Levenslessen

Andrée van Es: ‘Ik was vaak verliefd om het verliefd zijn’

AndréeŽ van Es Beeld Merlijn Doomernik

Oud-politica Andrée van Es (65) zocht drie jaar geleden haar jeugdvriendje weer eens op, en is nu gelukkig met hem. ‘Soms lijkt het alsof we al veertig jaar samen zijn, terwijl dat niet zo is.’

1. Geef je kinderen liefde en ruimte

“Ik ben de jongste van twee dochters, mijn zusje is anderhalf jaar ouder dan ik, en als klein kind was ik verlegen. Ik was iemand die eerst toekeek, maar vervolgens deed ik dan toch gewoon wat ik zelf wilde - zonder het te vragen. Mijn ouders waren enorme levensgenieters en dol op elkaar. Ze hielden van feesten en gezelligheid en waren niet bekrompen: er kwamen kunstenaars over de vloer en mensen met een andere levensstijl. De vriendjes met wie wij thuiskwamen, vonden ze allemaal goed: ‘als mijn kind maar gelukkig is’ was hun motto.

Ik was in die tijd - tweede helft jaren zestig - een beetje een buitenbeentje in het gezin, want ik was een tobber. Ik ontdekte het onrecht in de wereld en was serieus: ik zette me niet alleen af tegen die feesten en gezelligheid, ik ontdekte ook dat dat niets voor mij was. Mijn ouders waren geen wereldverbeteraars - mijn vader zei altijd: ‘Relativeer.’ Dat vond ik toen iets om heel driftig van te worden, maar nu ik zelf ouder word, leer ik dat waarderen.

Wat ik mooi vind, is dat mijn ouders mij nooit inperkten: ik kon me ontwikkelen zoals ik zelf wilde en later zei mijn vader: ‘Je hebt mijn wereld vergroot’. Want de PSP, nou ja dat was in hun ogen toch extreem-links, en toen ik bijvoorbeeld betrokken was bij een hongerstaking van Marokkanen, in 1975, kwamen zij bij de beëindiging van die hongerstaking heel liefdevol kisten vol sinaasappels brengen. Hun liefde en ruimte heb ik ervaren als een enorm voorrecht.”

2. Hou ook van de buitenwereld

“Je kunt je dierbaren niet genoeg waarderen, maar het is óók belangrijk dat je van de wereld om je heen houdt. Wat mij steeds inspireert, is het boek ‘De grote volksverhuizing’ van Hans Magnus Enzensberger. Daarin zit een scène die zich afspeelt in een treincoupé voor zes personen, en hij beschrijft wat je denkt als je daar in je eentje zit en er komt iemand binnen: hè, ga weg, ik zit hier zo lekker rustig. Dan komt er een derde persoon bij en ontstaat er tussen de eerste twee personen ongemerkt een bondje: hè, ga weg, wíj zitten hier zo lekker rustig.

Enzensberger heeft heel precies beschreven wat er maatschappelijk gebeurt als het om nieuwkomers gaat, en daar zit zo’n waarheid in. Want het is verleidelijk om in je eigen kringetje te blijven, terwijl het er om gaat je hart of geest open te stellen voor mensen die je niet kent en van wie je niet weet wat je kunt verwachten. Een nieuwkomer heeft minder krediet dan de mensen die je al kent.”

3. Ware liefde bestaat

“Ik was vroeger vaak verliefd om het verliefd zijn: om het gevoel van spanning, en dat was niet per se aan die ene persoon gekoppeld. Er waren ook oprechte relaties die stukliepen, maar ware liefde heb ik pas later leren kennen, bij Maarten (Tweede Kamerlid Van Traa, CB). Al vind ik het een beetje lastig om daarover te praten omdat ik geen mensen wil afvallen.

Liefde kan voor mij alleen ontstaan in wederkerigheid. Dat betekent dat er gelijkwaardigheid is, maar ook weerstand. Je plaatst elkaar niet op een voetstuk, maar ontwikkelt samen iets waardoor je je afweermechanisme kunt afbreken: dat was voor mij belangrijk, omdat ik uiteindelijk altijd nog een beetje dat meisje was dat op afstand bleef, dat toekeek. Ik ontdekte dat je in een relatie de ander niet steeds kunt beoordelen of veroordelen, en zelf buiten schot blijven.

Door Maarten met z’n hele hebben en houden te accepteren, gold dat ook andersom: ik hoefde niet perfect te zijn. Ik wist niet dat zoiets bestond, en het is erg de moeite waard om dat te proberen in een relatie. Ik zie soms bij jonge mensen die aan het daten zijn dat ze vooraf al zo veel eisen stellen. Wat jammer, denk ik dan, want dan begin je meteen met een oordeel en moet iemand in een mal passen: dat staat een verhouding of liefde ontzettend in de weg. Doordat ik die afweermechanisme uiteindelijk kon afbreken, durfde ik kwetsbaar te zijn en - het is een beetje een cliché - durfde ik afhankelijk te zijn. Zó afhankelijk, dat zijn dood ruim twintig jaar geleden de grond onder mijn voeten vandaan haalde.”

4. Iedereen rouwt op zijn eigen manier

“Veel mensen zeiden nadat Maarten was verongelukt: ‘Wat een pech dat jou dit nu moet overkomen. Ben je niet kwaad?’ Dat gevoel had ik helemaal niet. Ja, het was verschrikkelijk en het was nergens ‘goed’ voor, maar het vormde me wel in het zachter worden naar anderen en in het niet-oordelen. Mijn zoon was destijds negen, en dat werkte wel hoor: ik moest er meteen voor hem zijn en het niet loodzwaar maken. Dat gaf me een strak houvast. Na drie weken ben ik, op aanraden van mijn vader, weer gaan werken.

Ik zat in die tijd grote congressen voor, en dat was lastig. Want iedereen wist het: het ongeluk was voorpaginanieuws. Dus ook in zo’n volle zaal, die ik voorzat, wist iedereen het. Dat was heftig, want je krijgt op zo’n moment ook heel gekke gevoelens - zoals schaamte - die nergens op slaan. Maar de zaal applaudisseerde hartverwarmend, waardoor ik gelijk voelde: dit is aardig bedoeld en dat hielp me erdoorheen. Ik ontdekte ook dat je over rouw niet kunt oordelen: iedereen moet dat voor zichzelf uitvinden, er is geen juiste weg. Ik hield me vast aan wat mensen zeiden, dat rouw drie jaar zou duren. Maar na die drie jaar dacht ik: er is nog steeds een enorm gat. Het was het moment dat ik terug naar af moest en in therapie ben gegaan.”

Andrée van Es Beeld Merlijn Doomernik

5. Draag vriendschappen op handen

“Ik heb geen vriendschappen waarbij we elkaar drie keer per dag appen, maar door de jaren heen zijn mijn vrienden wel mijn ‘Amsterdamse familie’ geworden. We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar hebben toch vaak aan een half woord genoeg. Doordat je elkaar al lang kent, gaan irritaties ook een rol spelen - je kunt bij wijze van spreken niet met iedereen op vakantie - maar dat doet er niet toe: door de jaren heen is er een gehechtheid ontstaan waardoor je bij elkaar hoort.

Dat is het mooie van ouder worden: op je twintigste weet je nog niet dat je je vrienden later zo gaat waarderen. Ik heb ook mensen verloren omdat ze mij op een voetstuk plaatsten en me het gevoel gaven dat ik alles kon maken: ik heb al jong gezien dat je je niet moet laten meeslepen door een gevoel van ijdelheid. Ook in vriendschappen moet er gelijkwaardigheid en weerstand zijn: echte vrienden pikten niet alles van me en zo leerde ik met kritiek om te gaan.”

6. Zonder liefde voor kunst gaat het leven niet

“Via kunst kun je dingen toelaten die in het echt misschien te rauw of te gruwelijk zijn. Kunst vergroot mijn wereld. Via kunst kan ik echt ervaren wat schoonheid is, en hoe belangrijk dat is: het helpt me om de lelijke dingen weer aan te kunnen. Maar het gaat ook over fantasie en inlevingsvermogen: als je dat niet bezit, dan helpt het als je als samenleving kunstenaars in staat stelt om dat wel uit te leven. Zo durf je gevoelens en waarheden onder ogen te zien waar je zonder verbeelding niet bij komt. Voor mij is niets troostender dan een museum. Er is rust, tijd, er lopen mensen rond. Al ga ik maar één schilderij bekijken, of één beeld. Muziek kan ook veel bij me losmaken en me soms als een dolksteek raken. Zonder kunst lukt het leven niet.”

7. Liefde kan terugkeren

“Sinds drie jaar is er weer een liefde in mijn leven: het vriendje met wie ik van mijn zeventiende tot mijn twintigste een relatie had. Destijds hadden we andere toekomstverwachtingen: toen bestond een beetje het beeld dat je als vrouw huisvrouw moest worden. Niet dat hij dat expliciet van mij verwachtte, maar alleen al dat idee vloog mij enorm naar de keel. Ik wilde nog zo veel ontdekken en gaan werken.

Drie jaar geleden heb ik weer contact gezocht en het bijzondere is dat we allebei het leven hebben geleid dat we wilden leiden, waardoor we nu met elkaar de goede dingen kunnen kiezen en ontwikkelen. Ook hier speelt mildheid en niet-oordelen een rol: ik hoef hem niet meteen langs de meetlat te leggen. Daarnaast voel ik ontroering en dankbaarheid omdat ik weer iemand heb teruggevonden, of eigenlijk: niet kwijt ben. Het was dus toch echt liefde, destijds.

Soms komen er zelfs herinneringen terug die ik was vergeten. Op een bepaalde manier lijkt het alsof we al veertig jaar samen zijn, terwijl dat niet waar is. Het is mooi, omdat je het gevoel niet helemaal kunt grijpen. Ik wist dat een nieuw iemand het altijd zou afleggen tegen Maarten, maar dat speelt niet met iemand die er al was: die is nooit een concurrent.”

8. Heb geen angst om langs de kant te staan

“Ik ben nu vijfenzestig en vind het fijn om stapsgewijs minder te werken. Mijn energie neemt af en ik kan niet meer van die heel lange werkdagen maken: dan ben ik de volgende dag echt moe of slaap ik slecht. Alles moeten bijhouden of netwerken, daarvan denk ik steeds vaker: waarom? Tijd doorbrengen met mensen bij wie ik me fijn bij voel, komt daar steeds meer voor in de plaats. Het is verleidelijk om maar rond te blijven rennen en overal je mening over te geven, maar ik denk heel bewust: nee. Dat moeten jonge mensen doen, zíj moeten een stap naar voren zetten, ik niet.

Het burgemeesterschap van Amsterdam heeft vorig jaar wel even gespeeld, mensen zeiden: Ja, dat moet je doen! Maar ik zie Femke Halsema, die vijftien jaar jonger is, dat met zo’n overgave en energie doen: dat had ik nooit kunnen opbrengen. Ik geloof erg in de wijsheid en de waarde van ouderen, maar er gebeuren nu zoveel dingen met zo’n snelheid die mensen van twintig jaar jonger totaal anders beleven dan ik. Ik ben niet bang om langs de kant te staan.”

Oud-politica Andrée van Es (Den Haag, 1953) studeerde bestuurswetenschappen in Utrecht en begon haar politieke loopbaan in 1975 als fractiemedewerker van de PSP. Van 1981 tot 1990 zat ze voor de PSP, later GroenLinks, in de Tweede Kamer - vanaf 1985 als fractievoorzitter. Na haar politieke carrière werkte ze o.a. voor de VPRO en was ze directeur van debatcentrum De Balie in Amsterdam. In 2001 hielp Van Es Máxima Zorreguieta bij haar inburgering in Nederland, en van 2010 tot 2014 was ze wethouder voor GroenLinks in Amsterdam. Nu is ze voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Lees ook:

Oud-nieuwslezer Noraly Beyer: Ik kan iedereen aanraden om te leren alleen te zijn

Oud-nieuwslezer Noraly Beyer (72) is in het Amsterdam Museum te zien op de expositie ‘1001 vrouwen in de 20ste eeuw’. ‘Natuurlijk weet ik wel dat veel mensen niet alleen kunnen zijn, maar soms denk ik bij vrienden weleens: probeer het nou maar. Want ze worden helemaal gek alleen al bij het idéé geen partner meer te hebben of dat hun kinderen de deur uitgaan.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden