Anderhalve vierkante meter winkel per inwoner

Geleund over hun onderdeur in het Wildemanshofje spreken de twee buurvrouwen er schande van: zóveel meubelwinkels, al die krantjes die je daarvan in de bus krijgt. En al die schoenenwinkels? Wie moet dat allemaal kopen? En dan zijn er nog die grote nieuwe zaken in Overstad. Nee, de dames hebben het daar niet zo op begrepen.

De winkelstraten in Alkmaars oude binnenstad zien er inderdaad vitaal uit. Logisch ook, Alkmaar fungeert duidelijk als streekcentrum. Dat is door de eeuwen zo geweest; al vanaf de tijd van de drooglegging van de Heerhugowaard en de Schermermeer in de 17de eeuw. Nog altijd is ongeveer tweederde van de omzet te danken aan consumenten uit de directe omgeving.

De voornaamste winkelstraat is de Langestraat, ooit een van de deftigste straten van Alkmaar. Het stadhuis met z'n torentje hoorde daar thuis tussen de patriciërshuizen, van de alles-dominerende Grote Kerk tot aan de brede bolle stenen brug over de Mient. Dat voorname is er nooit helemaal uitgesleten (misschien zit 'm dat ook in de mooie maatverhoudingen tussen straat en huizen, waar Alkmaar beroemd om is; als je weet dat zo'n Van den Boschstraat - naast de Hema - tot 1932 een vijf keer zo smalle steeg was, dan klopt daar merkbaar iets niet). Via de achterliggende winkelstraatjes, langs het Hof van Sonoy - oorspronkelijk begijnhof, later een tijdje deftige gouverneurswoning - naar het Waagplein.

De vrijdagse kaasmarkt is inmiddels natuurlijk grotendeels toeristische business, en het is een beetje moeilijk om de eerbiedwaardige traditie van het kaasdragersgilde, bijna even oud als de vier eeuwen oude Waag, er doorheen te zien. Maar dat is in de zomermaanden. Vooralsnog wordt het winter, en is het rijtje kroegen en grand cafés aan het Waagplein belangrijker om te vermelden. (De Waag is nu Kaasmuseum, net zoals voormalige brouwerij De Boom iets verderop nu Biermuseum is, - bier was minstens zo'n belangrijke handel als de beroemde kaas.)

Dan die nieuwe winkelpromenade Noorder Arcade, waar de dames van het Wildemanshofje het niet zo op begrepen hadden. Het is inderdaad even slikken. Maar de ambitieuze Alkmaarse plannen om de binnenstad naar de overkant van het Noordhollands Kanaal op te rekken zijn wèl de hedendaagse vertaling van dezelfde streekverzorgende functie die we in de historische binnenstad zo mooi vinden. Dus geen gezeur en de benen d'r in.

Vroeger waren hier industrieterreinen (de recent gebouwde voetgangersbrug heet de Ringersbrug, naar de voormalige chocoladefabriek) en daar weer achter verrezen nieuwe woonwijken. De industrie verdween en het braakgekomen terrein wordt nu dus ingenomen door meubelreuzen, baby-paleizen en sportgiganten - niet echt om vrolijk van te worden, maar wat niet is kan nog komen. Meestal liggen dergelijke megastores aan de rand van de stad en zijn ze gekoppeld aan een winkelpubliek dat met de auto komt. Hier zijn ze dus te voet vanuit de binnenstad bereikbaar. De aanvankelijk protesterende binnenstadse middenstand kon gerust zijn: de nieuwe superwinkels moeten per stuk minstens duizend vierkante meter verkoopruimte hebben, zodat de grootschalige en kleinschalige detailhandel elkaar kunnen aanvullen. Samen nog meer zuigkracht, zo is het idee. En het lijkt te werken. Op de Kanaalkade schijnen op zaterdagen regelmatig files te staan, vanwege de stroom fun-shoppers op het zeebrapad. Een recente becijfering telt anderhalve vierkante meter winkelvloer per Alkmaarder: Alkmaar is daarmee opgeklommen tot de zevende plaats op de landelijke lijst van winkelcentra - met stip vanwege de 16.000 m2 van het nog te voltooien winkelcentrum.

Weer terug in de tijd: naar de Kooltuin waar kleine pakhuizen zij aan zij stilletjes achterover leunen. De Waag spiegelt zich met z'n feestelijkste zijde in het water van het Luttik Oudorp. In de hoek van het bolwerk hierachter ligt het Victoriepark (genoemd naar - driemaal raden - Alkmaars victorie van 1573). Het kleine havenkwartier met zo mogelijk nog smallere winkelstraatjes (Alkmaar lijkt soms net een souk, winkeltje na winkeltje, de ijzerhandel nog ijzerhandel, en de kaasboer kaasboer) mondt uit in een keurig stadsherstelwijkje. Een paar lange dwars-stegen monden uit op het stille Verdronkenoord, met links op het uiteinde, aan de Bierkade, het Accijnstorentje van waaruit het goederenverkeer over water gecontroleerd werd (in 1924, toen het kanaal verbreed werd, is het hele gevalletje een paar meter opzij gerold, zo voorzichtig dat het uurwerk rustig door bleef lopen), en helemaal aan het andere uiteinde, op de bocht met de Mient, temidden van veel eethuizen en cafés, de twee stenen banken van de Vismarkt.

Achter de Laat, in de luwte van het winkelgebeuren, ligt de Oudegracht, met daaraan - nog stiller - het Wildemanshofje. Je kunt er binnendoor doorsteken: bij de achteruitgang sta je ineens midden in de laat-negentiende eeuwse sfeer van de stadssingels. Nog opvallender is dat bij de Baangracht, waar er een paar traptreden voor nodig zijn om op de voormalige stadswallen terecht te komen.

Nog een laatste grachtje, rijtje pakhuisjes, hofje, plus Alkmaars oudste huis aan de Geest, in het wijkje aan de voet van de Grote Sint Laurenskerk. En dat er over die beroemde, en nota bene pas helemaal gerestaureerde Grote Sint Laurenskerk nauwelijks een woord gezegd is, is natuurlijk een schande. Laten de dames van het Wildemanshofje het niet merken! (Maar met een beetje mazzel is er wèl een bazaar of een tentoonstelling gaande, zodat u er althans in kunt.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden