Andreas Scholl hoeft zich niet tot het lied uit de barok te beperken

AMSTERDAM - Het mag verbazing wekken dat de jonge concertorganisator Fred Luiten er in luttele jaren in is geslaagd om uit het niets volle zalen in het Amsterdams Concertgebouw te trekken voor zijn barokprogramma's.

Natuurlijk spreken de artiesten die hij inzet - zoals Michael Chance, Emma Kirkby en Philippe Herreweghe - tot de verbeelding, maar toch is het moeilijk om publiek te winnen voor nieuwe series, vooral op het overbevolkte terrein van de barokmuziek waar zoveel oude en nieuwe namen om aandacht vragen.

Zo'n betrekkelijk nieuwe verschijning is de countertenor Andreas Scholl. Vrijdagavond gaf hij in de zeer goed gevulde kleine zaal een fraai debuut als liedzanger. Hij wist voor de pauze met een aardige selectie uit 17de en 18de eeuwse Duitse liedboeken allerlei gemoedsstemmingen over te brengen die worden opgewekt door de liefde.

Die teksten vertonen niet de individualiteit die enkele generaties later in de romantiek werd geventileerd; er is vooral sprake van modellen zoals werden gebruikt bij de dichters van de renaissance en vroeg-barok. Nachtstemmingen die de dichter Martin Oppitz neerschreef, lees je bijvoorbeeld in vrijwel identieke bewoordingen ook bij onze Gerbrand Adriaansz. Bredero. Muzikaal werden de regels gedragen door tamelijk vormelijke melodische patronen, die ook in de kerk als gezangen dienst deden. Toch wisten toondichters als Heinrich Albert (1604-1651) en Johann Krieger (1649-1725) zich geprikkeld in hun fantasie. De heftige ontladingen over een leven zonder liefde waren voor Albert aanleiding tot felle uitschieters naar hoog en laag. Andreas Scholl zette met een krachtige stem de 'Trübsal, Kummer, Herzenglut' in klank om. Hij kon er mee demonstreren hoe makkelijk zijn falsetstem zich weet te wenden dankzij een geheide stemtechniek.

Nog mooier was zijn verklanking in het verstilde 'An die Einsamkeit' van Krieger. Boven een zich herhalende baslijn plooide zich een melodie vol melancholie, waar Scholl ziel en zaligheid in kon leggen met een vloeiende zangstijl. Op zulke momenten was goed merkbaar dat Scholl in de leer is geweest bij René Jacobs. Hij heeft zich er, met stemmiddelen die rijker zijn dan die van zijn leermeester, tot een groot vocaal karakter kunnen ontwikkelen.

Dat ook het theater makkelijk binnen zijn bereik ligt, viel af te luisteren in het geestige 'Kunst des Küssens' van Andreas Hammerschmidt en de Italiaanse cantate 'Vedendo amor' van Hündel over een vogeltje dat met een pijltje door het liefdesgodje wordt gevangen. Scholl kwinkeleerde er lustig op los, geraffineerd omspeeld door klavecinist Markus Mürkl. Ook als solist in stukken van Fischer en Hündel betoonde hij zich een vaardig klavierspeler. Het recital had echter aan karakter gewonnen als de begeleiding bij enkele liederen door een luit was gedaan; zeker 'Der Liebe Macht herrscht Tag und Nacht' van Adam Krieger klonk op klavecimbel magertjes.

In zijn 'Barokwereldserie' presenteert Luiten behalve oude muziek ook moderne composities: op 23 april laat countertenor Michael Chance zich horen in een programma met 20ste eeuwse, Engelse componisten als Britten en Tippett. Het lijkt me dat ook een zanger als Scholl zich niet hoeft te beperken tot de barok.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden