Amsterdammers zijn opscheppers

Eigenlijk valt het reuze mee: Amsterdammers en Rotterdammers praten veel aardiger over elkaar dan je op grond van de eeuwige concurrentie zou mogen verwachten.

Daar moet wel meteen bij dat Ajax Feyenoord nog niet die verpletterende nederlaag (0-5) had toegebracht, toen vijf studenten psychologie van de Universiteit van Amsterdam 167 mensen in Rotterdam, en evenveel in Amsterdam onverwacht op straat een lijstje met vragen over zichzelf en elkaar onder de neus duwden. Wie weet wat er dan voor vreselijke antwoorden gegeven zouden zijn op vragen of eigenschappen als sportief, crimineel en vredelievend meer bij Amsterdammers dan bij Rotterdammers passen.

Nu barstte in geen van beide steden iemand los in een lofrede op de eigen club of een afkraken van die van de ander, zegt Wendy Tasseron. "Als je eerst zo in het algemeen vroeg wat iemand van Rotterdammers en Amsterdammers vond, vielen er wel veel over het dialect van de ander." Wendy is een van de vijf die met vragenlijsten de straat op gingen. Voor haar en haar vier medestudenten was de enquete een prima oefening binnen het onderzoeksprakticum waar ze mee bezig zijn, maar het resultaat is heel bruikbaar voor de promotie van sociaal psycholoog Bertjan Doosje, de leider van het onderzoek. Over een jaar of twee promoveert hij op een onderwerp dat helemaal gewijd is aan stereotypen en vooroordelen.

Het oordeel over elkaar komt in ruwe trekken hier op neer: Amsterdammers zijn opscheppers en Rotterdammers zijn heel saai. In beide steden schrijven de inwoners vooral goede eigenschappen aan zichzelf toe. Hoewel, Amsterdammers zijn daar aardig wat sterker in dan Rotterdammers. Reden voor Bertjan Doosje om te concluderen dat Amsterdammers wat chauvinistischer zijn. Zo liet een ondervraagde Amsterdammer zelfs noteren: Amsterdam is Nederland. Zoiets durfde geen enkele Rotterdammer over zijn lippen laten komen. Om een paar Rotterdamse uitspraken aan elkaar te breien: wij zijn nuchter en wils-krachtig, wij kopen onze overhemden met opgestroopte mouwen.

Nou mochten Amsterdammers en Rotterdammers es lekker ongebreideld roddelen, en ze deden het nauwelijks. Want echt hatelijke dingen zeiden ze helemaal niet over elkaar. En als er dan toch iets minder aardigs over de ander gezegd moest worden, ging dat zelfs een beetje lacherig, zegt Wendy. Zichzelf de grond in boren, was er natuurlijk helemaal niet bij. Hoogstens vond een enkele Rotterdammer ons soms te stug en gesloten. Een paar Amsterdammers wisten met enige moeite ook wel iets negatiefs over zichzelf naar boven te halen: ze maken veel grappen ten koste van anderen, maar aan de andere kant vinden ze zichzelf gezellige, openhartige mensen, makkelijk in de omgang.

Rotterdammers zijn heel saai

Aardiger, behulpzamer en intelligenter zijn voor beide groepen de eigen stadgenoten. Wendy Tasseron vindt het opvallend dat de uitspraken van ouderen en jongeren zo weinig verschillen. "Ik heb wel het idee dat oudere mensen beter nadachten voor ze iets zeiden. Jongeren zijn wat impulsiever." Voor haar was het ook een verrassing dat Ajax en Feyenoord nauwelijks ter sprake kwamen. "Een keer dacht ik wel: wat krijgen we nou? In Rotterdam had ik twee tieners ondervraagd, en meteen was er een heel groepje jongeren omheen komen staan. Die begonnen meteen met scheldwoorden." Later zei iemand tegen me dat dat op Ajax sloeg. Het staat niet in het onderzoek, die jongeren hoorden er niet eens bij. Dat was trouwens ook de enige keer dat iemand zoiets zei."

Dat Amsterdammers opscheppers zijn en Rotterdammers saai, heeft volgens Bertjan Doosje waarschijnlijk ook met voetballen te maken. "Feyenoord, dat zijn altijd de harde werkers, en bij Ajax worden alleen veel mooie woorden gebruikt." Maar misschien heeft dit er ook alles mee te maken, dat hijzelf een fan van Feyenoord is.

Zowel Rotterdammers als Amsterdammers blijken veel vooroordelen van jongsaf te koesteren. "Dat ze nog zo sterk leven, heeft me verbaasd" , zegt Doosje. "Ik denk wel dat het iets erger wordt met die vooroordelen. In heel Europa komen veel negatieve dingen over buitenlanders naar voren. Misschien is het wel vergelijkbaar met vijftig jaar geleden. Toen werd er een zondebok aangewezen voor de slechte economie, nu lijken de argumenten van Janmaat als 'ze pikken onze huizen en baantjes af' daar sterk op."

Uitgangspunt van het onderzoek was: mensen ontlenen hun eigenwaarde voor een deel aan de groepen waartoe ze horen. De groepen waar ze lid van zijn, zien ze positiever dan waarvan ze geen lid zijn. De stad waarin ze wonen, de mensen met wie ze omgaan, zijn beter dan andere steden en mensen. "Van de mensen die nog maar twee jaar in Amsterdam of Rotterdam wonen, voelen de meesten zich al helemaal Amsterdammer of Rotterdammer. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het oude, vertrouwde beeld vervaagt als mensen van groep of stad veranderen, zelfs als ze misschien wel na dertig jaar Amsterdam naar Rotterdam verhuizen of andersom. Het nieuwe wordt dan positiever gezien, en ook daar worden de vooroordelen weer snel overgenomen. Wat dat betreft heeft het onderzoek nauwelijks met Amsterdammers en Rotterdammers te maken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden