Ander parkoers, zelfde winnaar

WEVELGEM - Het zinde Georges Matthijs, de 85-jarige organisator van Gent-Wevelgem, niet langer dat zijn 'waaierkoers' haast per definitie in een adembenemende, soms tumultueuze massasprint eindigt. En nog minder was de oude, vitale baas er over te spreken dat de renners na een snelle douche fanatiek gingen bijtrainen om toch maar voldoende kilometers voor Parijs-Roubaix in de benen te hebben.

Wat doet een 'inrichter' van een wielerwedstrijd in zo'n geval? Hij maakt van zijn trots, waarvoor hij een jaar lang ongeveer dag en nacht in de weer is geweest, een mini-WK met desnoods een act stijle-wandrijden als extra handicap. Schroefde zijn collega van de Ronde van Vlaanderen de moeilijkheidsgraad afgelopen zondag behoorlijk op om niet opnieuw met een toevallige winnaar als Jacky Durand te worden opgezadeld, Matthijs stuurde zijn renners deze keer niet langs de Belgische Noordzeekust, maar over liefst 24 hellingen. Op de voorlaatste, de Kemmelberg, waren de kasseien zo spekglad, dat drie van de vier koplopers, Danny Nelissen, Peter Farazijn (die nota bene in zijn 'achtertuin' reed) en Christian Henn, hard onderuit gleden. Nelissen hield er behoorlijke snij- en schaafwonden aan over, ook al omdat langs de weg een staalkabel was gespannen. Schande sprak de Limburger daarom van de haast ziekelijke vernieuwingsdrang van Matthijs. "Het is een schandaal dat ze ons daar van af sturen. Ze kunnen je net zo goed van een muurtje laten afrijden."

Matthijs zal waarschijnlijk een Alpencol moeten nabouwen om in 'zijn' Gent-Wevelgem een massaspurt te voorkomen. Was de finale van de Ronde van Vlaanderen zondag nog saaier dan het jaar ervoor, Cipollini, vorig jaar ook winnaar in Wevelgem, zette gisteren met een meesterlijk geregisseerde eindsprint de wedstrijd volledig naar zijn hand en volgde alleen het advies van de PR-manager van de ploeg, oud-coureur Roger de Vlaeminck, niet op om nog een ommetje van honderd kilometer naar het hotel te maken. Daarvoor genoot de Toscaan, bijgenaamd Macho Mario na zijn zevende seizoenzege net even te veel van het zoete leven. Waarmee maar gezegd is dat renners onder alle omstandigheden het gezicht van de wedstrijd bepalen. In dit geval zelfs volkomen terecht. Waarom zou een 'klassieker' niet in een mooie, bloedstollende massasprint mogen eindigen? Matthijs had trouwens beter kunnen weten. In 1957 stuurde de toenmalige vlashandelaar de coureurs in Belgisch en Frans-Vlaanderen ook al over een door de natuur opgeworpen hindernisbaan. En ook toen had de winnaar (Rik van Looy) zijn zege aan een scherpe eindsprint te danken.

Achteraf speelde de valpartij in de afzink van de Kemmel Matthijs niet in de kaart. De enige die overeind bleef (Ludwig Willems), duldde gedienstig de tegenspraak van zijn ploeggenoot Ballerini die, met enkele minder gedrevenen, als een bezetene achter de Belg aanjoeg. Willems' verzet brak vijftien kilometer voor Wevelgem, waarna hij blijmoedig verslag deed van de mooie sportdag die net achter hem lag. Of hij niet liever een keer de eeuwige roem had vergaard? Nee, dat was geen moment bij hem opgekomen. "Ik had nooit gedacht dat ik zou winnen. Een voorsprong van dertig seconden is niet veel. Met Ballerini erbij hadden we een grotere kans op de zege. Ik moet er niet aan denken dat ze mijn kaart hadden gespeeld en ik dat vertrouwen had beschaamd."

Willems verontschuldigde zich zelfs voor het geringe aandeel dat hij in het aantrekken van de sprint voor Cipollini had geleverd. Het waren opnieuw de ontembare Ballerini en Museeuw die de grootste prijsjager uit de GB-ploeg in een fauteuil naar een nieuwe triomf droegen. Vanderaerden, Abdoesjaparow (vorig jaar gediskwalificeerd na een handgemeen met Cipollini), Moncassin, Ludwig, Capiot en Jalabert, deze gereputeerde sprinters waren volstrekt kansloos tegen de krachtexplosie van de Italiaan.

In de wonderlijke Belgisch-Italiaanse mix, die de GB-ploeg is, kan ploegleider Patrick Lefevre zijn geluk niet op. De Belg was vorig jaar nog de nederige assistent van De Vlaeminck, die, in de creatie van PRman, een paar treden terug moest op de hierarchieke ladder en tussen de regels door laat blijken het moeilijk te hebben met die degradatie. Lefevre heeft in het cyclisme altijd co-schappen gelopen - zijn zakelijke beslommeringen buiten het wielrennen om lieten hem wat dat betreft weinig keus - maar wordt nu gezien als de grote man achter de ploeg, die dit seizoen reeds dertien zeges heeft behaald. De Belg wordt een grote mate van psychologisch inzicht toegedicht. Hij bevrijdde Museeuw van de stress, maakte van Cipollini een 'kerel' en smeedde het allegaartje om tot een hecht collectief.

Met name de van nature gemakzuchtige Cipollini acht hij tot veel meer in staat dan alleen sprintjes winnen. Vorig voorjaar liet de coureur uit Lucca weten dat hij tijdens het Italiaans kampioenschap (eind juni) op het strand te vinden zou zijn. Een mens heeft nu eenmaal recht op een verzetje. Lefevre herkent dat beeld maar al te goed: "Cipollini heeft in iedere Tour de France nog opgegeven. Als hij in juli de zee ruikt, is er geen houden meer aan. Nu zie je hem heel veel bergop trainen. Hij is in vergelijking met vorig jaar zeker dertig procent sterker geworden. Ik ben ervan overtuigd dat hij buiten de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik alle klassiekers aankan. Mario is ook in staat om de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix te winnen. Mijn aandeel daarin? Dat is miniem. Maar hij beseft zelf welke verborgen kwaliteiten er nog in hem schuil gaan."

De ploeg is een hechte vriendenclub geworden, constateert Lefevre. "Cipollini bijvoorbeeld heeft veel moeite gedaan om Frans te leren. Er is aan tafel natuurlijk nog de nodige spraakverwarring, maar er wordt veel gelachen. Wat moet ik er verder van zeggen? Als je succes hebt, is het niet zo moeilijk een goede sfeer te creeren. Om dat proces te sturen heb ik de afgelopen winter geselecteerd op karakter. De cultuurverschillen heb ik getracht te nivelleren door de Belgen de goede dingen van de Italianen te laten afkijken. En omgekeerd natuurlijk. Museeuw eet nu veel meer pasta dan vroeger (zondag, na zijn zege in Vlaanderen, tracteerde hij zichzelf bij wijze van uitzondering op een patatje oorlog - red.). Daar zitten koolhydraten in. De Italianen werken daarentegen minder vlees naar binnen. Dat was hoognodig. Ik heb geconstateerd dat de Italiaanse renners qua vetgehalte de magerste van de peloton zijn."

De zoete druiven smaken de PR-manager, voor wie het aantal seizoenzeges van Cipollini eerder een vraag dan een weet is, zuur. "Ik was niet streng genoeg," wil hij kwijt over de paleisrevolutie in de ploeg. Maar ook nu de hand van de leider wat harder is, twijfelt De Vlaeminck in hoge mate aan de beroepsernst van de beste sprinter van dit ogenblik. De 55e Gent-Wevelgem is pakweg een half uurtje geschiedenis, wanneer De Vlaeminck het slechte in de mens Cipollini ontdekt. "Ik heb Mario gevraagd op de fiets naar het hotel te gaan. Ik zie het hem niet doen. Hij geniet nu van alle aandacht rond zijn persoon, en denkt niet meer aan de fiets. Als ge zondag Parijs-Roubaix wilt winnen, moet ge nu al nerveus zijn, op de fiets stappen en honderd kilometer gaan trainen. Die Cipollini zit zondagavond alweer in Florence. En dan gaat U hem een hele tijd niet meer zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden