Andriessens zesde opera is wervelend spektakel

OPERA

De Nationale Opera/Holland Festival

Theatre of the World ****

Een ijzersterke partituur die vernuftig in elkaar zit, een prima libretto, een flitsend decor, een kleurrijke enscenering, een enthousiast publiek. 'Theatre of the World', zaterdagavond tijdens het Holland Festival te water gelaten, zou zomaar eens Louis Andriessens beste opera kunnen zijn. Zelf noemt hij het een 'groteske in negen scènes' en die vlag dekt de lading volledig.

Dat groteske en baldadige, dat kennen we van Andriessen. Theatre of the World, over de zeventiende-eeuwse wetenschapper/charlatan Athanasius Kircher, zou door niemand anders gecomponeerd kunnen zijn. Het is Andriessens zesde opera. En die zes groteske opera's zijn - grote klasse - allemaal door De Nationale Opera in première gebracht. Beginnend met 'Reconstructie' (1969), waarvan Andriessen een van de componisten was, en voorlopig eindigend met 'Theatre of the World', geregisseerd door DNO-directeur Pierre Audi zelf. Een tijdspanne van bijna een halve eeuw met start- en eindpunt in Theater Carré.

Carré, van huis uit een circustheater, is de juiste plek voor Andriessens wervelende spektakel. De Quay Brothers ontwierpen voor de ronde speelvloer daar een ingenieus decor en maakten ook de videobeelden die op de achterwand geprojecteerd worden. Audi's regie is luchtig en licht, probeert niets te duiden in dit verhaal dat net als het hoofdpersonage - hij reconstrueerde het stoelenplan van Noachs ark - alle kanten op schiet. Er zit zwarte humor en vaart in de voorstelling die door het Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw meesterlijk begeleid wordt.

Met een duister thema voor bastrombone zet Andriessen zijn compositie in beweging. Dat fraaie thema keert regelmatig terug als een markante bouwsteen. Er zijn lyrische passages voor dwarsfluiten, en er is een operateske clichéclimax als Kircher de titel van de opera uitzingt. Andriessen pareert die passage wel meteen met een lekkere lome beat als de drie heksen opkomen - cabaretzangers volgens de componist.

Het libretto van de Duitse schrijver Helmut Krausser is heerlijk zingbaar en humoristisch. De zangers gaan uitstekend met noten en woorden om. Voorop de Britse bariton Leigh Melrose, die met zijn expressieve stem en zijn bijzondere acteertalent ronduit een sensationele Kircher neerzet. Tenor Marcel Beekman is een aandoenlijke Paus Innocentius XI en sopraan Lindsay Kesselman speelt en zingt de rol van A Boy met aanstekelijke overgave. Haar aria 'Ma in Egitto' is onvervalste opera.

De scènes tussen twee geliefden voelen wat overbodig aan, net als de epiloog waarin Voltaire, Goethe, Descartes en Leibnitz reflecteren op Kircher. Ook de rol van beul komt niet echt uit de verf. Maar verder toont Andriessen zich heer en meester over de partituur, met muziek die indruk maakt en beklijft. Zwakste schakel in het geheel is Andriessens muze Cristina Zavalloni (zuster Juana). Ze komt steeds schitterend op in een zwevend bidprentje maar zingt onmachtig met een amechtig mekkervibrato. Grotesk.

Nog t/m 19 juni. www.dno.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden