Amsterdam-Zuidoost, springplank voor nieuwkomers

Beeld Patrick Post

Amsterdam-Zuidoost geldt als het armste deel van de stad. Veel nieuwkomers hier houden het hoofd boven water met handeltjes die nooit de officiële statistieken halen. Die informele economie is een blijvend verschijnsel.

Wacht in Amsterdam-Zuidoost bij de bushalte op het Anton de Komplein op een middag dat er markt is. Het duurt nooit lang voor hier een bus aankomt, maar nóg vaker rijden er snorders voorbij. Zo'n illegale taxichauffeur heeft nauwelijks een teken nodig: ga langs de stoeprand staan, wissel een blik uit en de snorder stopt.

Stap bijvoorbeeld in een zilvergrijze Mitsubishi Space Star - het zijn vaak onopvallende gezinsauto's waarin snorders rijden- en laat je vervoeren naar de andere kant van Zuidoost. Dat kost een paar euro meer dan een busrit, maar het gaat veel sneller en je kunt je voor de deur laten afzetten.

De chauffeur, een magere, jonge man met dreadlocks en een pet, wil best een praatje maken over Ajax en Feyenoord ("finale Europa League, man, dat is toch beter dan landskampioen"), maar niét over zijn werk. Geen wonder, want zonder vergunning als taxichauffeur rondrijden, zonder belasting te betalen over je inkomsten, is illegaal.

Snorders

Niemand weet hoeveel snorders Amsterdam-Zuidoost telt, waarschijnlijk een paar duizend. Die zijn belangrijk voor de bewoners. Het stadsdeel, met zijn doorgaande dreven op taluds, is gemáákt voor auto's. Bushaltes zijn vaak net iets te ver lopen en fietsen is hier niet erg populair. De snorders zelf kunnen een serieus inkomen bij elkaar rijden.

Stadsdeelbestuurder Urwin Vyent kan het onder het raam van zijn werkkamer zien gebeuren, het af- en aanrijden van de snorders op het Anton de Komplein. "Toen ik aantrad als bestuurder kreeg ik van bewoners van Zuidoost te horen: kom niet aan de snorders, behalve als je zorgt voor iets anders wat ervoor in de plaats komt."

Drie jaar geleden heeft Vyent inderdaad een poging gedaan. Met steun van het stadsdeel ging een bedrijf van start dat een fijnmazig vervoersnetwerk wilde opzetten met elektrische taxi's. Een 'snorderkiller' moest het worden. Maar de betrokken ondernemer kon bij lange na zijn beloften niet waarmaken en de vijf taxi's waarmee hij begon, verdwenen al voor ze goed en wel op weg waren.

Voorlopig laat Vyent het er maar even bij.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Patrick Post

'Aan de hoge kant'

Snorders maken deel uit van wat bekendstaat als de 'informele economie': activiteiten waarmee geld verdiend wordt dat nooit in de officiële statistieken terechtkomt. De producten en diensten die in dit informele circuit rondgaan, zijn op zich niet illegaal - dan zou er sprake zijn van criminaliteit - maar het maken en verkopen ervan onttrekt zich aan regels en toezicht en over de inkomsten wordt geen belasting betaald.

Elk land kent zo'n informele sector, al weet uiteraard niemand precies hoe omvangrijk die is. De Oostenrijkse econoom Friedrich Schneider deed er het diepgravendst onderzoek naar en hij berekende ooit dat in Nederland dertien procent van het bruto binnenlands product informeel verdiend wordt, een schatting die door andere deskundigen 'aan de hoge kant' wordt genoemd. In een aantal Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen loopt het aandeel van de informele economie op tot ruim boven de vijftig procent.

Ook in Amsterdam-Zuidoost is de informele economie waarschijnlijk bovengemiddeld groot. In veel officiële statistieken bungelt dit stadsdeel onderaan. Laaggeletterdheid komt er meer voor dan in de rest van Amsterdam, de werkloosheid is er het hoogst, het aantal mensen in de bijstand het grootst en de inkomens het laagst. Maar werk en inkomen in het informele circuit zijn uiteraard niet in die cijfers opgenomen.

"Die armoedecijfers zijn hardnekkig", zegt stadsdeelbestuurder Vyent. "Toch zie je op straat weinig van die armoede. Kennelijk zijn de mensen hier heel inventief. Ja, het zou goed kunnen dat dat samenhangt met de omvang van de informele economie in dit stadsdeel."

Arrival city

Deskundigen zijn het erover eens dat de omvang van de informele economie in dit stadsdeel te maken heeft met zijn specifieke karakter als migrantenwijk. Zuidoost wordt vaak getypeerd als 'arrival city', stad waar nieuwkomers zich vestigen.

Die term deed opgeld na het verschijnen van een baanbrekend boek van de Canadese journalist Doug Saunders over deze aankomstplekken. Als migranten in hun nieuwe land aankomen, betoogde Saunders, kennen ze er de weg niet en weten ze vaak ook niet hoe ze er het hoofd boven water kunnen houden. 

Ze zoeken daarom vaak plekken waar mensen wonen die ze kennen en vertrouwen, mensen met dezelfde herkomst, dezelfde religie en cultuur. Voortbouwend op die netwerken maken ze zich stap voor stap de kennis en de vaardigheden eigen die ze nodig hebben in hun nieuwe land. Dat is precies wat er in Zuidoost gebeurt.

De informele economie levert bij uitstek de circuits waarin nieuwkomers leren hun weg te vinden. "Let wel: de informele economie is niet alleen een migrantenzaak", zegt Robert Kloosterman, hoogleraar economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam. "Bijna alle ondernemingen beginnen informeel. En denk ook aan zoiets als de wiskundebijles en de kinderoppas."

Maar onder migranten heeft dat informele circuit een specifiek karakter, vervolgt Kloosterman. "Veel geld hebben ze vaak niet en het ontbreekt hen ook aan kennis van zaken als het om regels gaat. Zij moeten het daarom vooral van sociaal kapitaal hebben, van hechte netwerken waarin het onderling vertrouwen groot is en waarin mensen op elkaar kunnen terugvallen. Dat is cruciaal, want in dit circuit worden zaken met een handdruk geregeld, dus als er heibel ontstaat, kan je niet terecht bij de rechter."

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Patrick Post

Kapperszaakjes

In de schaduweconomie van Zuidoost wordt behalve door snorders ook geld verdiend in kapperszaakjes aan huis, door cateraars die vanuit hun eigen keuken leveren bij feesten en partijen, door brassbandjes en dansclubjes, door naaiateliertjes aan huis, via kinderopvang of zorg voor ouderen.

Het begint vaak klein, ziet Wander Meulemans. Vanuit de Hogeschool van Amsterdam doet hij onderzoek naar de wijkeconomie van Zuidoost. "Hier heerst een cultuur waarin mensen geneigd zijn voor elkaar te zorgen, door te ruilen bijvoorbeeld. Buren die voor elkaar koken. Of een kapper die iemand gratis knipt in ruil voor het bakken van koekjes voor andere klanten. Zo houden gezinnen met weinig inkomen en onzeker werk het hoofd boven water, in steeds nieuwe, kleinschalige netwerken."

Snorders blijven doelbewust onder de radar, weet Meulemans. Maar andere buurtbewoners die in het schaduwcircuit aan geld komen, willen best de stap maken naar formeel geregelde inkomsten. "Maar die stap is heel groot. Wie vanuit z'n eigen keuken werkt, kan meestal geen bedrijfspand betalen. En welke vergunningen moet je precies hebben? Een boekhouding bijhouden, belasting betalen - sommigen willen wel, maar weten niet hoe."

Neem die kleine ondernemer die geld leende waarvan hij wist: de herkomst is niet honderd procent zuiver. Hoe zet je dat op de balans? "Dat wisten onze studenten bedrijfseconomie ook niet."

Integratielaboratorium

Stadsdeelbestuurder Vyent herkent de verhalen. Het stadsdeel is niet alleen een 'arrival city', zegt hij niet zonder trots, maar ook een 'integratielaboratorium'. "De eerste migrantengolf, die van de Surinamers, kende de taal en de normen en waarden van Nederland al; die zat niet te wachten op wat de overheid hen aanbood. Volgende migrantengroepen hebben zich daaraan opgetrokken. Ook die gingen zelf aan het werk."

Maar die overgang van informeel naar formeel is een kwestie die ook Vyent voor vragen stelt. Want hoe moet het stadsdeel omgaan met deze informele economie? Op zich is het goed nieuws dat veel bewoners van Zuidoost uit de greep van de armoede blijven door te kappen, te koken, te snorderen of te naaien. 

Maar de Nederlandse regels zijn er niet voor niets: die zorgen voor veiligheid (voor taxichauffeurs), voor hygiëne (voor cateraars), voor bescherming tegen uitbuiting (in naaiateliers) en voor belastinginkomsten. "Alles maar oogluikend toestaan, dat kan dus niet", zegt Vyent.

Het stadsdeel probeert daarom ondernemers legaal op weg te helpen. Bijvoorbeeld met subsidie, advies en netwerkbijeenkomsten. Of door lege winkelpanden voor een schappelijke prijs te helpen verhuren aan beginnende ondernemers uit de wijk (zie kader).

In de voormalige parkeergarage Develstein hebben zo'n twintig mensen de kans gegrepen om echt ondernemer te worden. Met steun van het stadsdeel is hier sinds anderhalf jaar World of Food gevestigd, een verzameling van kleine eettentjes, zo kleurrijk als het stadsdeel zelf. Er is eten uit Nigeria, Ghana en Liberia te krijgen, uit Suriname en de Antillen, uit Pakistan, Thailand en Indonesië.

Ja, er zit ook een McDonald's, om het risico voor de betrokken vastgoedontwikkelaar te beperken - maar wie de flauwe frietwalm weet te ontlopen, ruikt specerijen, de geur van pittig gekruid vlees, van taart.

Niet alles ging meteen goed. De stookkosten vielen hoger uit dan voorzien, de kosten voor de ondernemers gingen daarom omhoog en een paar van hen zijn al afgehaakt. De eerste aanloop van nieuwsgierigen is teruggelopen, maar met de klandizie uit de studentenwoningen vlakbij en het lunchend personeel uit de kantoren verderop zit de loop er nog steeds in.

"'t Kan nog beter. 't Is moeilijk, hard werken", zegt Kwadwu Bawuah van Gold Coast, een van de eettentjes in World of Food. Hij verkoopt samen met zijn vrouw Ghanese maaltijden. Dat deed hij eerst van huis uit, als cateraar. "Maar hier heb ik veel meer klanten. Eerst vooral Ghanezen, maar nu komen ze overal vandaan."

Even verderop staat Joan Simpson met een tevreden glimlach achter de toonbank van Surinam Pastry. "Door de week komen de klanten vooral uit de buurt, in het weekend uit het hele land, tot aan Groningen", zegt ze. "Hartstikke leuk."

Gouden kans

Ze was office manager bij een thuiszorgorganisatie, maar al jaren wilde ze kok worden. Koken deed ze al voor vrienden en bekenden, meestal tegen 'boodschappengeld'. Het is hard werken hier. "Maar in mijn vorige baan dacht ik 's ochtends: moet ik weer? Nu denk ik: ik mág weer." Rondkomen van haar 'passie', dit was een 'gouden kans' om dat voor elkaar te krijgen.

Een mooi initiatief en inderdaad een kans voor de betrokkenen, zo tempert Meulemans (Hogeschool van Amsterdam) de verwachtingen. "Maar de informele economie zal echt niet uit Zuidoost verdwijnen. Ga er maar van uit dat het een blijvend verschijnsel is."

Leeg winkelpand helpt 27 creatieven aan officiële inkomsten

Nu of nooit, dacht Rachida Mabrouki toen ze hoorde van een winkelpand dat dankzij steun van stadsdeel Zuidoost voor een betaalbare prijs te huur was. Ze verdiende haar geld als zzp'er in de na- en tussenschoolse opvang, met lessen handvaardigheid. Maar ze vroeg zich af: hoe kan je echt commercieel werken met je eigen creativiteit? Toen kwam het stadsdeel langs met zijn project 'Adopt a shop', bedoeld om leegstand te bestrijden en lokale ondernemers een kans te geven.

Half maart opende Mabrouki een winkel in een pand waar eerst Beter Horen zat. TailorMaids heet die. "Ik werk met een shop-in-shop-concept", zegt ze. 27 creatieve mensen, grotendeels net als zijzelf afkomstig uit Zuidoost, huren er een plank of een rekje voor hun eigen producten.

Bijvoorbeeld van een vrouw die kleren haakt. Ze geeft er ook cursussen in en van de opbrengst daarvan kookt ze in het weekend voor alleenstaande ouderen. "Veel mensen uit Zuidoost zijn creatief én behulpzaam", zegt Mabrouki.

Ook liggen er glazen sieraden van een vrouw die in de thuiszorg werkt en daarnaast een postwijk nodig heeft om rond te komen. Het liefst wil ze méér verdienen met haar sieraden. Maar hoe? Hopelijk via Mabrouki's winkel. Zo helpt TailorMaids Mabrouki zelf, maar ook andere creatieve ondernemers aan officieel betaald werk. "Eerst lag ik wakker van de zorgen", zegt ze. "Nu het gaat lopen, heb ik korte nachten omdat het zoveel werk is." Haar huurcontract geeft haar acht maanden om zichzelf te bewijzen. Dat moet lukken, denkt ze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden