Anders gewoon of gewoon anders

Henk Vroegop 1948-2015

Hij wilde als ieder ander zijn, een gewone man die met een gewone vrouw een gewoon leven leidt. Dat lukte aardig.

Er leek niets bijzonders aan de hand toen hij in de wieg lag, het zesde kind van Jan Vroegop en Pietje Kommer in Broek op Langedijk. De andere kinderen keken uit naar dit nieuwe speelkameraadje.

Dat Henk anders was, bleek toen hij pas laat ging lopen en hij zijn hoofd niet rechtop kon houden. Nog veel later begon hij met praten. De andere kinderen vonden dat wel grappig: de rare keelgeluiden die Henk maakte, konden ze niet eens nadoen.

Henk ging gewoon naar de kleuterschool en vervolgens naar de eerste klas van juffrouw De Bruin, die ook de andere kinderen Vroegop had leren lezen en rekenen. Maar bij Henk lukte dat niet. Hij bleef zitten.

Op een bijzondere school in Alkmaar kon Henk wel meekomen. Daar kon hij de tijd nemen die hij nodig had. Elke dag ging hij er met de lijnbus alleen heen.

Met zijn lichaam had Henk meer problemen. De zogenoemde Engelse ziekte bedreigde zijn botten en hij moest een 'rechthouder' dragen: een leren tuig met een stalen stang in de rug. Henk had een gruwelijke hekel aan dat ding, deed hem vaak af en verstopte hem op de gekste plaatsen, tot ergernis van zijn moeder.

Toen hij een jaar of tien was, leek het wel goed te komen met zijn lijf, al zou hij altijd vrij klein blijven. Hij was dol op voetballen en met een ouder broertje balde hij heel wat af op het terrein van zijn vaders bedrijf. Als hij alleen was, dan schopte hij de bal fanatiek tegen een blinde muur.

Henk werd lid van BOL, de sportvereniging van Broek op Langedijk, en hij speelde pittig mee in voetbalcompetities. Als het goed ging, dan klapte hij blij in zijn handen, of hield die voor zijn gezicht. Heel zijn leven bleef hij dat doen.

Thuis hadden alle kinderen een taak, alleen Henk niet. Dat begreep iedereen, want hij was wat onhandig. Wat er precies mis met hem was, werd nooit benoemd. Hij was gewoon 'onze Henk'.

In de schoolvakanties moesten de kinderen helpen in het bedrijf van vader: timmer- en kistenfabriek De Hoop. Daar maakten ze vooral kratten voor de vele telers van aardappelen en kool in de streek. In winters dat de kool een goede prijs maakte, was er geld in het dorp en dus werk voor de timmerafdeling.

Toen Henk zijn leerplicht had voltooid, kwam hij bij zijn vader werken. Eenvoudige klussen gingen hem goed af, als hij er de tijd voor kon nemen. Er werkten meer familieleden en Ome Kees nam hem onder zijn hoede. Dat bleek geen pretje voor Henk. Die twee konden niet goed met elkaar overweg. Toen zijn vader met tuberculose werd opgenomen in een sanatorium, was Henk helemaal overgeleverd aan Ome Kees, die hem als een knechtje behandelde. Dat pikte Henk niet, hij liet zich niet de hele tijd afsnauwen.

Hij praatte nooit over zijn problemen, ook later niet, maar iedereen zag dat hij ongelukkig was. Zijn vader vond een oplossing die de familiale verhoudingen geen kwaad deed: een baantje voor Henk bij een bevriende houthandelaar in Alkmaar.

Driften

Er was nog een ander probleem. De puberteit had hem overvallen. Hij kon zijn driften niet de baas en hij was onbeheerst met meisjes. In het dorp kende iedereen hem als een vriendelijke jongen, maar nu kwamen er toch klachten. Deskundigen werden ingeschakeld, maar praten hielp niet meer. Henk moest weg voordat er ongelukken zouden gebeuren.

Tot opluchting van zijn ouders kreeg Henk een plaats in de Wittenburg in Bergen, een gezinsvervangend tehuis van Philadelphia. Nu was Henk officieel ingedeeld als 'verstandelijk gehandicapt' en niet alleen maar 'onze Henk'. Hij vond het prima. Eerst kwam hij in de weekeinden thuis, maar uiteindelijk vond hij er helemaal zijn draai.

Nog mooier werd het toen er iets opbloeide tussen hem en Joke Strijbis, een medebewoonster. Ook zij was uit Broek afkomstig, maar ze hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Ze kregen verkering en Henk vroeg haar ten huwelijk. Dat was iets nieuws in dat tehuis, maar alle bezwaren werden uit de weg geruimd. Er kwam een groot bruiloftsfeest met alle bewoners van het huis. Henk ging op de foto met de hoed van Joke op zijn hoofd en er was grote pret alom.

Als enigen in het tehuis gingen ze samen op een kamer wonen. Maar ze wilden meer: een eigen woning, net zoals andere getrouwde mensen. Eerst gingen ze proefwonen in Heiloo, daarna kregen ze in 1986 een gewone gezinswoning aan de Joke Smitstraat in Bergen. Het was begeleid wonen, toen nog een tamelijk nieuwe term, met zorg van Philadelphia en de buurt. Uiteindelijk hield vooral buurvrouw Mariëtte Burgering toezicht op het paar.

Henk kreeg een baan bij het Werkvoorzieningschap Noord-Kennemerland in Heerhugowaard, waar hij in zijn eigen stiel kon blijven, de houtbewerking. Hij maakte er onder andere magazijnstellingen. Joke werkte op de inpakafdeling van de sociale werkplaats in Alkmaar.

Ze leken heel gelukkig samen. Joke praatte honderduit en het maakte haar niet uit of mensen haar konden volgen of niet. Als zij kookte, dan kon het gebeuren dat ze de pannen op het fornuis vergat. De brandlucht heeft buurvrouw Mariëtte menigmaal gealarmeerd. Daarom zorgde Henk meestal voor het eten. Hij bleef dan geconcentreerd in de keuken.

Henk zat graag met de koptelefoon op voetbaluitslagen te noteren in een schrift, met de standen van Ajax in rode inkt. Ajax was zijn grootste liefde, na Joke. Dat was begonnen in de gloriejaren met Johan Cruijff, maar Henk bleef fan in mindere tijden. Het beeldmerk van de club zat op alles, zelfs zijn gehoorapparaat. Alleen weigerde Joke te slapen onder een Ajax-dekbed.

Kampioensschaal

Toen Joke 65 werd, bood zijn broer Cees een dagje Amsterdam aan, met als hoogtepunt de 'Ajax Experience' op het Rembrandtplein waar Henk zich kon uitleven in virtuele wedstrijden, zelf met schoten op een doel zijn vaardigheden kon testen en de kampioensschaal van 2012 mocht vasthouden. Toen Henk zelf een jaar later 65 werd, kreeg hij een bezoek aan een wedstrijd van Ajax in de Arena als cadeau. Hij genoot ervan, maar uitte dat niet meer zo zichtbaar als vroeger met zijn handen.

Henk had al ruim tien jaar last van de ziekte van Parkinson. Ook had hij suikerziekte en was hij door zijn grote eetlust veel te zwaar, wat weer problemen gaf met zijn pijnlijke voeten waarvoor hij speciale schoenen nodig had. Maar als je hem vroeg 'hoe gaat 't?', dan was het antwoord altijd 'Goed hoor'.

Alleen de laatste maanden zei hij dat niet meer. In november had hij tien dagen in het ziekenhuis gelegen voor de plaatsing van een dopaminepomp tegen de parkinson. Dat ging niet goed. Op de vraag hoe 't ging, zei hij nu gewoon 'slecht'. Zijn gezicht verstrakte.

In Bergen kreeg hij een plaats in verpleeghuis Oudtburgh. Daar begon hij aan nog aan een nieuw schrift voor de voetbaluitslagen, met zoals gebruikelijk Ajax in rood en de rest in zwart. Maar hij wist dat het einde nabij was.

Was hij bang?

"Een beetje", zei hij.

Voor de pijn?

"Nee."

Wat dan?

"Dat Joke alleen blijft."

Henk Vroegop werd geboren op 16 december 1948 in Broek op Langedijk, Noord-Holland. Hij stierf op 21 januari 2015 in Bergen.

Ajax was zijn grootste liefde, na Joke. Het beeldmerk van de club zat op alles, zelfs zijn gehoorapparaat. Alleen weigerde Joke te slapen onder een Ajax-dekbed.

Henk Vroegop

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden