Amsterdams onderwijs langzaam uit dal

Amsterdamse leerlingen hebben de Cito-toets een fractie beter gemaakt dan vorig jaar. Uit de resultaten van de afgelopen drie jaar blijkt dat Amsterdam de achterstand ten opzichte van het landelijk gemiddelde aan het inlopen is.

Amsterdamse basisschoolkinderen haalden gemiddeld een score van 532,2 punten, tegen 531,9 vorig jaar. In 1996 haalde de stad slechts 529,6. Een Cito-score is altijd een getal tussen 500 en 550. De hoofdstad doet het iets beter dan Rotterdam (529,1) en Utrecht (531,1), maar zit onder het landelijk gemiddelde (534,2). Oorzaak voor de achterstand van Amsterdam is het feit dat meer dan de helft van de kinderen allochtoon is en achterstand heeft. Landelijk is dat 7,4 procent.

Het Cito verdeelt scholen in zeven soorten, afhankelijk van de sociaal-economische status van de ouders. In Amsterdam doen alle groepen het beter dan hun landelijke groepsgemiddelde: de zwarte Amsterdamse scholen zijn dus beter dan gemiddeld. Maar omdat er zo veel van zijn, drukt dat het gezamenlijke resultaat van alle Amsterdamse scholen.

Dit jaar zijn voor het eerst de Amsterdamse Cito-scores van '98, '99 en 2000 gepubliceerd. Dat maakt vergelijking mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden