André Rieu is géén kitsch

INTERVIEW | Wat is kunst en wat is kitsch? Maaike Meijer, medeauteur van een boek over André Rieu, is sceptisch over het verschil. Ze vraagt zich af wie belang heeft bij zulke etiketten.

Wat is kunst eigenlijk? Dat zou een makkelijke vraag moeten zijn voor Maaike Meijer, die zich al een leven bezig houdt met onder meer poëzie - ze schreef een biografie van de dichteres Vasalis. Toch antwoordt ze pas na een lange stilte: "Het is in elk geval niet nuttig". Filosofisch gezien is zo'n antwoord veelbelovend. Kennelijk denkt Meijer, emeritus hoogleraar en biografe, zélf na over kunst en twijfelt ze aan pasklare antwoorden. Want waar zou je die moeten zoeken, als het gaat over kunst? Misschien bij de definitie van kitsch? Want wat kitsch is, is geen kunst, dat staat vast. Een sentimenteel prul is geen meesterwerk, en Beethoven is geen André Rieu.

Maar daar beginnen meteen de problemen, vindt Maaike Meijer. Zelf is ze helemaal niet zo zeker dat er tussen kunst en kitsch een duidelijke lijn te trekken is, laat staan dat het één hoger staat dan het ander. Het onderscheid tussen de twee is 'uitermate beweeglijk'.

Eén van de artiesten die haar aan het denken zette is André Rieu, de populaire maestro die ondanks, of misschien wel óm zijn succes alom wordt gerekend tot de ondercategorie in de muziek. Met zijn eeuwige glimlach, zijn meezingers, zijn esthetisch effectbejag, wordt Rieu door mensen die het kunnen weten gerekend tot de kitsch, tot het tegendeel van een serieus te nemen musicus. Maar toen Maaike Meijer één concert van de wereldster had bijgewoond was ze verkocht. "Eerst zat ik er nog wat sceptisch bij, maar bij de toegiften was ik om: het was heerlijk, het was gierend over the top, het was één groot feest!"

Fijn voor u. Maar het blijft kitsch, toch?

"Maar waarom eigenlijk? Waar komt dat label vandaan? Waarom wordt het verschil tussen kunst en kitsch zo enorm zwaar aangezet? Dat is zeker niet altijd zo geweest. In de Middeleeuwen ging iedereen samen naar het carnaval, de boeren én de landadel. Maar op een gegeven moment wilde die adel zich onderscheiden. Ze vonden boeren ineens lomp. En dus gingen ze in de stad feestvieren, zonder de boeren, met hun eigen muziek, hun eigen liederen. Dat was het begin van een kloof tussen hoge en lage cultuur die zich steeds verder heeft verdiept. Tot onze tijd, want nu groeien de twee juist weer naar elkaar toe. Kijk maar naar André Hazes. Vroeger zou de elite daar nooit van hebben gehoord. Maar nu zingen studenten in de kroeg uit volle borst 'Zij gelooft in mij'.

André Hazes: dat is camp. Maar André Rieu wordt door kunstkenners echt gehaat.

"Ja waarom al die emoties uit de klassieke hoek, al dat verzet? Dat wil ook wel eens weten." Maaike Meijer denkt na. "Ik denk dat het zo zit: als je erkent dat Rieu emotioneler is, feestelijker, als je erkent dat mensen dat leuk vinden, dan besef je bijna dat je het misschien zelf óók leuk vindt, dat feestelijke. Maar je mág het niet leuk vinden. Dat is de prijs die je betaalt om bij de elite te behoren. Tijdens een klassiek concert moet je eerbiedig stilzitten en je mond houden. Je mag niet eens kuchen. Alleen vindt niemand zo'n optreden leuk, en dus komen er steeds minder mensen naar zulke concerten toe."

Dus moeten alle violisten maar een soort André Rieu worden?

"Dat heb ik niet gezegd. Ik vind alleen niet dat het één boven het ander staat. Je kunt over kunst beter denken in termen van biodiversiteit. Waarom zou je elkaar geen eigen muzieksmaak gunnen? Zelf heb ik weinig met jazz, terwijl ik dol ben op Bach en Amy Winehouse, maar ik voel niet de behoefte dat aan anderen op te leggen. Natuurlijk is niet alles hetzelfde, maar André Hazes komt ook uit een andere traditie dan Beethoven, namelijk uit de negentiende-eeuwse traditie van het melodrama, van de opera. Van allebei die tradities kun je genieten, ook al vraagt het genieten van Beethoven en andere 'hoge' kunst vaak meer voorkennis dan die van de volksmuziek, die heel direct je hart raakt. Maar het zou een misdaad zijn om één van de twee weg te strepen."

Gebeurt dat dan? Worden er kunstvormen weggestreept?

"Minder dan vroeger. Maar het is zo vaak gebeurd dat ik sceptisch ben geworden over absolute kwaliteitsnormen. Toen de roman opkwam en schrijfsters als de Brontë's, George Sand en madame de la Fayette groot succes hadden, ook commercieel, wekte dat jaloezie. Het leidde tot een enorme culturele strijd waarbij mannen zichzelf uitriepen tot de avant-garde, tot alles wat groots en belangrijk was. Er ontstonden stromingen als de naturalistische en de psychologische roman, maar wat vrouwen schreven heette voortaan 'damesroman', dat was gebabbel, zelfs een boek als 'De negerhut van Oom Tom', dat enorme politieke invloed had. Daarvan heb ik geleerd dat wat we kunst noemen - en wat niet - de uitkomst is van een strijd. Een gevecht over wie mee mag doen. En daarin zijn vrouwen nogal eens een kopje kleiner gemaakt."

Maakt het u eigenlijk iets uit als kunst met een grote K verdwijnt?

"Als je daar klassieke muziek mee bedoelt: ja. Ik zou het vreselijk vinden als jongeren nooit meer Beethoven zouden horen, of nooit meer een mooi gedicht zouden lezen. Als ze alleen maar tv of YouTube zouden kijken, daar is ontzaglijk veel troep op te zien. Ik zei het al: mijn ideaal is diversiteit. Maar het is vooral belangrijk dat je leert waarom iets is gemaakt zoals het is gemaakt. Als je dat leert, op school bijvoorbeeld, kún je pas gaan genieten van kunst. Maar eigenlijk geldt dat voor alles. Ook bij reclame of onbenullige tv-programma's kun je uitleggen hoe het werkt. Dán wordt het interessant. Zelfs van een avond met troep-tv kun je een prachtige analyse maken, een analyse die zelf géén troep is. Ik denk dat je kwaliteit daarin moet zoeken, in die manier van kijken, in analyseren met kennis van zaken - ja dat zou je aandachtig schouwen kunnen noemen."

André Rieu wil mensen gelukkig maken

"Ik ben wel bij twintig repetities van André Rieu geweest", zegt Maaike Meijer. En de conclusie is dat er ten onrechte wordt neergekeken op Rieu. "Kitsch is dit niet. Kitsch noem ik iets wat je doet op de automatische piloot. En Rieu is niet cynisch, hij werkt echt met plezier. Hij streeft een ander soort perfectie na dan het Concertgebouworkest. Daar moet het allemaal precies goed, elke ademhaling die op het blad staat, moet je ook volgen. De perfectie die Rieu nastreeft is dat het mensen bereikt. En die musici van hem spelen bloedig hoor - én alles uit hun hoofd. Daardoor krijg je een hele andere uitvoering. Veel lichamelijker. Er zit echt schwung in. Rieu geeft ook wel les op het conservatorium en zegt dan: doe dat blad eens weg. Daar schrikken studenten dan van, maar alleen zo kun je optimaal contact maken met het publiek en het een feestelijke, emotionele, hartverwarmende avond bezorgen. André Rieu wil mensen gelukkig maken, veel moderne kunst wil mensen juist schokken en uitdagen, dat is het verschil. Rieu is pre-modern, hij botst niet met zijn publiek. Hij voldoet aan andere behoeften, maar zijn aanpak is in mijn ogen even legitiem als de modernistische kunst van de oppositie.

Maaike Meijer

Maaike Meijer (1949) is Neerlandica en literatuurwetenschapper. Zij publiceerde over poëzie, over gender, en op het gebied van cultural studies. Ze werkte aan de universiteiten van Utrecht en Maastricht en is daar nu honorair hoogleraar genderstudies. In 2011 verscheen haar biografie van de dichter M. Vasalis. Samen met J. Van den Boogard en P. Peters schreef ze 'Rieu. Maestro zonder grenzen. Een studie naar culturele dynamiek met Rieu als exemplarisch voorbeeld'. Op dit moment werkt Meijer aan een biografie over schrijfster en dichteres F. Harmsen van Beek.

Een volksfeest in Maastricht

"Een willekeurig concert van André Rieu. Het Vrijthof van Maatricht is afgeladen vol, naast het podium staan twee enorme schermen zodat het op de achterste rijen en de terrassen ook goed te zien is. Negen uur. De intocht begint. Met spattend vuurwerk op de schermen marcheren de musici van achteren uit het Vrijthof naar het podium. Het is direct feest. Rieu heet ons welkom: We zijn hier op de 'sjoenste (mooiste) plek van de wereld', op het 'sjoenste plein van Mestreech (Maastricht)'. Dan opent het orkest met 'Geschichten aus dem Wienerwald' van Johann Strauss. (...) Een fluitist die een jazzy solo aanheft, gaat helemaal uit zijn dak, alvorens neergemaaid te worden door een collega en knock-out op zijn stoel te vallen. Dan weer voort met het hele orkest en de lieftallige citer. Als we allemaal denken dat het afgelopen is, klinkt er van links plotsklaps nog een donderende piano-solo, van een in prachtige gele jurk gestoken soliste, die de citer totaal wegvaagt. Het publiek schatert: het is leuke muziek, het is een slapstick en tegelijk ook een persiflage op het instituut klassieke muziek. 'Dit is de sjoenste aovend van mien gaanse lèeve' roept Rieu ons toe en kondigt het trio 'The Platin Tenors' aan. De drie zingen de Italiaanse classic 'Tiritomba', ook bekend omdat Willy Alberti het graag zong. Er vloeien tranen bij deze muziek, moeders en dochters omklemmen elkaar, grote mannen halen zakdoeken tevoorschijn. (...) Het toegiftenprogramma is een concert op zich. 'Adieu mein kleine garde-offizier' lijkt het afscheidslied te worden. Er daalt een confettiregen op ons neer. Het klapstuk wordt de evergreen 'Marina', aangedreven door de klarinettiste - tevens begaafd comedienne - op een fluitje. Besloten wordt met salvo's heftig knallend vuurwerk. Het hele plein staat op zijn kop. Langzamerhand gaan de mensen naar huis, innig gelukkig. Dit is geen concert maar een uitzinnig volksfeest."

Dit is een ingekort fragment uit 'Rieu, maestro zonder grenzen', het boek dat Meijer dit jaar schreef met Jac van den Boogard en Peter Peters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden