Andermans arbeidsvitaminen

Niet omdat ik er speciaal van hield maar omdat ik wilde deelnemen aan een intellectuele cult die bij ons op school heerste, draaide ik vroeger thuis muziek van Frank Zappa: We’re only in it for the money. We did it again, we did it again! Mijn ouders wisten niet wat hen overkwam, wat was er van hun klassiek-georiënteerde, Schubert spelende zoontje geworden. ‘Zet dat ding uit’, riep mijn vader, alsof de duivel zelf zijn woning had betreden. Ik zelf ben er geloof ik in muzikale zin wel tolerant van geworden. Hoewel als het aan mij ligt KV 516 wordt gedraaid of Dietrich Fischer Dieskau ‘Nacht und Trüume’ zingt, raak ik niet van slag als het iets heel anders is. Vrienden van mij geven me voor mijn verjaardagen zelfs popmuziek om als ze komen logeren tenminste hun eigen muziek te kunnen horen. Zo bezit ik, mijns ondanks, een dependance aan popmuziek: Elbow, Asleep in the back, Matthew Sweet, Girlfriend. Ik heb het in huis staan maar zou het niet herkennen als het werd gedraaid. Ik betrap mij er ook weleens op dat ik in de auto minutenlang gedachtenloos zit te luisteren naar hersenloze klanken van naargeestige dansorkestjes of volkszangers die ik in theorie meen te verafschuwen, zonder dat het tot me doordringt. Misschien neurie ik zelfs wel eens mee met een schlager die ondanks alles bij mij is blijven hangen. En als het om onbekende, vreemde muziek gaat kan ik soms zelfs meegesleept raken. Zo heb ik eens een uur ontroerd zitten luisteren naar een radio-uitzending waarin West-Ethiopische stamleden eentonig voor zich uit zaten te jammeren. Muziekterreur wordt het pas als je het niet uit kunt zetten. In de film Clockwork Orange wordt de hoofdpersoon gestraft doordat hij gedwongen wordt naar beelden van de holocaust te kijken onder het gedreun van Beethovens Negende Symfonie. En ik herinner me dat men in een of ander winkelcentrum in Nederland hangjongeren probeerde te verjagen door er de hele dag strijkkwartetten uit de klassieke doos af te spelen. Sommige mensen krijg je weg met iets moois. In Honduras probeert het leger deze dagen de verjaagde en via de Braziliaanse ambassade in Tegucigalpa teruggekeerde president Zelaya uit te roken door de hele dag snertmuziek op die Braziliaanse ambassade los te laten. ‘Van hardrock tot marsmuziek’, meldde het bericht. Je moet er inderdaad niet aan denken. Het is een beproefde methode. Tijdens de belegering in 1993 van het religieuze complex van de Branch Davidians in Waco, Texas, bombardeerde de FBI de volgelingen van David Koresh ook met ongewenste muziek. Waar muziek volgens velen de hoogste kunst is, is muziekterreur misschien wel de ergste terreur. Arme Zelaya. Maar ik neem aan dat ze in Braziliaanse ambassade wel oropax hebben of kussens om over je hoofd te trekken. Erg wordt het pas als iemand met een ghettoblaster naast je op het strand zit of als de winterschilder de hele dag naar de Buffoons luistert. De terreur van andermans arbeidsvitaminen. De bard Kakofonix. Had je vroeger niet. Je zat met je familie in je spelonk en luisterde tevreden naar de monotone heldenzangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden