Andrée de Jongh 1916-2007

Haar vader zei altijd: ’Als je bang bent, ga dan eerst na of het de moeite is om bang te zijn’. Dat zinnetje herhaalde Andrée de Jongh vaak als ze geallieerde militairen te voet over de Pyreneeën loodste.

Toen ze werd geboren waarde de Eerste Wereldoorlog door Europa. België zat er tot over de oren in, Nederland was neutraal. Een jaar eerder, in november 1915, was in België, onder veel internationale verontwaardiging, de Engelse verpleegster Edith Cavell voor een Duits vuurpeloton gestorven. Die had zo’n 200 Britse en Franse soldaten uit België naar Nederland helpen ontsnappen.

De jonge Andrée, bijnaam Dédé, jongste dochter van het hoofd der school aan de Rue Gaucheret in Schaerbeek, hoorde het verhaal ook: haar vader vertelde het keer op keer. Het maakte grote indruk. Toen ze 24 was brak er opnieuw oorlog uit en opnieuw werd België bezet. Andrée werkte op dat moment in Malmédy als reclametekenaar bij een bank. In de avonduren volgde ze een cursus bij het Rode Kruis om op een ambulance te kunnen werken. Nu het oorlog was, haastte ze zich terug naar Brussel en ging bij het Midi-station op een ambulance werken. Later werkte ze in een militair hospitaal in Brugge.

Samen met de radiotechnicus Arnold Deppé begint ze eind december 1940 een vluchtroute naar Engeland op te zetten. Er zaten in België sinds de slag bij Duinkerken in 1940 immers talloze Britse soldaten ondergedoken. Het verzet voorzag ze van voedsel, maar het leek Andrée praktischer om ze terug naar Engeland te krijgen – dan konden ze weer aan de strijd deelnemen. Maar de Noordzee recht oversteken is onmogelijk. De route die Deppé en De Jongh opzetten leidt door Frankrijk, de Pyreneeën over, het neutrale – maar nazi-vriendelijke – Spanje in, en dan via Gibraltar naar Engeland. In juli 1941 maakte ze de tocht voor de eerste keer.

Deppé wordt op de grens met Frankrijk gearresteerd als hij zes man probeert weg te helpen. De Jongh zit op dat moment in Bayonne. Daar in de buurt woont een Belgisch echtpaar, de De Greefs, die van onschatbare waarde zijn in het contact met de Baskische berggidsen. In België neemt Andrées familie, die tot dan van niets wist, Deppé’s werk over: haar ouders, een tante, haar oudere zus Suzanne, haar Oostenrijkse zwager Wittek. Haar vader Frédéric – die zijn dochters opvoedde met het devies ’Als je bang bent, ga dan eerst na of het de moeite is om bang te zijn’, wat Andrée zichzelf vaak inprent als ze ’s nachts met vier, vijf militairen de bergen overstak – wordt in 1943 gearresteerd. De Duitsers geloven niet dat niet hij, maar zijn dochter de grondlegger van de vluchtlijn is. Hij wordt in Parijs gefusilleerd.

In anderhalf jaar tijd steekt Andrée de Jongh zo’n 35 keer de Pyreneeën over. De vluchtroute is snel: dat levert hem bij de Britten de naam ’Komeet’ op. Wie met de Komeet uit België vertrekt, staat in negen dagen aan de voet van de Pyreneeën en is vier dagen later op het Britse consulaat in Bilbao.

Maar een vluchtroute over zo’n lange afstand vergt de medewerking van honderden mensen en is dus gevoelig voor verraad. In 1942 infiltreren twee Duitsers die doen alsof ze neergestorte Amerikaanse piloten zijn. Het leidt tot vele arrestaties. In 1943 gaat het niet alleen met Frédéric de Jongh fout. Andrée de Jongh wordt zelf ook gearresteerd. Ze zit maanden in Frankrijk in allerlei gevangenissen en wordt gefolterd, tot ze in de zomer van 1943 op transport wordt gezet en achtereenvolgens in Ravensbrück en Mauthausen terechtkomt. Ze overleeft twee jaar concentratiekamp en komt eind april 1945 vrij.

Na de oorlog nam Andrée de Jongh haar oude beroep weer op; nu werkte ze als reclametekenaar bij Sabena. Maar het bevredigde haar niet meer. Ze werd in 1947 katholiek, ging in opleiding voor verpleegster, specialiseerde zich in tropengeneeskunde en ging uit bewondering voor de 19de eeuwse priester Damiaan, die ooit op Hawaï bij de leprozen werkte, naar de tropen. Van 1954 tot 1982 werkte ze tussen de leprozen van Congo, Kameroen, Ethiopië en Senegal.

Om gezondheidsredenen keerde ze naar Brussel terug, waar ze in het rusthuis voor oorlogsinvaliden in Ukkel woonde. Van de sportieve jonge vrouw die talloze malen de bergen overstak en zo meer dan 800 mensen weg kreeg uit bezet gebied, was inmiddels weinig meer over. Ze zat in een rolstoel en kon bijna niet meer zien. Als haar werd gevraagd wat ze zich van de oorlogsjaren het sterkst herinnerde, zei ze: „De vrolijkheid, onder de mensen die hun leven op het spel zetten.”

Andrée de Jongh werd op 30 november 1916 in het Belgische Schaerbeek geboren. Ze overleed in Brussel op 13 oktober 2007.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden