Tweeluik

Andinet, hoe het is om vluchteling te zijn in Duitsland

Dr. Falk Riess en zijn vrouw Kristine Grzemba verleenden Andinet acht maanden onderdak. Beeld Kees van de Veen

Andinet vluchtte van Eritrea via Soedan, Tsjaad en Libië naar Europa. Sinds enige tijd woont hij in Duitsland. Correspondent Marijn Kruk zoekt hem opnieuw op en ontdekt dat hij het zwaar heeft. Al jaren wacht hij op een verblijfsvergunning, maar dan gebeurt het onwaarschijnlijke.

Op 5 juli 2014 zie ik op Facebook een foto voorbijkomen die mijn bijzondere aandacht trekt. Een zwarte jongen met korte broek, witte gympen en een zonnebril, op een bankje in een willekeurig stadspark. Ik herken hem direct: Andinet Alemu, een Eritreëer die ik eind 2013 in de Libische hoofdstad Tripoli had leren kennen en voor deze krant portretteerde. Zijn verhaal maakte indruk, met name vanwege de ongekende rauwheid van het migrantenbestaan die eruit sprak. Hij kwam over als heel gevoelig en tegelijk extreem wilskrachtig. Ik twijfelde er niet aan dat hij zijn initiële ambitie om Europa te bereiken op een goede dag zou waarmaken. De vraag was tegen welke prijs.

Op het pleintje achter hem op de foto ontwaar ik een winkel met het opschrift 'Künstlerbedarf'. Andinet is kennelijk in Duitsland gearriveerd. Maar hoe? En langs welke route? En wat waren zijn plannen en vooruitzichten?

Witte baard
In de opeenvolgende maanden duiken meer foto's op. Hij danst met vrienden in wat een hotelkamer lijkt. Breed lachend omarmt hij een standbeeld. Ik zie hem op een terrein dat iets weg heeft van een universiteitscampus. Weer later is hij in gezelschap van een ouder echtpaar, een lachende vrouw met kort haar, een man met een lange witte baard en twee ballpoints in de borstzak van zijn overhemd.

En tenslotte in de sneeuw met wollen beenbeschermers over zijn spijkerbroek. Naast hem staat een jonge zwarte vrouw met hoge jukbeenderen en een rode gebreide muts. Zij kijkt lachend naar de baby op haar arm, hij kijkt ernstig in de camera. "these is new cabter of new life let me interoduce our sweet wentana", zo luidt het foto-onderschrift.

Ik zoek contact. Andinet blijkt in het plaatsje Bruchköbel te wonen, een half uur rijden van Frankfurt-am-Main, het financiële hart van Duitsland.

Obergrenze
2015 was het jaar van de vluchteling. Met honderdduizenden kwamen ze. Aanvankelijk nog via Libië, toen voornamelijk via Turkije. Deze zomer, op het hoogtepunt van de crisis, kwamen er per dag tienduizend mensen Europa binnen. Duitsland was en is de favoriete eindbestemming. Onlangs werd er de miljoenste asielzoeker geregistreerd. De term Willkommenskultur kwam in zwang.

Tegelijk groeide ook de roep om een Obergrenze, een bovengrens. Met de aanslagen in Parijs kwam de angst dat er onder de vluchtelingen terroristen zouden zitten. Een bovengrens heeft bondskanselier Angela Merkel tot dusver niet willen stellen. Wel zag ze zich genoodzaakt te beloven dat de instroom aanzienlijk wordt verminderd.

Andenet Alemu bezoekt de stad Bremen waar hij lange tijd verbleef bij echtpaar Kristine Grzemba en Falk Reiss. Beeld Kees van de Veen

De mensenstroom leidde in steden als München en Berlijn soms tot chaotische taferelen, maar wie gaat kijken in een stadje als Bruchköbel, in de deelstaat Hessen, ontmoet het ordentelijke Duitsland zoals wij dat kennen. Zo'n 21.000 mensen wonen er, in karakteristieke Fachwerk-huizen met witte muren, gelardeerd met bruine stutbalken. Het onderhoudt stedenbanden met zowel Boskoop als Alphen aan den Rijn en er hangt een soorgelijke kleinsteedse sfeer. Mensen kennen elkaar, groeten elkaar op straat. Da will ich leben! luidt de slogan onder het logo dat de gemeente liet ontwerpen.

Taallessen
Bruchköbel nam afgelopen jaar 240 vluchtelingen op. Vrouwen en gezinnen verblijven in huizen, alleenstaande mannen in een gymzaal die voor de gelegenheid werd vol gezet met stapelbedden uit de plaatselijke Ikea. Bewoners koken er zelf, er zijn verplichte taallessen en er is een 24-uursbewaking. De komende weken komen er nog eens 140 mensen bij. Ze zullen worden ondergebracht in een provisorisch kamp aan de rand van de stad dat momenteel wordt aangelegd. Plaatselijke bouwvakkers worden geassisteerd door jonge asielzoekers.

"Ze mogen van de wet 20 uur per week werken", zegt Dietmar Hussing, verantwoordelijk voor de opvang en integratie van de nieuwkomers. "Veel betaald krijgen ze niet, 1,20 euro per uur, maar het is belangrijk dat ze iets om handen hebben." Hussing, een rijzige vijftiger met een stoppelbaard en een hoornen bril, staat letterlijk met zijn poten in de modder. Hij ademt daadkracht, opgewektheid en geduld. 'Wir schaffen das', zegt hij, net als Angela Merkel. Maar ook: "Er moeten er niet nog een miljoen bijkomen."

Sinds 1 december is Andinet officieel in Bruchköbel woonachtig. Ik tref hem in een vervallen huis pal naast de hoofdweg. Met zijn Eritrese vrouw Roma en zijn inmiddels bijna eenjarige dochtertje Wintana ('droom') bewoont hij er een kamer op de benedenetage. Er staan een eenpersoonsbed, een grijze bank, een houten tafel, twee kledingkasten, een flatscreen-tv en een kinderbedje annex box - allemaal gekregen van mensen uit de buurt. Op een dressoir staat een foto van de doopceremonie. Roma in het wit, Andinet in een veel te groot zwart kostuum.

Verpleegster
Ze maakten de reis samen. Onderwerp van gesprek was Roma destijds in Libië nauwelijks geweest. Terloops wees Andinet me eens op het huis waarin ze met enkele andere vrouwen verbleef, in een achterafstraatje in het centrum van Tripoli. Ze werkte als verpleegster. Wintana werd verwekt tijdens de eerste maanden dat ze in Duitsland waren. Een 'ongelukje' zegt Andinet nu. "Ik was naar Europa gekomen in de hoop een studie te voltooien, niet om een gezin te stichten. Maar tegelijk wil ik niet als mijn vader zijn, die ons in de steek liet..."

De lange reis van Andinet. Beeld Trouw

Verantwoordelijkheidsgevoel en persoonlijke ambitie strijden om voorrang bij Andinet, zo zal blijken. Nog diezelfde avond neem ik hem mee langs enkele plaatsen in Duitsland die iets voor hem hebben betekend. Hij oogt forser dan twee jaar geleden. Hij heeft zijn haar in korte vlechtjes en gaat gekleed in een blauwe driekwartjas. Hij draagt zandgele Timberlands, een cadeau van Roma voor zijn 25ste verjaardag. Het moet een rib uit haar lijf geweest zijn. Vluchtelingen in Duitsland krijgen 310 euro per maand plus huur en zorgverzekering.

Ik had Andinet zorgelozer verwacht. Blakend van trots dat hij West-Europa had weten te bereiken. Optimistisch over de toekomst. Het tegendeel blijkt het geval. "Duitsers zijn ontzettend aardig, ik ben hier veilig en heb echt geen enkel recht te klagen", zegt hij. "Maar ik wacht nu al meer dan een jaar op duidelijkheid omtrent mijn asielaanvraag. Het klinkt gek, maar het voelt minstens even zwaar als mijn tijd in Libië." Wat maakte het nog uit, hield hij zich soms voor. Roma had haar verblijfsvergunning, hun dochter was veilig. Hij zou zich wel redden, zoals hij zich steeds gered had. Dan tobde hij weer. De reis door de woestijn, de hel van Tripoli, de bijna fatale overtocht over de Middellandse Zee. Allemaal had hij het doorstaan. Om uiteindelijk te worden verslonden door de Duitse bureaucratie.

Odyssee
Andinet ontvluchtte Eritrea om aan de dienstplicht te ontkomen. In het 'Noord-Korea van Afrika' is die in principe ongelimiteerd. Hij wilde elektrotechniek studeren, het liefst in Engeland. Het was het begin van een jarenlange odyssee die hem via Soedan en Tsjaad naar Libië zou voeren.

Toen ik hem leerde kennen werkte hij voor 300 dollar per maand in een koffiebarretje in de binnenstad van Tripoli, sparend voor de overtocht naar Italië. Hij leidde me rond door een wereld waar migranten als hij volkomen waren overgeleverd aan de willekeur van hun Libische gastheren. Zelf was hij direct bij aankomst beroofd van al zijn geld, met een mes toegetakeld en voor dood achtergelaten langs de kant van de weg. In het ziekenhuis lapten ze hem op, maar toen hij langsging bij de politie om aangifte te doen en ook daar bedreigd werd, trok hij zijn conclusies. Om hier te overleven moet je ijzersterk en roekeloos zijn hield hij zich voor. "Libië is als de hel", zo zei hij me. "Zelfs al is de kans vijftig procent dat ik verdrink, dan nog wil ik het erop wagen."

Het wachten was op een geschikt moment. Dat kwam in het voorjaar van 2014 toen het weer boven de Middellandse Zee verbeterde. Hij en Roma zaten op een van de eerste boten die dat jaar koers richting Italië zetten, vertelt hij nu. Dat werd hun bijna fataal, want de Italiaanse kustwacht was zo vroeg in het seizoen nog niet zo alert.

Ze zaten met zijn zestigen in een rubberboot, proviand mochten ze niet meenemen. Dat scheelde weer gewicht. Ze kregen een kompas en dat was het dan. Na twee dagen varen was de benzine op. Dagenlang dobberden ze rond. Ze dronken zeewater, een van de passagiers werd ziek en overleed. Zijn lichaam werd overboord gezet. "Het was verschrikkelijk", zegt Andinet. "Op de zesde dag hadden we het opgegeven, ook ik. Ik zei tegen mezelf, oké, dit is het dan, hier eindigt het."

Op bezoek bij de universiteit, aan de rand van de stad. 'Hier leefde ik op', zegt Andinet in de grote collegezaal. Beeld Kees van de Veen

Hoffelijk
Die nacht zagen medepassagiers in de verte een lichtje. Het bleek de Italiaanse kustwacht. Ze werden uit zee gevist en naar Sicilië gevaren. Daar werden ze op het vliegtuig naar Turijn gezet. De volgende ochtend kwam de politiechef. Die bleek heel hoffelijk. Ze kregen een pas waarmee ze vijf dagen in Italië konden blijven.

Vanuit Turijn ging het naar Milaan en daar splitste de groep. Met weer andere smokkelaars reden Andinet en Roma door Zwitserland naar Bazel. Hier kregen ze het advies om de trein naar Stuttgart te nemen. "We waren moe, Duitsland klonk goed, we besloten het te doen." Ze verbleven een tijdje in een vluchtelingenkamp in Düsseldorf. Vervolgens werden ze van elkaar gescheiden: Roma ging naar een kamp in Giesen en vervolgens naar Bruchköbel, Andinet werd naar Friedland gestuurd, nabij Göttingen.

Friedland ligt in het hart van Duitsland, precies op het punt waar voorheen de Britse, Amerikaanse en Russische sectoren elkaar raakten. Dit was de plek waar Duitse soldaten die na de Tweede Wereldoorlog terugkeerden uit Russische krijgsgevangenschap werden ondergebracht. Later kwamen er mensen terecht die uit de DDR waren ontsnapt. Nog weer later werden er de vluchtelingen uit Vietnam, Sri Lanka en Albanië ondergebracht. Nu is Friedland een van de knooppunten van de huidige vluchtelingenstroom.

Friedland is een doorgangskamp, bewoners blijven er hooguit een paar maanden. Het stadje ligt midden in een heuvelachtig landschap van frisgroene weiden en kronkelende riviertjes. Op een heuvel in de verte markeert een grimmig gedenkteken het driesectorenpunt. "Friedland doet zijn naam eer aan", zegt Andinet, wanneer we vanaf het station richting de ingang van het kamp lopen.

Veiligheid
De paar keer dat hij vanuit Bremen - waar hij inmiddels was - naar Bruchköbel reisde om Wintana te zien, stapte hij er speciaal uit, zodat hij de sensatie van vrijheid en veiligheid kon herbeleven die hij er tijdens zijn verblijf ervaren had.

Onduidelijk is waar het stadje eindigt en het kamp begint. Een afscheiding is er niet. Een bakstenen kerk markeert de opgang naar de plaats waar een tweede serie barakken staat. Groepjes mannen slenteren rond, spreken gedempt of zijn bezig met hun smartphones. Afgelopen zomer was dat anders. Toen verbleven er wel drieduizend man, vier keer de opvangcapaciteit. Mensen sliepen buiten, er waren vechtpartijen. Andinet was er toen al weg.

Op de universiteit van Bremen. Beeld Kees van de Veen

In een van de bijgebouwtjes bezoeken we Anna Stajer, een pedagoge die hij graag nog even wil begroeten. Ze herkent hem onmiddellijk, oogt blij verrast, omhelst hem. Stajer, een vrouw van midden dertig, groeide op in Polen.

Toen haar ouders in de jaren negentig naar Duitsland kwamen, verbleef ze zelf enige tijd in het kamp. Ze is vol lof over Merkel, de 'moedigste vrouw' ter wereld. En over de Duitsers, van wie er zich zoveel spontaan voor de vluchtelingen inzetten. Ze is zich bewust van de aanzwellende kritiek. "Maar Duitsland heeft ook jonge mensen nodig", zegt ze. "En de bevolkingsaanwas blijft ver achter bij het aantal arbeidskrachten dat nodig is".

Broeders
Op de terugweg naar het station passeren we groepjes jonge mannen die er een dagje Göttingen op hebben zitten. Pakistani, Afghanen, Irakezen, Syriërs en 'broeders', zoals Andinet ze noemt, jongens uit Afrika, of ze nu uit Eritrea komen of uit Senegal. "Ik begrijp ze heel goed", zegt hij. "Hier in Europa hebben jullie ouders en voorouders de basis gelegd voor een structuur die maakt dat jonge mensen kansen hebben. Elders zijn slechte leiders aan de macht, heersen nepotisme en corruptie. Jongeren kunnen hun dromen er niet waarmaken, dus vertrekken ze zodra ze kans zien".

Tegelijk maakte de enorme instroom van de afgelopen maanden Andinet ook behoedzaam. Hij merkte dat de stemming in het land verandert, helemaal na de aanslagen in Parijs. "Eerst was het verzet specifiek gericht tegen moslims, maar sinds de aanslagen zijn het vluchtelingen als zodanig die angst aanjagen", zegt hij. "Ik merk het wanneer ik in de bus stap, mensen kijken anders." Een Duitse vrouw die de groep Eritreeërs in Bruchköbel hielp met allerlei administratieve rompslomp kwam onlangs zeggen dat ze ermee ophield. " Ze zei dat ze bang was, dat het haar heel erg speet, maar dat het nu eenmaal zo was."

Angela Merkel oogstte behalve kritiek ook veel bewondering. Het Amerikaanse weekblad Time maakte haar persoon van het jaar. Over het waarom van haar tegemoetkomende houding jegens de honderdduizenden die naar Duitsland komen is veel gespeculeerd. Sommigen wijzen naar haar lutherse opvoeding, anderen naar haar DDR-verleden. Zelf stelt ze de opvang van mogelijk miljoenen vluchtelingen in het perspectief van de grote uitdagingen die de Duitse na-oorlogse identiteit vormden: de wederopbouw, de eenwording. Duitser-zijn is vastberaden een probleem het hoofd bieden.

Tempelhof
Toch wijst er veel op dat het land de instroom amper kan verwerken. Je ziet het in een grote stad als Berlijn. Gymzalen, congrescentra, zelfs het leegstaande vliegveld Tempelhof moest eraan geloven. Sanitaire voorzieningen zijn hier niet. De duizenden vluchtelingen die er verblijven worden per bus opgehaald om elders te kunnen douchen. Vrijwel dagelijks drukt de Berliner Zeitung getuigenissen van enthousiaste vrijwilligers af die teleurgesteld afhaken door de bestuurlijke chaos.

Ulrike Bremermann van het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge heeft verrassend nieuws voor Andinet. Beeld Kees van de Veen

Tegelijk groeit het verzet. "Waar het erop aankwam ons hart te laten spreken, waren we onbetwiste wereldkampioen. Dat is een gevaarlijke houding", zei filosofe Thea Dorn, auteur van een boek over de 'Duitse ziel' in een interview. De ex-bankier Thilo Sarrazin, auteur van de immigratie-kritische bestseller 'Deutschland schafft sich ab', pleitte in het weekblad Die Zeit voor een drastische inperking van het asielrecht.

Ondertussen werd een verviervoudiging van het aantal geweldsdelicten tegen asielzoekerscentra geregistreerd. Er waren brandstichtingen, de burgemeester van Keulen werd neergestoken. Eerder deze maand beloofde Merkel op een partijcongres dat ze alles in het werk zal stellen om de instroom te verminderen. Met die opmerking smoorde ze weliswaar het verzet binnen de partij, maar volgens Herfried Münkler, hoogleraar politicologie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn, zijn daarmee de zorgen niet verdwenen. "Er zijn tekenen dat de angst het midden splijt", zegt hij desgevraagd. "Zoiets zou een alarmsignaal moeten zijn, zeker voor de politieke klasse, wier taak het is angsten te neutraliseren".

Extreem-rechtse weg
Je ziet het terug in de peilingen. Alternative für Deutschland (AfD), tot een jaar geleden nog een nette protestpartij, zette de professoren en ondernemers eruit, sloeg een extreem-rechtse weg in en sprong van 5 naar 10 procent. De motor van het verzet staat in Dresden, in de deelstaat Saksen. Hier zag eind 2014 de beweging Pegida het licht. Iedere maandagavond organiseren de 'Europese patriotten tegen de islamisering van het Avondland' een mars of een bijeenkomst door het stadscentrum.

Ze zeggen zich te laten inspireren door de 'maandagdemonstraties' uit de DDR tijdens de revolutionaire jaren 1989/1990. In elk geval ontleenden ze er hun slogan aan ('Wir sind das Volk'). De organisatoren spreken van een 'invasie van moslimimmigranten', en menen dat Duitsland bezig is te veranderen in een 'islamitische vuilnishoop'. Tijdens een van de marsen werd een galg met daarop de naam van Merkel meegedragen. Behalve AfD distantieerden alle politieke partijen zich van Pegida.

De ongeveer vijfduizend mensen die zijn komen opdagen voor de laatste protestavond van dit jaar laten zich daar weinig aan gelegen liggen. 'Widerstand' galmt het over de Elbe. En 'Merkel wegwezen'. Er wapperen Duitse vlaggen. Aan de overkant, op de Theaterplatz, is een tegendemonstratie aan de gang. "Dat zijn de Gutmenschen", grijnst Ingolf Kustermann. "Zij die alles maar geloven."

Beeld Kees van de Veen

Kustermann is een gedrongen man van in de vijftig met snor en kleine pretoogjes. Normaal gesproken werkt hij in de metaal, nu is hij 'even' werkloos. Hij woont in de buitenwijk, is vrijgezel en komt 'bijna iedere week' demonstreren. Voor oorlogsvluchtelingen moet plaats zijn in Duitsland vindt hij, ook voor die uit Syrië en Irak. "Maar wat is dat met al die jonge mannen die hiernaartoe komen? Waarom vechten ze niet tegen IS?"

Even later, wanneer een van de sprekers rept van de ongeveer 100.000 ongeregistreerde migranten die in het land rondzwerven, knikt Kustermann instemmend. 'Lügenpresse' scandeert de menigte, insinuerend dat de media dergelijke feiten bewust zouden verzwijgen.

Technische universiteit
Na Friedland kwam Andinet terecht in een opvangcentrum in Bösel, een plattelandsdorpje op zo'n 75 kilometer van Bremen. Een tegenvaller, want hij had gehoopt op een plek in de stad zelf. De technische universiteit van Bremen, zo hoorde hij via een kennis, verzorgde een speciaal programma, 'In touch'. Dat stelde vluchtelingen in staat colleges in het Engels te volgen. Maar de bus van Bösel naar Bremen deed er anderhalf uur over, als hij al ging.

Vrienden van het gastgezin waar weer een andere kennis verbleef, boden uitkomst. Falk en Kristine, hun twee dochters woonden en werkten al weer jaren in Berlijn. De zolder van hun ruime herenhuis hadden ze tot gastenverblijf laten ombouwen. Er waren een keuken en een aparte badkamer. Ze wilden met alle plezier een paar maanden onderdak aan een leergierige jongeman uit Eritrea bieden. Het werden er bijna acht, en ze zouden van doorslaggevende betekenis voor Andinet blijken.

"Hier vond ik peace of mind", zegt hij, wanneer we op het balkon staan van wat destijds zijn kamertje was. We kijken uit op een enorme achtertuin. "Het opgejaagde gevoel dat ik zo lang had gehad verdween. Dit zijn gecultiveerde mensen, ze hebben erg veel geduld met me gehad".

Franse kaasjes
Dr. Falk Riess is een lange bebaarde man van rond de zeventig met fijngekamde witte haren. Voordat dat hij met pensioen ging, was hij docent natuurkunde aan de universitaire lerarenopleiding in Bremen. Zijn vrouw, Kristine Grzemba, was haar hele werkzame leven lerares Engels en Frans op een middelbare school. Na het eten komen er Franse kaasjes op tafel en hun huis verraadt een brede culturele belangstelling. Een imposante verzameling cd's, kasten met klassieken uit de westerse literatuur tot op de gang. De sfeer is gemoedelijk, er wordt direct getutoyeerd.

Toch was het aanvankelijk wennen tussen Andinet en zijn gastouders. 's Avonds aan de keukentafel vertelt hij hoe hij aanvankelijk alleen kennis kwam maken. "Ik had nog nooit bij blanke mensen thuis overnacht", zegt hij. Falk en Kristine glimlachen. "Ze gingen ervan uit dat ik die nacht zou blijven. Maar ik zei 'Oké, nu ga ik weer. Ik wilde alles eerst op me laten inwerken". Het verblijf bleek zeer constructief. Kristine deed hem op Duitse les en ze oefenden. Met Falk voerde hij lange gesprekken over techniek en natuurkunde.

Dr. Falk Riess en Andinet. Beeld Kees van de Veen

Toch duurde het lang voordat Andinet over Roma durfde te vertellen, en over hun dochtertje dat inmiddels was geboren. "Ik was bang dat ze me niet meer serieus zouden nemen", zegt hij op het balkon. "Dat ze dachten dat mijn ambities om te studeren een dekmantel waren". Falk en Kristine van hun kant waren blij dat ze iets konden betekenen. "Vaak zie je oorlog en leed in de wereld en voel je je machteloos", zegt Kristine. "Voor veel Duitsers is de vluchtelingencrisis een manier om zelf iets te doen, om iets bij te dragen, iets goed te maken wellicht".

Cannabis
Overdag bezoeken we de monumentale stadsbibliotheek waar Andinet lange uren maakte in het talenpracticum en hij zich door de Duitse kwaliteitskranten heenworstelde. Op straat overkwam het hem wel dat hij door jongeren werd aangesproken met de vraag of hij cannabis te koop had. "Ze dachten dat ik een dealer was! Soms deden er dan een soort armgebaar bij, zo van 'Yo man'."

Ook bezoeken we de universiteit, aan de rand van de stad. "Hier leefde ik op", zegt hij in de grote collegezaal, "was het alsof mijn afkomst, mijn huidskleur en mijn verleden geen enkele rol speelden." Hij werpt een blik op de formules op het bord. "Hier waren we met zijn allen bezig een puzzel op te lossen, voor even vergat ik dan de hele wereld om me heen."

Die wereld lachte hem niet in alle opzichten toe. Nieuws over zijn verblijfsvergunning bleef uit, ondanks bemoeienissen van Falk en Kristine. Het vrat aan hem. Hij wilde zich graag voorbereiden op het toelatingsexamen van de technische universiteit in Darmstadt, niet al te ver van Bruchköbel. Maar zonder Anerkennung kon hij niets.

Wat te doen? Een laatste poging wagen nu we toch in Bremen zijn? Een afspraak bij het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge heeft hij niet, de kans op succes lijkt nihil.

Friedland
Dan keert het lot.

"In Hessen?! Hoe lang woont Andinet al in die deelstaat?", bitst directrice Ulrike Bremermann nadat ze mij en mijn fotograaf in haar helverlichte kantoortje heeft ontboden. Nee, Andinets verblijfstatus is al maanden geleden goedgekeurd. Ze hadden hem naar Friedland gestuurd.

Andinet zelf wordt erbij gehaald. Anerkannt, de woorden van Bremermann lijken niet direct tot hem door te dringen. Maar het briefpapier, met de zwarte adelaar tegen de gele achtergrond, spreekt boekdelen. Een verblijfsvergunning, toch nog. "Hoeveel jaar, één of drie?" vraagt hij, vertwijfeling klinkt door in zijn stem. "Drie jaar", antwoordt Bremermann, een no-nonsensevrouw met kort haar en een extensie van haar mobiele telefoon achter haar rechteroor.

"Namens het Bundesamt mag ik je feliciteren", zegt ze terwijl ze haar arm naar voren steekt. Mechanisch schudt Andinet de toegestoken hand. Vervolgens legt hij zijn hoofd op tafel, slaakt een zucht, gaat weer rechtop zitten en kijkt triomfantelijk de ruimte rond.

Verbluft staan we een kwartier later weer buiten, Andinet met zijn telefoon tegen zijn oor.

L-E-G-A-A-L
De volgende dag, enkele uren voordat hij de trein terug naar Bruchköbel zal nemen, wandelen we over de kade langs de Weser. Mistflarden hangen boven de rivier. We halen herinneringen op uit Libië. Opnieuw vertelt Andinet de scene op het politiebureau en zegt dat hij tot in Duitsland droomde van agenten die hem achternazaten, en dan badend in het zweet wakker schrok.

Een jogger passeert ons.

"Weet je nog", vervolgt hij, "je eerdere stuk, vanuit Libië? 'Odyssee van een illegaal' heette dat. Nu ben ik dus legaal." L-E-G-A-A-L. Hij proeft het woord letter voor letter, en lacht.

Marijn Kruk schreef eerder over Andinet het verhaal 'Odyssee van een illegaal' (Trouw, 8 februari 2014).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden