Amsterdamse Nicolaaskerk grondig gerestaureerd

Van een medewerker AMSTERDAM - Langzaam zwaait de zware deur open en steekt een weifelende Italiaanse toerist zijn hoofd om de hoek. “Is deze kerk wel open voor het publiek?” Hij besluit het erop te wagen en stapt voorzichtig naar binnen, gevolgd door twee vrienden. Het is niet onopgemerkt gebleven. Resoluut zet een dame, die iets verderop aan een houten tafel zit, drie streepjes in een zakboekje. De bezoekers van de Sint Nicolaaskerk in Amsterdam worden geteld.

Hoewel de kerk aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade met haar massief gesloten uiterlijk niet echt uitnodigt tot bezoek, werden er vorig jaar 50 000 streepjes in het zakboekje gezet. Dit jaar zullen dat er zeker meer zijn, omdat het kerkbestuur is begonnen met een campagne voor het werven van fondsen voor een broodnodige restauratie.

De aandacht van het publiek wordt onder meer opgewekt door een kolossaal doek, dat eerder dit jaar onder toeziend oog van burgemeester Patijn en Sinterklaas door als zwarte pieten verklede alpinisten aan de gevel van de kerk werd bevestigd. 'Red de Nicolaas', staat erop, gevolgd door een gironummer.

In het oog springend

Het gebouw heeft het spandoek echter niet echt nodig om op te vallen. Het silhouet van de Nicolaaskerk, met haar neo-barokke torens en achthoekige koepel, dat oprijst vanuit de gevelrij aan de Prins Hendrikkade, springt in ieders oog.

De kerk werd tussen 1875 en 1877 gebouwd door architect A. C. Bleijs, die in de leer was geweest bij P. J. H. Cuypers, de bouwmeester van de overbuur van de kerk: het Centraal Station. De kerk wijkt echter in alles af van de dominante school van Cuypers, een befaamd bouwer en restaurateur van rooms-katholieke kerken die zich inspireerde op de middeleeuwse gotiek.

Bleijs daarentegen putte zijn voorbeelden uit de Renaissance en de barok, waardoor zijn kerk een on-Nederlands karakter kreeg.

Toch is de Nicolaaskerk, niet minder dan Cuypers' werk, een bouwkundige uiting van het negentiende-eeuwse rooms-katholieke reveil in Nederland. De katholieken, die het sinds de Tachtigjarige Oorlog hadden moeten doen met schuilkerkjes, herkregen in 1796 met het recht op openbare geloofsbelijdenis tevens de mogelijkheid om kerken te bouwen die er aan de buitenkant ook als kerken uitzagen.

Van deze bouwkundige inhaalrace die in de loop van de negentiende eeuw met verve werd ingezet, is de Amsterdamse Nicolaaskerk een van de meest pregnante uitdrukkingsvormen.

In de jaren zestig en zeventig van deze eeuw bleek echter dat niet alle kerken die uiting hadden gegeven aan het hervonden katholieke zelfvertrouwen, voor de eeuwigheid gebouwd waren. Veel kerkbesturen kwamen in de problemen door de ontkerkelijking. De Amsterdamse kerken kampten daarbij nog met de ontvolking van de binnenstad.

Een en ander leidde tot een verdere terugloop van het aantal kerkgangers. In 1966 kwamen er nog 790 kerkgangers per zondag, in 1975 waren dat er slechts 190.

In 1969 werden de parochies in de binnenstad van Amsterdam vervangen door zogeheten r.-k. City-kerk, die een aantal kerkgebouwen zou blijven exploiteren en de rest zou verkopen.

Op deze manier vielen veel (ook gereformeerde en hervormde) kerken in Amsterdam onder de sloophamer of werden herbestemd. Maar de Nicolaas bleef gespaard en tussen 1966 en 1973 werd er zelfs 2,5 miljoen gulden uitgetrokken voor het meest noodzakelijke herstel. Vorig jaar bleek dat een omvangrijke restauratie van het gebouw niet langer uit te stellen viel. De ingrijpende restauratie, waarvoor zo'n 13 miljoen gulden nodig is, moet dit najaar beginnen.

Monumentenzorg vindt de kerk van cultuurhistorisch belang en steunt de operatie met 8,2 miljoen gulden. Het bisdom Haarlem en de Amsterdamse Citykerk hebben 2,2 miljoen toegezegd. Een publieksactie moet de rest opbrengen. Wie wil kan een onderdeel van het monument adopteren. Een daklei kost zeveneneenhalve gulden, een meter voegwerk 25 gulden en een vensterstang 75 gulden.

Het restauratieproject voorziet in de heropening van de dichtgemetselde koepelvensters, waardoor het donkere, 'byzantijnse', karakter van de kerk tot het verleden gaat behoren. Op het dak komen nieuwe leien, de goten worden gerepareerd, in de zijramen zal niet-verwerend materiaal het roestende, half verwoeste ijzerwerk vervangen, het mechaniek van het grote orgel wordt hersteld, het voegwerk vernieuwd, de roosvensters en de aangetaste natuursteen krijgen ook een opknapbeurt en overal komt dubbelglas.

Zo blijft een imposant monument voor Amsterdam behouden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden