Analfabetisme wordt vaak niet opgemerkt. Met de herkenningswijzer zie je het eerder.

door Nanda Millenaar

’Ik ben mijn bril vergeten’, of ’Dat formulier vul ik later wel in’.

Het zijn veelgehoorde uitspraken van laaggeletterde mensen. Toch wordt de handicap door de omgeving meestal niet opgemerkt. En wat moet je doen als je vermoedt dat iemand niet kan lezen en schrijven? Er rust een groot taboe op. De Stichting Lezen & Schrijven ontwikkelde een ’herkenningswijzer’, waarmee analfabetisme eerder herkend kan worden.

Nederland telt volgens recent onderzoek 1,5 miljoen laaggeletterde mensen. Een laaggeletterd persoon kan niet goed genoeg lezen, schrijven of rekenen om zich in het dagelijks leven te kunnen redden. Analfabeet zijn mensen van boven de 15 die helemaal niet kunnen lezen en schrijven en het ook nooit geleerd hebben. De meeste mensen kunnen wel iets lezen en schrijven, maar niet genoeg om handleidingen te lezen of formulieren in te vullen.

Denk nu niet meteen aan stotterende mensen die de deur niet uitkomen, want meestal kunnen deze personen zich redelijk goed redden. Volgens Margreet de Vries, directeur van de Stichting Lezen & Schrijven, zijn deze mensen verbaal heel sterk. „En wat je vaak ziet is dat ze een fotografisch geheugen hebben. Routes kennen ze, doordat ze onthouden dat ze bij het blauwe huis links moeten.” Maar dat betekent volgens De Vries niet dat deze groep volledig meedraait in de maatschappij, daarvoor moeten ze leren lezen en schrijven.

Cor van Wijk (66) lag na zijn geboorte weken in een couveuse. Op school bleek dat hij niet goed kon leren en vooral veel moeite had met lezen en schrijven. „Toen mijn vader dat ontdekte heeft hij mij van school gehaald”, vertelt Cor. „Als hij energie in mij had gestopt, bijvoorbeeld door een privéleraar aan te nemen, had ik het best kunnen leren.”

Zijn moeder kon lezen en schrijven, en heeft hem wel wat woordjes geleerd, maar ondernam nooit een echte poging het haar zoon te leren. Cor neemt het haar niet kwalijk, maar zijn vader wel. „Mijn vader heeft in het leger gewerkt en was een autoritaire man die mij veel kleineerde. Ik voelde me door hem opzijgezet.”

Op zijn zestiende werd Cor het huis uitgezet door zijn vader en jarenlang wisselden ze geen woord. „Vijf jaar voor zijn dood, ongeveer twee jaar geleden, hebben we het uitgepraat. Je moet kunnen vergeven en vergeten.”

De lagere school maakte Cor niet af. Hij ging op zijn dertiende aan het werk. „Ik ben begonnen bij een bandenfabriek, waar ik materiaal brandwerend moest maken.” Daarna volgden vele banen: onderhoudsman in het leger, conciërge op basisscholen en medewerker in de spoelkeuken van een ziekenhuis. Cor is altijd eerlijk geweest over wat hij zijn ’handicap’ noemt. „Als je eerlijk bent hebben mensen een heleboel begrip voor je situatie en wil iedereen je helpen.” Op zijn werk leerde hij veel door bij andere, af te kijken. „En post laat ik altijd door vrienden of mijn zus lezen.”

Cor heeft zich nooit geschaamd dat hij laaggeletterd is, maar de meeste mensen doen dat wel. Mensen verzwijgen het, tot ze tegen de lamp lopen. Daarom ontwikkelde de stichting vier herkenningswijzers, een algemene, een voor artsen, bedrijven en leerkrachten.

De wijzer bestaat uit signalen en uitspraken van laaggeletterden. De signalen zijn vaak hetzelfde: iemand wordt nerveus als hij of zij iets moet lezen of opschrijven, vermijdt ze, leest nooit de post en reageert niet op schriftelijke uitnodigingen. Ook moet je opletten als iemand een kruisje zet als handtekening.

Naast de signalen zijn er volgens de stichting veelgehoorde uitspraken, als: ’Kunt u dat even voor mij invullen’ en ’ik heb een onleesbaar handschrift’. Mensen die zeggen nooit te lezen of die meerdere keren een afspraak niet nakomen zijn verdacht. Leerkrachten kunnen te maken krijgen met ouders die de schoolberichten niet lezen en artsen moeten opletten dat mensen wel de goede dosering van medicijnen slikken als ze de bijsluiter niet kunnen lezen. De Vries kent het verhaal van een vuilnisophaalmedewerker die, als ze haar route moest rijden, eerst naar huis ging om samen met haar partner de hele weg uit haar hoofd te leren. Toen er een keer onverwacht een aanpassing kwam viel ze door de mand.

Maar wat als je denkt dat je buurman, werknemer of patiënt niet kan lezen of schrijven? Hoe vertel je die persoon wat jij vermoedt?

„Dat is heel moeilijk”, geeft De Vries toe. „Het heeft te maken met het taboe dat erop rust. Zorg in ieder geval dat het een veilige omgeving is, waarin mensen het gevoel hebben voor hun probleem uit te mogen komen. Er is geen eenduidige aanpak”, denkt De Vries. De aanpak is erg afhankelijk van de persoon die aangesproken moet worden en de situatie. Belangrijk is dat instellingen en bedrijven aandacht aan het probleem schenken en het bespreekbaar maken.

Annelies Jacobs, docente aan de Mondriaan onderwijsgroep in Den Haag, weet ook niet wat de manier is om dit onderwerp bespreekbaar te maken. „Je moet een vertrouwensrelatie met iemand hebben, dat is belangrijk.”

Haar tip is informatie in te winnen, bijvoorbeeld over waar je een cursus kunt volgen. „Veel mensen denken dat ze de enige zijn of dat er niets meer aan te doen is. Je helpt ze als je laat zien dat dat niet waar is.”

Cor leerde vier jaar geleden Coby (76) kennen. Zij heeft het nooit een probleem gevonden dat hij niet kan lezen en schrijven, maar stimuleerde hem wel een cursus te volgen. „We zagen op de televisie een keer een reclamespotje over analfabetisme en hebben toen het telefoonnummer opgeschreven. Hij wilde wel, maar had alleen een duwtje in de rug nodig”, verklaart Coby.

In oktober begon Cor met de cursus. Om te oefenen kocht hij een kindercomputer met lees- en schrijfoefeningen. Op school gaat het goed, Cor leert letters herkennen en schrijven, woorden en zinnen maken. „Het moeilijkst vind ik het verschil tussen een enkele of dubbele klinker. En ik schrijf wat ik hoor, dus logo wordt loogoo en tram wordt bij mij trem”.

„Ik heb wel vaker een cursus willen doen, maar dan had ik het druk met werken en kwam het er niet van”, vertelt Cor. Meestal was hij allang blij dat hij goed functioneerde en dan raakte het leren lezen en schrijven op de achtergrond. Het uiteindelijke doel voor hem is met de computer kunnen werken. „Ik zie het bij vrienden en familie en het lijkt me heel leuk om dat ook te kunnen. Daarnaast moet het ook wel, want er zijn zo veel dingen die je tegenwoordig op internet moet zoeken”.

Coby kijkt vooral uit naar het moment dat Cor zelf de ondertitels op de televisie kan lezen. „Nu moet ik ze voorlezen en daar word ik zo moe van”, lacht ze. Voorlopig kijken ze nog even naar Nederlandse films en televisieprogramma’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden