André Kuipers gaat studenten lokken

Wat is de houdbaarheidsdatum van een ruimtevaarder? Pas geleden werd duidelijk dat André Kuipers, ook na zijn ruimtemissie van alweer een halfjaar geleden, nog steeds hot is.

De Vrije Universiteit in Amsterdam benoemde hem tot bijzonder hoogleraar ruimtevaart en geneeskunde. Niet zozeer vanwege zijn enorme wetenschappelijke statuur, maar vooral omdat hij als geen ander in staat wordt geacht jongeren te enthousiasmeren voor wetenschap en technologie. Kuipers lijkt die rol van boegbeeld van het Nederlandse technische kunnen met zijn inmiddels bekende gretigheid op zich te willen nemen.

Kuipers' benoeming is gisteren ingegaan. Echt veel hoeft hij niet te doen aan de VU: af en toe een college geven, wat meepraten over onderzoek en stages regelen voor studenten bij zijn werkgever, de Europese ruimtevaartorganisatie Esa. Hij krijgt dan ook geen salaris of een formele deeltijdaanstelling. Vrijblijvendheid is troef, maar in de tussentijd heeft de VU wel mooi een uithangbord van formaat. Bovendien is de concurrentie afgetroefd: de TU Delft (met een faculteit lucht- en ruimtevaarttechniek) en de Universiteit van Amsterdam (Kuipers' alma mater).

Kort na zijn missie had Kuipers al wel aangegeven dat er belangstelling voor hem was vanuit de academische wereld. Daar kon hij ook wel op wachten, gezien het carrièreverloop van andere universitair gevormde ruimtevaarders. Het meest sprekende voorbeeld is Wubbo Ockels, die zich verbond aan de Delftse universiteit. Met succes, want daar werd na zijn aantreden een 'Ockels-effect' waargenomen: het aantal aanmeldingen van studenten schoot ineens omhoog. Dat Ockels van huis uit kernfysicus is en op het gebied van de aëronautiek geen enkele onderzoekservaring inbracht, deed er niet toe. Inmiddels bezet Ockels een andere leerstoel, op het gebied van duurzame energie.

De omarming van ruimtevaart en wetenschap is niet iets van alle tijden. De eerste generaties astronauten moesten helemaal niets hebben van onderzoekers die hen experimenten wilden laten uitvoeren in de ruimte. Dat leidde alleen maar af van de hoofdopdracht die ze destijds nog hadden: het controleren en uittesten van het ruimtevaartuig. Astronauten waren doorgaans straaljagerpiloten, en die hadden allesbehalve feeling met academici. En andersom, overigens. Aan Amerikaanse zijde duurde het tot 1972 voordat een echte wetenschappelijk geschoolde astronaut meevloog. Dat was Harrisson Schmitt, een geoloog, die met iets meer kennis en inzicht dan de voorgaande maanwandelaars stenen mocht oprapen tijdens de Apollo-17 missie. Zijn late toevoeging aan de bemanning viel slecht bij de andere astronauten, omdat een van hen voor Schmitt (die later senator zou worden) moest wijken.

Inmiddels is het zeer gebruikelijk dat wetenschappelijk geschoolden én rasechte wetenschappers zich in de ruimte vervoegen. De bemanningen van de Space Shuttle zijn immers zo groot dat er meestal wel plek is voor iemand die omziet naar de experimenten aan boord. De laatste jaren vlogen artsen, fysiologen, astronomen, biologen en zelfs een dierenarts mee. In het internationale ruimtestation ISS is opvallend genoeg weer minder plaats voor wetenschappers, maar dat komt omdat de stambemanning vooralsnog te klein is.

Vele astronauten worden na hun vlucht ingelijfd door een universiteit. Hun wetenschappelijke erelijst past op een boodschappenbriefje, maar dat doet er even niet toe. Voor de ruimtevaarder zelf is een benoeming tot hoogleraar natuurlijk eervol. Zelfs Neil Armstrong, de eerste mens op de maan en voorheen testpiloot, ging luchtvaarttechniek doceren aan de universiteit van Cincinnatti. Na een ruimtemissie van hooguit een paar weken is een astronaut ineens professorwaardig, ook al voert hij daarboven werkzaamheden uit die het laborantenniveau dikwijls niet overstijgen; zelden is een ruimtevaarder zelf de experimentator. Die zit in het vluchtleidingscentrum te hopen dat de astronaut niet vergeet om op de juiste momenten op de juiste knoppen te drukken. En juist die beroepsonderzoeker weet dat er een gerede kans is dat niet hij, maar zijn kosmische assistent zich eerder professor mag gaan noemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden