Review

Amsterdams Orgelpark een unieke kunstentempel

Christine Kamp speelde in Orgelpark op 8/3. Willem Tanke en MagPie met ’The Art of Doing Nothing’ op 13/3.

In januari ging het Amsterdamse Orgelpark open. De concertzaal in de voormalige Parkkerk bezit vier orgels, een harmonium en twee concertvleugels. Door ondersteuning van de stichting Utopa is het Orgelpark voor lange tijd verzekerd van inkomsten.

Sinds de opening zijn er meer dan twintig concerten gehouden. De publieke belangstelling varieerde van zes mensen (hedendaagse muziek) tot zeventig (vroeg 20ste-eeuwse orgelmuziek door Christine Kamp). Voorzitter Loek Dijkman maakt zich niet druk over stagnatie van de bezoekersaantallen: „We hebben nu al een vaste bezoekerskern – van de recettes moeten we het sowieso niet hebben en we zijn niet afhankelijk van subsidies. We hebben een lange adem en verwachten dat onze formule op den duur zal aanslaan.”

In het zoeken naar een publiek laveert het Orgelpark tussen de echte orgelliefhebber en nieuwelingen, die meestal via cross-overs in de ban van het orgel moeten raken. Het concert van Christine Kamp, vorige week donderdag, was primair voor de orgelliefhebber bedoeld. Op het Duitse Sauer-orgel en het Weense salonorgel (beide begin van de 20ste eeuw) speelde Kamp een avondvullend recital met muziek, gecomponeerd omstreeks 1900 uit diverse landen, zoals Frankrijk (Guilmant, Saint-Saëns), Italië (Bossi), Duitsland (Karg-Elert) en de VS (Ives).

Het was een prettige mix van bekende, toegankelijke, en onbekende, muzikaal diepgravende muziek. In de openingsstukken leek Kamp soms moeite te hebben met de indirecte klankuitstraling van het orgel. Gaandeweg werd haar spel ritmisch scherper. Schitterend waren haar fijn uitgewerkte registraties, met name in de grootschalige ’Legende’ van Gerard Bunk en de ’Drei Pastelle’ van Karg-Elert. Opvallend was de kleurenpracht van het relatief kleine Sauer-orgel. Minder belangstelling was er voor het improvisatieconcert met dans op dinsdag. Organist/pianist Willem Tanke bespeelde het complete instrumentarium van het Orgelpark: de vier orgels en de twee concertvleugels. Zijn partners waren saxofonist Michael Moore en slagwerker Michael Vatcher. In de schitterende akoestiek bereikten deze drie muzikanten een zeer intens samenspel, in een vaak ijle, minimalistische, soms Aziatisch aandoende, later ook ruige, jazzy stijl. De akoestiek bleek wonderschoon en de musici maakten er creatief gebruik van. Slagwerk en sax fungeerden als een bindmiddel, waardoor Willems Tanke’s tocht langs de orgels en vleugels een dusdanige context kreeg dat er geen instrumentenparade ontstond.

De muzikale improvisatie, van een klein uur, diende als klanklandschap voor de drie danseressen van Magpie. In afwisselend, overwegend licht bewegingsmateriaal verkenden zij de hele ruimte van de Parkkerk. Samen met de subtiele belichting openbaarden zij de schoonheid van deze unieke kunstentempel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden