Anders zijn is ook een cadeau Raoul de Jong

Raoul de Jong (Rotterdam, 29) is danser en schrijver. Voor zijn eerste boek, 'Stinknegers', ontving hij de Dick Scherpenzeelprijs. Deze week verscheen 'De grootsheid van het al', het verslag van een duizend kilometer lange voettocht naar zijn moeder, in Marseille.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
"Voor mij is God de conclusie van al de wonderlijke, onverklaarbare dingen die ik heb meegemaakt.

Ik geef je één voorbeeld: Madonna was mijn heldin, mijn Maria. Ik ging naar New York, met 50 dollar op zak, omdat zij dat jaren eerder ook zo had gedaan. En ik heb haar gezien: ze gaf een geheim concert in de Roxy. Daarna ben ik, voor de grap, naar een waarzegger gegaan. Hij zei dat ik liefde moest zoeken. Ik vroeg hem hoe ik die moest vinden. 'Vraag het maar aan het universum.' Dus stond ik die avond in mijn flatje bij het open raam en riep: 'Universe, please give me love!' Een paar dagen later, op 31 december 2005, kwam ik mijn grote liefde, Gianluca, tegen.

We zijn samen gaan reizen. In Italië kochten we een wonderamulet van Padre Pio en we besloten niets meer te plannen, maar samen te werken met wat er is, precies zoals we het in Fellini's film 'Intervista' hadden gezien. Fellini, dus: naar Rome. We dachten erover om naar de Trevi-fontein te gaan, verdwaalden en kwamen zo terecht op een filmset waar, wonderlijk genoeg, de allereerste paparazzo-fotograaf rondliep - een beroep dat voor het eerst in 'La Dolce Vita' opduikt. Wij raakten met de fotograaf in gesprek. Hij bleek Fellini persoonlijk te hebben gekend en hij nam ons mee naar het favoriete restaurant van de regisseur waar we de rest van de avond over die man en zijn werk hebben gekletst... Zie je? Dit hadden we helemaal niet gepland, het gebeurde vanzelf. Dingen blijken te kloppen, als je er voor open staat. Je moet het lot de kans geven om zich in al zijn grootsheid te tonen."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken
"Geen vlees eten, niet roken - hmm, oké, dat doe ik allemaal wel - aardig zijn voor andere mensen, niet roddelen, geen geweld gebruiken... al die dingen horen, wat mij betreft, bij dit gebod. God is alles, alles is God. Je moet eerbied hebben voor alles wat leeft."

III Gij zult de dag des Heren heiligen
"Aan het einde van mijn reis, toen de computer en mijn mobieltje weer aangingen, heb ik even overwogen om niet alles weer normaal te laten worden en bijvoorbeeld overal naartoe te fietsen maar uiteindelijk ben ik toch weer gewoon mee gaan doen. Want deze wereld, de normale wereld, is toch de wereld waarin al mijn vrienden en familie leven."

IV Eer uw vader en uw moeder
"Mijn moeder wilde een kind. In de disco kwam ze een Surinamer tegen en dacht: ja, met hem zou het kunnen. Hij vond het ook wel een leuk idee. Zo werd ik geboren. Mijn ouders hebben na mijn geboorte nog een tijdje contact gehouden. Dan belde hij op en zei dat hij zijn zoon graag wilde zien, maar hij kwam altijd om drie uur 's nachts of zo, dus niet voor mij, maar voor mijn moeder. Op een gegeven moment heeft zij dat afgekapt.

Ik heb altijd geweten wie hij was. Ik wist ook waarom mijn moeder hem had laten gaan. Mijn vader was een nonchalante flapdrol. Tegelijkertijd vond ik dat mijn moeder voor ons leven geen handige constructie had bedacht. We zijn zo'n beetje samen opgegroeid en hoewel ik nooit het gevoel heb gehad dat ik erg veel miste, waren er momenten, vooral in de puberteit, dat ik toch liever een normale vader en een normale moeder had gehad. Ze was heel erg into new age, deed allerlei cursussen - aura lezen en zo - maar zat ook in therapie, had problemen met haar familie, vond het leven niet erg makkelijk.

Ik denk dat ik veel van de dingen die ik gedaan heb, bewust of onbewust, deed om aan haar laten zien dat het leven wél de moeite waard is, dat er zo veel te zien, zo veel te leren is. De dingen die ik ontdek wil ik met haar, maar ook met al mijn vrienden - de mensen van wie ik houd - delen.

Mijn boek gaat over een reis die ik te voet en met de fiets naar naar mijn moeder in Marseille maakte. Ze woont daar nu al acht jaar. Vroeger bleef ik niet langer dan een week en begon ik me na twee dagen aan van alles te ergeren. Dit keer deed ik er twee maanden over om bij haar te komen en het leek me belachelijk om dan na een week weer te vertrekken. Dus bleef ik een maand en we hadden het - misschien wel door de inzichten die ik onderweg had opgedaan - erg fijn samen.

En mijn vader... weet je, ik heb altijd gedacht dat het mij niets uitmaakte dat ik hem nooit echt had leren kennen. Vier jaar geleden kreeg ik, via een website waarvoor ik werkte, een mailtje van een man die beweerde zijn zoon, Raoul de Jong, te zoeken. Ik vroeg om meer informatie en kreeg antwoord van zijn vriendin: mijn vader had zich aangesloten bij de Pinkstergemeente en zag het als Gods opdracht om zijn kinderen op te zoeken. Ze gaf me zijn telefoonnummer. Ik zei: 'Nee, vraag maar of hij contact met mij opneemt.' Ik hoorde niets - dacht ik - en er gingen twee jaar voorbij. Toen vertelde een vriend van mij, die ook alleen door zijn moeder was opgevoed, hoe belangrijk het voor hem was geweest om zijn vader te leren kennen. Ik besloot het e-mailadres weer op te zoeken en ontdekte, tussen de spamberichten, wel degelijk een mailtje van hem - hij moet zich dus twee jaar lang hebben afgevraagd waarom ík niets van me liet horen.

Ik belde hem op. Mijn stem trilde en ik besefte dat het kennelijk toch niet klopte dat het mij helemaal niets deed. We spraken af op het Centraal Station van Amsterdam. Ik was te vroeg en bij iedere zwarte man die voorbij kwam lopen, dacht ik: dat zou mijn vader kunnen zijn. Tot ik hem zag en wist: o shit, ja, natuurlijk, dát is mijn vader! Hij had alles wat ik niet zo erg leuk vind aan mezelf: van die grote inhammen, hij was klein en dun. Het was de man die ik tot op dat moment alleen maar in de spiegel had gezien.

Mijn vader begon meteen te huilen. Ik had met hem te doen, maar pas toen hij - met zo'n Surinaams accent - over mijn moeder begon te vertellen raakte ik geëmotioneerd. 'De mensen hebben jouw moeder nooit begrepen,' zei hij 'maar ze is een heel bijzondere vrouw en ik hield van haar.' Er was dus meer geweest dan alleen maar een kinderwens, en seks. Er was liefde geweest. We gingen samen eten in een Surinaams restaurant en hij vertelde mij over zijn leven. Ik was zijn oudste kind. Na mij zijn er nog zeven, of acht gekomen. Bij vier verschillende vrouwen. Ik scheel maar twee maanden met het volgende kind... Dus ja, een nonchalante flapdrol, dat verhaal klopte in elk geval. Maar hij had het licht gezien. Hij was vol goede voornemens. Hij zei te begrijpen dat hij geen vader meer voor mij kon zijn, maar stelde voor dat we vrienden zouden worden. We zijn samen dronken geworden, het was een prachtige avond, maar daarna is het contact een beetje verwaterd. Ook in dat opzicht lijken we namelijk op elkaar: we zijn goed met woorden, maar maken niet altijd waar wat we beloven.

De laatste tijd ben ik mij in de familiegeschiedenis van mijn vader gaan verdiepen. Er zijn prachtige verhalen over voodoo-praktijken en verlaten plantages waar niemand meer durft te komen omdat er 'verschrikkelijke dingen' zijn gebeurd. En, ook fijn: mijn overgrootvader was een medicijnman over wie werd gezegd dat hij in een tijger kon veranderen.

Een paar weken geleden was ik, voor het eerst sinds lange tijd, bij mijn vader op bezoek om over een mogelijke reis naar Suriname te praten. Nu blijkt dat hij ook al jaren bezig is om allerlei dingen over het verleden uit te zoeken. Hij zei: 'Het is Gods plan dat jij hierover gaat schrijven!' Het is heel vervreemdend om met iemand te praten die zo op mij lijkt. Oké, hij noemt alles het werk van God - een beetje te veel van het goede - maar ik roep steeds dat alles magisch is en zeg dat dingen te toevallig zijn om toevallig te zijn, wat in feite op het zelfde neer komt.

Zo vreemd, die laatste ontmoeting; het was net alsof we in elkaar overstroomden, alsof we samen één organisme vormden."

V Gij zult niet doden
"Ik heb Puck, mijn hond, een spuitje laten geven. Voelde me zo bezwaard. Het gaat eigenlijk tegen mijn geloof in - het is niet aan ons om te besluiten wanneer iets voorbij is - maar het werd te erg, het was zó zielig.

Als ik naar mijn werk moest, ging hij in een draagzak met mij mee. Hij moest om het half uur plassen of poepen en moest daarbij geholpen worden. Ik deed geen oog meer dicht. Die laatste nacht hoorde ik hem krijsen; het kon zo niet langer.

Puck was mijn broertje. We kregen hem toen ik negen was en hij is overleden op mijn 27ste. Mijn moeder en ik hadden ervoor gekozen om hem bij ons te laten komen en dus was het mijn taak om voor hem te zorgen, om hem gelukkig te maken, tot het eind.

Ik dacht de dood te begrijpen, maar dat was niet zo. Het enige wat ik begreep is dat je die niet kunt begrijpen, je begrijpt het pas als je zelf aan de beurt bent.

Ik stond met Puck in mijn armen. Dat wat Puck Puck maakte, was opgegaan in de lucht, in de bomen, in alles om mij heen. En ik begreep: als ik Puck wil eren, moet ik dat allemaal, het grote geheel, omarmen."

VI Gij zult geen onkuisheid doen
"Toen ik mij voor de eerste keer ging aftrekken heb ik daarbij, om een of andere reden, een plaatje van Brigitte Bardot gebruikt, maar daarna bleek een clipje van The Back Street Boys voor veel meer opwinding te zorgen. Toen wist ik het: ik ben homo. Ik kan me nog goed herinneren dat ik de volgende dag over het schoolplein liep en besloot om het aan niemand te vertellen. Dit moest een geheim blijven. Een gekke moeder, bruin, en ook nog homo! Ik ging met mijn beste vriendin naar Ibiza waar we op de camping twee Amerikaanse leernichten tegenkwamen. Ik dacht: o my god, daar hoor ik nu dus bij... Ik vond het verschrikkelijk. Tot ik ontdekte dat er ook andere homoseksuelen zijn, en dat het zelfs fijn is om bij die 'familie' te horen. Het anders zijn - dat me vroeger niet altijd is bevallen - blijkt ook een cadeau te zijn. Als je een beetje buiten de maatschappij staat, en de dingen van een afstandje bekijkt, begrijp je ze soms beter."

VII Gij zult niet stelen
"In mijn puberteit vond ik het een tijdje cool om drugs te gebruiken en dingen te stelen, maar toen het tot mij begon door te dringen wat de gevolgen waren - je voelt je de volgende dag slecht, of je wordt daarna zélf bestolen - ben ik ermee opgehouden. Het is karma. Als je iets slechts doet, zullen slechte dingen je overkomen."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
"Oké, dit heb ik dus van mijn vader... Heel lang geleden beloofde ik een dvd voor iemand te branden. Toen hij er nóg eens om vroeg, zei ik: 'De dvd is brandende! As we speak!' Dat was helemaal niet waar. Vanochtend kreeg ik wéér een bericht van die jongen: 'Ik durf het bijna niet te zeggen, maar...' Ik denk dat ik dit mailtje maar even onbeantwoord laat en pas van me laat horen als de dvd klaar is. Met extra's! Om het goed te maken. Dit kan natuurlijk beter. Voortaan moet ik zeggen dat ik geen tijd heb. Of meteen doen wat ik heb beloofd."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren
"Ik heb wel eens met een andere jongen gezoend. Daar voel ik me nog schuldig over. Zoiets moet ik gewoon niet meer doen. Het gaat ten koste van ons sprookje. Het is weleens lastig om lang van elkaar gescheiden te zijn - Gianluca woont in Parijs en ik in Rotterdam - maar het is te doen. Soms is jezelf iets ontzeggen zelfs mooier dan aan je verlangen toe te geven."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
"Voor ik op reis ging was ik jaloers op mijn succesvolle vrienden. De een had een bestseller geschreven, de ander kreeg zesduizend euro voorschot voor het schrijven van een roman. Tof, leuk voor jullie, maar eh... waarom heb ik dat niet? Toen kreeg ik het plan om naar het zuiden te lopen, zelf mijn pad te vinden, en daar stukjes over te schrijven voor de website van NRC.

Ik wist helemaal niet of ik het kon, en of ik nog iets te vertellen had - het enige wat ik wist was dat ik dit heel graag wilde gaan doen: computer afsluiten, stoppen met piekeren over mijn carrière, weg van het uiterlijk vertoon en de zucht naar erkenning. Bezig zijn met waar het werkelijk om gaat: het leven zelf.

En het werkte. Die jaloezie, al het gedoe, viel weg. Ik kwam erachter dat ik helemaal niet om een plekje hoefde te vechten omdat mijn plekje er altijd al was geweest. Vertrouwen. Dat blijkt de grootste remedie tegen jaloezie te zijn; je moet er gewoon op vertrouwen dat God - het lot, het grote Alles - het beste met je voor heeft."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden