Amsterdamse kunstprijzen in dienst van promotie

Amsterdam slaat met zijn kunstprijzen een spectaculair nieuwe richting in waarbij het doel is de public relations van de stad te dienen. Had men de kunstenaars maar om hun idee gevraagd. Nu komt er grote heibel.

Binnenkort zal de gemeenteraad waarschijnlijk beslissen over een totaal nieuwe opzet van de Amsterdamse kunstprijzen, waarmee de raadscommissie cultuur in hoofdlijnen al lijkt te zijn akkoord gegaan. Het gaat maar liefst om het afschaffen van alle 18 bestaande kunstprijzen in hun huidige vorm en naamgeving. Daarvoor in de plaats komen drie jaarlijks uit te reiken financieel hogere prijzen (35000 euro) in wisselende kunstdisciplines of combinaties daarvan.

Alle prijzen gaan Amsterdamprijs heten, en voor dit fantasierijke idee is speciaal aan deskundigen advies gevraagd. Zij worden toegekend door een panel van vijf juryleden die over de grenzen van de specifieke kunstvormen heen kunnen kijken. Die zorgen ervoor dat vijf disciplineclusters ten minste één keer per drie jaar aan bod komen. Zo zullen bijvoorbeeld de drie jaarlijkse prijzen voor literatuur -de Gorterprijs voor poëzie, de Multatuliprijs voor proza, en de Busken Huetprijs voor essay en biografie- gereduceerd worden van negen tot minimaal één prijs in de drie jaar.

Het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) is in 1972 opgericht om op een zekere afstand van het gemeentebestuur het Amsterdamse kunstbeleid vorm te geven. Dat bleek nodig toen het gemeentebestuur in de persoon van de wethouder cultuur en latere burgemeester Wim Polak faliekant weigerde de prozaprijs van de stad Amsterdam uit te reiken aan Jan Cremer. De meerderheid van een jury, waarvan ik deel mocht uitmaken, had tot de bekroning van de jonge held geadviseerd. Uiteindelijk moest de gemeente toch door de bocht.

Nu wil dit Fonds wat de inhoud betreft zijn onafhankelijkheid weer opgeven. Het vindt namelijk dat Amsterdamse gemeentelijke belangen zoals 'maatschappelijke cohesie en city-marketing' een rol moeten spelen bij de doelstellingen. Maar niet alleen worden branchevreemde elementen in de doelstellingen van de AFK binnengehaald, ook wordt een nieuwe intrinsieke, beperkende doelstelling binnen de kunst geïntroduceerd: het gaat nu om het toekennen van prijzen 'aan kunstenaars die een belangrijke actuele bijdrage aan de ontwikkeling in de kunst' leveren. Het gaat om uitstraling. De aandacht moet worden gevestigd op publiciteit, mediaminuten en het imago van de stad. Een en ander vormt een sluipende, maar hoogst belangrijke koerswijziging. Het gaat niet meer in de eerste plaats om bekroning van kwaliteit (hoe problematisch dit begrip ook is), maar accentuering van ac;tuele ontwikkelingen (hoe problematisch het begrip ontwikkeling ook is).

Nu zal iedereen wel beamen dat het nuttig is zo nu en dan het bed op te schudden. Wie de laatste jaren de uitreiking van de Amsterdamse kunstprijzen heeft bijgewoond, waarbij naast een bruikbare videopresentatie telkens een schichtige horde laureaten het toneel werd op- en afgejaagd, en waarbij ook de Twin Towers te gronde werden gericht, zal verlicht herademen bij de gedachte aan een geschiktere vorm voor de uitreiking van de prijzen. Ook kan men zich voorstellen dat sommige prijzen meer gespreid kunnen worden uitgereikt, of dat er eens een niet wordt uitgereikt wegens gebrek aan voldoende kwaliteit in een bepaald jaar. Maar met dit rigoureuze plan is het AFK doorgeschoten.

Dat het belang en de betekenis van een prijs afhankelijk zijn van de grootte van het geldbedrag, is onzin. Het prestige van een prijs is veel meer verbonden met de identiteit van de jury en de verlenende instelling. Publieksprijzen met hoge geldbedragen zijn zeker niet de meest prestigieuze in artistiek opzicht. Schrijvers, zoals andere kunstenaars, zoeken erkenning van hun collega's, eerder dan van een groot publiek. In de letteren zijn prijzen als van de stad Amsterdam een kwalitatief tegenwicht tegen de kwantitatieve bestsellerlijsten. Het is aan de uitgevers verdere verkoopsinspanningen te verbinden aan de bekroning (buikbandjes, stickers, maar ook attenderen van de boekverkopers) en aan de schrijvers om zich in de signeer- en voorleescircuits af te tobben, als ze dat wensen.

De kunstensector is bovendien zwaar gesegmenteerd. Het is een illusie te menen dat de te benoemen jury van alle ontwikkelingen in alle markten thuis zal zijn, dat de ontwikkeling van architectonische appels te vergelijken zal zijn met die van muzikale peren, en het is bovendien een illusie alleen 'actuele ontwikkelingen' van betekenis zijn. De uitstraling van prijzen blijft in de regel beperkt tot mensen die geïnteresseerd zijn in een bepaalde kunstvorm. Natuurlijk zijn er wel overlappingen, maar de fotografenprijs zal toch niet inslaan als een bom bij de choreografen, en de designmensen liggen niet wakker van de essayprijs. Hier kan een zekere plasticiteit helpen om multidisciplinaire en grensoverschrijdende kunstwerken te bekronen.

Dat de naamgevers aan de prijzen niet allemaal even (gunstig) bekend zijn, is even waar als irrelevant. Trouwens, als Sonia Gaskell onvoldoende bekend is onder een gevarieerde kunstminnende klankbordgroep, is dat eerder een reden om haar naam te handhaven dan om zo'n nietszeggende Amsterdam-promotie ervoor in de plaats te stellen. Dat kan op andere manieren. Dat city marketen moet maar uit een ander potje dan de kunstenbegroting.

Om eenzijdig in Amsterdam het aantal prijzen zo drastisch te reduceren, heeft op het totaal weinig of geen invloed. Waarom niet eerst eens overlegd met andere instellingen die prijzen aan kunstenaars toekennen?

Nu prijst Amsterdam, dat de culturele hoofdstad van het land pretendeert te zijn, zich autistisch uit de markt, met drie weliswaar enigszins flinke, maar ook volstrekt onvoorspelbare bekroningen. En waarom niet ook de kunstenfondsen en beroepsgroepen geraadpleegd?

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er nu, te elfder ure, verzet rijst tegen het plan. In het letterenveld staan de organisaties op hun achterste benen. Begrijpelijk. Het gaat in het plan meer om buitenkant en promotie van vooral de stad dan om de binnenkant. Het huiswerk moet over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden