gekregen: ’De praktijk van de voorlichting’. Ik zal even een stukje voorlezen: ’Je lichaam gaat zich klaarmaken waartoe ieder meisje geroepen is, het moederschap’ blablabla en dan: ’Gij zult geen onkuisheid doen. Welnu, dat kun je nu begrijpen, als je lang achter elkaar op die plaats van je lichaam’ – daar hebben ze het bij het hoofdstukje ’wassen’ al over gehad – ’zou aanraken om daardoor een gespannen gevoel te krijgen, dan is dat onkuisheid doen. Heb je dat goed begrepen? Als je je wast, kan het helemaal geen kwaad, maar als het niet nodig is om je lichaam daar aan te raken en je doet het toch om een gespannen gevoel te krijgen dan is dat verkeerd’. Deze is ook meesterlijk: ’Praat er met je biechtvader over’ – nou, we weten allemaal wat daar van komt – en aan het eind worden de meisjes er nog op gewezen dat ze hun plicht moeten doen als ze ongesteld zijn. Dat is een goede oefening voor later, want: ’In het leven komt het vaker voor dat je er geen rekening mee kunt houden hoe je jezelf voelt omdat anderen jouw hulp nodig hebben’.

Ik heb gelukkig geen last van deze onzin gehad. Ik groeide op in de jaren zeventig. Mijn ouders lieten ons vrij. Ze hadden liever dat we vriendjes mee naar huis namen dan dat we in de bosjes gingen rommelen. Maar ik heb op dat gebied niet voor problemen gezorgd. Ik ben nooit zo wild geweest.”

VII Gij zult niet stelen

„Ik heb nooit gestolen. Ik heb altijd mijn belasting betaald, de verzekering niet opgelicht. Het hoort niet, maar het hoeft ook niet; ik regel het zelf wel. Als je iets van iemand steelt, zal jou later ook iets worden afgenomen. Ik weet niet of het echt zo is, maar dat idee heb ik mezelf altijd voorgehouden. Zo ben ik opgevoed en zo geef ik het aan mijn eigen kinderen door. We waren in Parijs en we dreigden de Thalys te missen. Ik dacht: dat kaartje komt straks wel en sprong over het metrohekje. De kinderen riepen onmiddellijk: ’Dat mag niet!’ Ik had ze wel over die hekjes heen willen trekken. ’Kom op, we missen de trein!’ Ze verroerden zich niet. Heel braaf, heel zuiver. Uiteindelijk hebben we een hotel gezocht en zijn we de volgende dag vertrokken.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

„Over de cover van Linda (mei 2007, AV) waarvoor ik met een aantal 40+ meiden in bikini op de foto ging is nogal wat gedoe geweest omdat er zou zijn gefotoshopt. Volgens mij is dat niet zo. Het enige wat niet klopt is de kleur. Ik kwam binnen en Leco zei: ’Meid, wat ben je wit. Zeker weer niet onder de zonnebank geweest? Hier, smeer je maar goed in’. Voor de rest: puur natuur. Ik was de eerste die ja had gezegd. Tuurlijk, geen gezeur, doen we. Maar toen de dag van de fotoshoot naderde begon ik toch te twijfelen. Rob, mijn man, vond dat ik het moest doen: ’Je bent toch een lekker wijf?’ Dus stond ik daar, met spekjes en al, en ik voelde me zó stoer! Het was om te laten zien dat wij ook maar doodgewone vrouwen waren. Nee, voor de Playboy ben ik niet ijdel genoeg, maar als Paay op haar zestigste in dat blad gaat staan, denk ik: good for you, baby! Laat maar zien, verleg die grens! Paay heeft er altijd fantastisch uitgezien. Nageltjes gelakt, zonder mascara de deur niet uit‿ terwijl ik vanochtend mijn haar nog niet eens heb gekamd. Ik vind het niet erg om zo gezien te worden. Ik heb ooit botox geprobeerd, maar het is niets voor mij. Ik héb nou eenmaal een frons, dat is de zwaartekracht. En zo lang ik met een potloodje mijn mond nog mooi kan maken, waarom zou ik spul in die lippen laten spuiten? Ik ben wie ik ben. Ik heb niks te verbergen. En zal ik je eens iets vertellen? Ik heb me nog nooit zo lekker gevoeld. Bij veertig dacht ik: nooit meer young en upcoming‿ Bij vijftig dacht ik: hatsikidee! Ik weet hoe de dingen werken, ik snáp veel meer. Ik voel me sappig, ik voel me fruitig, ik zit lekker in mijn vel.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

„Toen Rob en ik een relatie kregen, zei ik: ’Laten we voor altijd bij elkaar blijven’. Maar ik heb ook gezegd: ’Voor mij hoef je niets te laten’. Stel je voor dat je nóóit meer met een ander mag zoenen. In het begin ben ik wel eens verliefd geweest, maar sinds we kinderen hebben is dat niet meer voorgekomen. De vrijheid is er nog steeds, maar tegelijkertijd geloof ik dat we het meest trouwe stel zijn dat er is. Ik kan wel flirten hoor, maar leuke mannen hebben meestal al een vrouw en ik zal nooit iets beginnen met iemand die al een ander heeft.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

„Ik weet wat het is, jaloezie, maar ik wil het nooit meer voelen. Het heeft geen zin, je schiet er niks mee op. Een vriendin zei laatst: ’Ja, jij hebt makkelijk lullen’. Het leven heeft me veel gebracht, dat is waar, maar ik heb er ook wel wat voor moeten doen.

Weet je waar de grootste voldoening in zit? Theater. Dat is mijn basis. Kunst, zonder compromis. Ja, met een boodschap. Weet je wat ik mooi vind? ’s Nachts, in het vliegtuig door het gangpad lopen en al die slapende mensen zien. Wij, met z’n allen, in die pijp, reizend door de nacht. Dan voel ik echt een diepe, diepe liefde. Over die verbintenis heb ik het, in ’Label’. Ik eindig de voorstelling met: ’Of je nou religieus bent of van God los, wees zuinig op je brein. Ervaar het met links, sla het op met rechts. Je zou het nog wel eens nodig kunnen hebben’. Ja, Angela, boodschapper van God. Ome Cas had gewoon gelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden