Levenslessen

André Haspels, aanstaande ambassadeur in Amerika: Mijn fiets gaat mee naar Washington

Beeld Merlijn Doomernik

Net als destijds de meeste jongens in Uithoorn ging André Haspels (57) naar de mavo. Met altijd een doel voor ogen en de nodige discipline kwam hij waar hij wezen wilde. Vanaf deze zomer is hij onze ambassadeur in Washington. Bescheiden: ‘Vergeet ook de toevalsfactor niet’.

1 Discipline is belangrijker dan talent

“Ik weet nog dat ik voor mijn Cito-toets aan het eind van de basisschool in Uithoorn 75 punten had. Nu is die telling heel anders, toen was het ongeveer een 7,5. Dat gold als gemiddeld. De hoofdonderwijzer zei: ‘Je kunt naar de havo, je kunt ook naar de mavo, alle jongens van het dorp gaan naar de mavo. Dus ga maar naar de mavo.’ Dus stapelde ik, deed ik vier jaar mavo, vervolgens havo en vwo, en pas daarna kon ik gaan studeren. Ik was nooit een groot talent. Misschien dat als ik iets meer mijn best had gedaan, ik meteen naar havo of vwo had gekund, maar het was prima zo.

Mijn vader overleed in het laatste jaar van mijn studie, in 1986. Ik was 24, hij 53. Hij was bloemenhandelaar op de veiling in Aalsmeer, werkte hard, rookte veel en kreeg longkanker. Mijn moeder bleef achter met mijn jongere broers, ze overleed afgelopen mei, op haar 80ste, ze had alzheimer. We waren een eenvoudig Nederlands-hervormd gezin, met als er verkiezingen waren de groene CDA-posters met Van Agt en Lubbers op het raam. Op zondag gingen we naar de kerk, en voetbalden we niet. Als je ook op zaterdag kon voetballen, hadden mijn ouders dat liever.

Door de vroege dood van mijn vader leerde ik meer te relativeren, denk ik, en mijn tijd niet te verspillen aan onbelangrijke dingen. Het leven kan zo afgelopen zijn.”

2 Reizen verruimt je blik

“Ik wist al vroeg dat je hard moet werken om iets te bereiken. Discipline hebben. Ik ging in vakanties vaak met mijn vader mee naar de veiling, dan begon ik daar om half zes ’s ochtends, als puber ja. Kon ik een centje bijverdienen. Maar ik vond het ook echt leuk, samen met mijn vader aan iets werken. Met een kar haalde ik dan de bloemen op die mijn vader op de klok gekocht had, ik stelde gemengde boeketten samen en deed de administratie.

Op het vwo wist ik dat ik iets met politiek en buitenland zou gaan doen. Door de bloemenimport van mijn vader was ik al geïnteresseerd geraakt in de wereld buiten Nederland: orchideeën uit Thailand en Singapore, varens uit Florida en Australië. Ik ben drie keer met hem mee geweest naar kwekers daar.

Beeld Merlijn Doomernik

Maar eigenlijk was het buitenland er al eerder. Met mijn hoofdonderwijzer, die ook reisleider was, mocht ik een keer samen met een klasgenoot mee naar Parijs. Mijn ouders vonden het goed. Hotels bezoeken. Ik was elf, alles vond ik er geweldig. Wij behoorden ook tot de eerste gezinnen die in de jaren zeventig naar de Canarische Eilanden op vakantie gingen met het vliegtuig. Dat kwam toen in de mode. Mijn vader moest altijd werken in de zomervakanties, dat was voor hem een drukke periode. Dus zat het gezin Haspels in het voor- of najaar een week of tien dagen op Gran Canaria of Tenerife. Ik kwam de foto’s nog tegen bij het opruimen van het huis van mijn moeder.”

3 Stel jezelf doelen

“Toen ik in 1997 hoofd van de politieke afdeling werd op de ambassade in Zuid-Afrika was onze oudste, Lora, anderhalf en onze tweede, Sabine, twee maanden. Quinten werd er geboren, en de jongste, Alec, was nog niet in zicht. Als wij deze zomer naar de ambassade in Washington verhuizen, gaat alleen de jongste van zeventien nog mee, die doet daar zijn laatste twee jaar van de Internationale School. Het is de school waar al onze kinderen op hebben gezeten, ook toen we tussendoor hier in Den Haag woonden, de International School in The Hague. Hun Engels is trouwens beter dan hun Nederlands, ik heb het kofschip heel vaak uitgelegd. Maar snappen doen ze het niet.

Er helpen wel een paar dingen om je goed te voelen als je decennialang steeds ergens anders woont: je relatie, je gezin, collega’s, een sportclub ... En ook zelfbewustzijn, weten wie je bent, innerlijke rust. Ik heb geen ideaalbeeld van het soort ambassadeur dat ik wil zijn, maar ik stel wel persoonlijke doelen. In mijn werk, en ook op sportgebied. Sporten is voor mij heel belangrijk. Ik ben veel aan atletiek gaan doen. Ik heb niet superveel talent. Maar ik wilde weten wat erin zat, ik ben lange afstanden gaan hardlopen. Heb aan een flink aantal marathons meegedaan. En een paar ultramarathons.”

4 Word een langeafstandsloper

“Toen ik acht jaar terug ambassadeur werd in Zuid-Afrika, vroegen ze daar of ik ooit de Comrades had gelopen, zeg maar de Elfstedentocht van Zuid-Afrika: 90 kilometer in twaalf uur. Het ene jaar loopt het parcours van deze ultraloop vanaf de kust in Durban naar Pieter Maritzburg, bergop. Het jaar daarop andersom, bergaf. Je kunt stukken wandelen, ja, maar met alleen wandelen haal je het niet, haha. Na die twee jaar achter elkaar kreeg ik in 2014 mijn felbegeerde back-to-back-medal.

De tweede vraag die ik kreeg was: Heb je de Two Oceans gedaan? In Kaapstad is dat een rondje naar Kaap de Goede Hoop en terug, 56 kilometer. Dan was ik geen serieuze langeafstandsloper, vonden ze. Dat inspireerde me om het in drie, vier jaar te proberen. Ik werd lid van de club Magnolia Road Runners in Pretoria, ging anders trainen, begon daar bijna elke zondagochtend om 6.00 uur. Je leert veel kilometers te maken, en minder op snelheid te letten. Ik leerde ook biltong eten (reepjes gedroogd vlees, AS) als snack tussendoor. Ik maakte er vrienden.

Oké, ik geef toe, na veertig jaar intensief sporten merk ik dat er wat slijtage optreedt. Ik kan nog wel sporten, maar gedoseerd. Ik fiets veel, mijn fiets gaat ook mee naar Washington. Maar die Comrades heb ik binnen, daar ben ik blij mee, dat doel heb ik gehaald.”

5 Geloof in toeval

“Dat ik nu ambassadeur in Washington word, heb ik nooit bewust nagestreefd, maar het is een ontzettend mooie kans. Daar zit een zekere mate van toeval in, net als het toeval is dat mijn dochter laatst in precies dezelfde studentenflat op Uilenstede trok waar ik 35 jaar geleden woonde. Zij zit op de eerste, ik zat op de zevende verdieping.

Beeld Merlijn Doomernik

De vraag deed zich voor of ik na eerdere posten in Azië en Afrika naar Washington wilde. In Nederland is de benoeming van een ambassadeur geen politieke benoeming zoals in de VS. De minister laat zich adviseren over wie waar gaat zitten. Daar hoort bij of je je werk goed hebt gedaan, maar ook wat voor type je bent, pas je in het team dat ergens al zit? Een ambassadeur en de tweede man of vrouw op de ambassade moeten elkaar aanvullen.”

6 Gooi de ramen open

“Toen ik ambassadeur was in Zuid-Afrika heb ik na Kamervragen van de PVV een berisping gekregen van toenmalig minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal. Wat was er aan de hand? In 2011 zette ik op Facebook een like bij de organisatie Nederland Bekent Kleur. De naam van deze organisatie veranderde zonder dat ik dat wist in ‘Geen regering met steun van de PVV’. In die tijd was er die minderheidsregering van CDA en VVD, met gedoogsteun van de PVV. Mijn like werd iets groots, want hij kwam in een politiekere context te staan. Het is vervelend voor een minister als er vragen komen over het functioneren van een ambtenaar. Maar het leidde bij ons intern ook tot de discussie over de vrijheid van meningsuiting in je functie: mag je lid zijn van een politieke partij en mag je dat op sociale media zetten?

Uitgangspunt voor mij is dat ambtenaren niet actief stelling kunnen nemen tegen hun minister of het Nederlandse beleid, maar zich wel actief kunnen mengen in het publieke debat. Hoe dan ook, we hebben elk jaar een ambassadeursconferentie, en elk jaar besluiten we zichtbaarder te worden in de media. Het tv-programma ‘Floortje (Dessing, AS) en de ambassadeurs’, dat samen met ons ministerie tot stand kwam, paste ook in ons beleid om meer naar buiten te treden.”

7 Nederlandse belangen behartigen kan onder iedere president

“Sommigen zullen zeggen dat het behartigen van de Nederlandse belangen, waar wij als diplomaten voor staan, beter ging onder Obama dan onder Trump nu. Maar die belangenbehartiging blijft hetzelfde en dat is wat ik ga doen. Ons huis, de residentie, is er voor het uitoefenen van mijn functie – voor recepties, diners, lezingen, briefings, ministers die op het Witte Huis of op het Pentagon komen praten, denktanks en ngo’s … Ja, bij sommige van die ontvangsten wordt verwacht dat mijn vrouw, die ook bij Buitenlandse Zaken werkt, erbij is.

Amerikanen stellen trouwens terecht aan Nederland de vraag: What’s in it for us? Dat ze vragen wat de Nederlandse bijdrage is aan de Navo, was onder Obama ook al zo, maar Trump blijft erop hameren. Of Bernie Sanders bij de presidentsverkiezingen volgend jaar een kans maakt? Vooral mijn vrouw volgt het met belangstelling, zij heet ook Bernie, haha. Twee jaar geleden nam ik uit de VS een paar verkiezingsborden mee: ‘Bernie for president’ en ‘Hispanics love Bernie’. Die hangen nu bij ons in de keuken. Ik ben benieuwd hoe ver hij komt.”

8 Waardeer het unieke van Nederland

“Door mijn lange verblijf in het buitenland ben ik Nederland heel erg gaan waarderen. Ik ga op zaterdagochtend vaak naar de Haagse markt en geniet daar van die mix van mensen. Onderweg daarnaartoe zie ik altijd kinderen met hun ouders in voetbal- en hockeykleren naar hun sportclub fietsen. Zaterdag is sportdag, vaders en moeders zijn chauffeur of coach of grensrechter of kantinemedewerker, en dat is fantastisch. Daar is Nederland uniek in: dat je je kinderen dat kunt bieden en dat ze zo jong zelfstandig kunnen zijn in een veilige omgeving.

In Vietnam, waar ik ruim drie jaar zat, heb ik met Nederlandse vrienden op zaterdagochtend het veld van de internationale school in Hanoi gehuurd en zijn we een voetbalcompetitie begonnen. Voor jongens en meisjes. Het werd een groot succes. Weet je welke sportieve traditie in Nederland wij nooit willen missen? De nieuwjaarsduik. Sinds tien jaar nemen we op 1 januari als het even lukt met ons gezin en vrienden uit Almere een duik in zee bij Scheveningen. Met Unox-mutsen op, ja. En erwtensoep toe.”

Diplomaat André Haspels (Uithoorn, 1962) deed politicologie aan de VU en studeerde af in internationale betrekkingen. In zijn eindscriptie vergeleek hij het beleid van de ministers van ontwikkelingssamenwerking Pronk (PvdA), De Koning (CDA) en Schoo (VVD). Na een stage bij Buitenlandse Zaken solliciteerde hij bij ‘het klasje’, de diplomatenopleiding in Den Haag. Op z’n 25ste werd hij attaché op Sri Lanka. Ook was hij ambassadeur in Vietnam en zat hij twee keer in Zuid-Afrika, eerst als hoofd van de politieke afdeling, later als ambassadeur. Op dit moment is Haspels directeur-generaal politieke zaken op het ministerie. In juni verhuist hij met zijn vrouw Bernie en zoon Alec (17) van Den Haag naar Washington. Twee oudere dochters en zoon studeren en wonen op kamers. Haspels is op Twitter te volgen: @andrehaspels.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden