AMSTERDAN, WENEN - Een poging om Algerije als ...

AMSTERDAN, WENEN - Een poging om Algerije als een duivel af te schilderen, zo betitelen de Algerijnse krant El Watan het bericht in de Sunday Times, dat Algerije samen met Irak bezig is een "islamitische atoombom te vervaardigen.

El Watan zag een verband tussen de publikatie in de Britse krant en de overwinning van de islamitische confessionelen bij de Algerijnse parlementsverkiezingen, die buiten Algerije schrikreacties heeft teweeggebracht. Volgens de krant hebben de "pseudo-onthullingen" tot doel de stemming rijp te maken voor militaire interventie in Algerije.

Een officiele Algerijnse reactie was er gisteren nog niet. Misschien blijft die ook wel uit, want het bericht was zo mager dat de Algerijnen zich amper aangesproken hoeven te voelen. De Sunday Times heeft een reputatie omhoog te houden op het gebied van de nucleaire berichtgeving. In 1986 publiceerde de krant de onthullingen van de Israelische technicus Mordechai Vanunu, waaruit bleek dat Israel over zo'n tweehonderd kernwapens beschikte.

Het bericht van dit weekeinde had voornamelijk een pakkende kop. De Sunday Times baseert zich op "westerse inlichtingendiensten" en de "Government Communications Headquarters" in Cheltenham. Daar zouden Iraakse telefoongesprekken zijn afgeluisterd over de verscheping van tienduizend ton natuurlijk uranium naar Algerije, eerst met vrachtwagens over land naar de Jordaanse haven Akaba, en vandaar per schip naar Algerije. Het is een vreemd verhaal.

Algerije heeft weinig reden om natuurlijk uranium helemaal uit Irak te halen. Het heeft het spul zelf. Verder kan het terecht bij buurland Niger, een van de grootste leveranciers van die grondstof. Natuurlijk uranium is vrij verkrijgbaar op de wereldmarkt. Het is trouwens lang niet voldoende voor een atoombom. "Het is zoiets als dat je, wanneer je vier banden hebt gekocht, zou zeggen dat je een auto hebt" , zegt een woordvoerder van het Internationale Bureau voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen.

Het IAEA sluit uit dat Algerije binnen de twee reactors die het land officeel kent atoombommen kan vervaardigen, zonder dat het wordt opgemerkt. Vlakbij de hoofdstad Algiers is er een kleine reactor van een megawatt, gekocht van Argentinie. Hij staat onder bewaking van het IAEA. De tweede reactor, 160 kilometer ten zuiden van Algiers, is in aanbouw. Algerije en het IAEA onderhandelen over een verdrag waarin de inspectie door het IAEA geregeld zal worden.

Volgens het IAEA verlopen de besprekingen daarover "normaal" . Algerije zegt dat de capaciteit 15 megawatt bedraagt, anderen houden het op 40. Dat laatste is een kwart tot een derde van de geschatte capaciteit van de reactor in het Israelische Dimona, het stadje in de Negevwoestijn waar Israel sinds jaar en dag zijn atoombommen maakt.

De Sunday Times meldt verder dat Iraakse atoomtechnici naar Algerije zijn vertrokken. Het is de vraag in hoeverre Algerije die nodig heeft. Veel Algerijnen hebben in Frankrijk gestudeerd en het land beschikt over atoomgeleerden. Algerije heeft het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens niet ondertekend, evenmin trouwens als Pakistan, Israel en India. Het land heeft dus niet afgezien van de produktie van atoombommen, maar de Sunday Times heeft niet aannemelijk gemaakt dat het daar nu mee bezig is. En nog minder dat dat in naam van de islam of Irak zou gebeuren. De Britse regering vond het verhaal toch de moeite van een vermaning waard. Londen wil dat Algerije het verdrag tegen verspreiding van kernwapens ondertekent, en het vraagt het IAEA de kernreactor in aanbouw snel te inspecteren.

Dat Algerijnen nu al, na zo'n magere publikatie in een Brits zondagsblad, praten over buitenlandse interventie duidt op een vergaande nervositeit die niet dateert van de verkiezingswinst van de islamitische confessionelen. Veel Algerijnen hebben al langer de indruk dat het Westen hen wil straffen, niet voor vermeende pogingen om een atoombom te fabriceren, maar vooral voor hun 'foute' opstelling tijdens de oorlog om Koeweit. De Algerijnse publieke opinie steunde vorig jaar de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Publikaties als die van de Sunday Times versterken het wantrouwen. Een militaire interventie ligt weinig voor de hand. Maar er zijn wel andere methoden om de Algerijnen het leven zuur te maken.

Algerije is kwetsbaar. Veruit de meerderheid van de ruim 25 miljoen inwoners leeft in een smalle strook aan de Middellandse Zeekust. Zuidelijk daarvan ligt een gebied tweemaal zo groot als Frankrijk, waar misschien een half miljoen Algerijnen wonen. In die verlatenheid zetten zo'n half miljoen jaar geleden misschien ook onze voorouders de eerste stappen op de weg van de menselijke beschaving. Primitieve bijlen, alleen door deskundigen herkenbaar, getuigen ervan. Nu is het een dode woestijn, met hier en daar een oase. Toch is dat enorme lege gebied van levensbelang voor Algerije. Alle denkbare delfstoffen worden er aangetroffen, olie, aardgas en ook uranium.

Algerije zonder zijn Saharawoestijn is reddeloos verloren. De kans dat Algerije het gebied kwijtraakt is niet groot. Maar wel kan onrust aan de grenzen de Algerijnse regering op hoge kosten jagen. Die onrust is er sinds ruim een jaar. In het uiterste zuiden, in de buurt van Niger en Mali, worden geregeld overvallen gepleegd op landrovers. Tegenover buitenstaanders stellen de bewoners de problemen waarschijnlijk kleiner voor dan ze zijn. Ze zijn bang dat negatieve berichten het toerisme de doodsteek zullen toedienen. Dat toerisme heeft toch al een dreun gehad door de oorlog om Koeweit, ook al speelde die zich vijfduizend kilometer oostelijker af. Om hoeveel overvallen het precies gaat krijg je niet te horen, maar een paar maanden geleden eisten mensen in de buurt van de stad Tamanrasset van de regering militaire bescherming, of, als dat niet kon, wapens om zich te verdedigen.

De toestanden in het zuiden van Algerije hebben te maken met de moeilijkheden met het Toearegvolk, dat verspreid leeft over Mali, Niger, Libie en Algerije. In Mali en Niger zijn er bloedige botsingen geweest tussen de regeringen daar en de Toearegs. Een Algerijnse bemiddelingspoging begin vorig jaar mislukte, volgens sommige Algerijnen door toedoen van Frankrijk, dat na de Koeweitoorlog de Algerijnse diplomatie geen successen meer zou gunnen.

Over de rol van de Libische leider Kadafi zijn niet alle Algerijnen het eens. Volgens een theorie heeft Kadafi Toearegstrijders, die eerder in zijn land hun toevlucht hadden gezocht, nu losgelaten op Algerije. Het westelijke buurland Marokko zal de ontwikkelingen in de Algerijnse Sahara met leedvermaak aanzien. Marokko lijfde in 1975 de voormalige Spaanse Westelijke Sahara in, ook al zo'n leeg gebied met grote economische betekenis. Algerije verzette zich tegen die inlijving en steunde de guerrilla-organisatie Polisario. Polisario slaagde er niet in de Marokkanen te verdrijven, maar joeg hen wel op hoge kosten. De Marokkanen zouden graag de Algerijnen ook zo'n poets bakken.

De toestanden in het zuiden van Algerije hebben nog lang niet het peil bereikt van de oorlog in de Westelijke Sahara. Maar op den duur zouden ze de Algerijnse regering, van welke gezindte die ook zal zijn, toch grote moeilijkheden kunnen bezorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden