Amsterdam zou wijzer moeten wezen

Een heerlijk bericht: onze vriendelijke kroonprins Willem-Alexander en zijn ravissante verloofde Máxima treden begin februari in het huwelijk. Een warm gevoel doorstroomde de natie. Spontaan gingen de vlaggen uit, wat voortijdig natuurlijk, maar grote emoties laten zich nu eenmaal niet onderdrukken. Burgemeester Cohen, verrukt dat zijn stad de eer waardig is bevonden om de feestelijkheden te organiseren, kwam stralend op televisie om de uitbundige vreugde van alle Amsterdammers te vertolken. In de kranten verschenen onmiddellijk uitvoerige artikelen waarin vorige koninklijke feesten in de hoofdstad in herinnering werden geroepen.

J.A.A. van Doorn

Zo ging het deze week dus niet. Cohen beloofde weliswaar een mooi feest, maar het was fluiten in het donker. Niet het feest houdt hem bezig, maar de politiemacht die nodig zal zijn om het feest te beschermen. Hij behoefde alleen maar de kranten op te slaan om te weten wat hem te wachten staat. Zo de Volkskrant, met een kop over heel de pagina: 'Actiewezen loopt zich warm voor huwelijksdag'; zo NRC Handelsblad: 'Amsterdam ''risico'' voor Oranje'.

En ja hoor, de dag na de bekendmaking van het huwelijk klommen alle critici en tegenstanders van de monarchie op de barricaden. Republikeinen, beroepsrelschoppers, anarchisten en krakers namen het woord. Het Comité Mars op de Oranjes (Comodo) kondigt 'een groot feest van verzet en anarchie' aan en een clubje met de originele naam MaxiPa Nee protesteert al bij voorbaat tegen inperking van de demonstratievrijheid.

Inderdaad kwamen de kranten met herinneringen aan vroeger, maar het betrof uitsluitend grimmige gebeurtenissen: het 'rookbomhuwelijk' van Beatrix en Claus in 1966 en het straatoproer bij de inhuldiging van Beatrix in 1980. Wat de eerste keer nog een klucht was, werd de tweede keer letterlijk bloedige ernst: straatbarricaden, plundering, brandende auto's, circa 150 gewonden waarvan ruim 100 bij de politie die, 5000 man sterk, de verdedigingslinie rond het Paleis op de Dam maar met moeite gesloten kon houden.

Het ligt dus zonder meer voor de hand zich af te vragen of er straks niet opnieuw rotzooi is te verwachten. Op het eerste gezicht is het risico gering. In 1966 gingen aan het huwelijk Provorellen vooraf waardoor een opgeklopte sfeer was ontstaan die een uitweg zocht. Lees het 'Bericht aan de Rattenkoning' van Harry Mulisch er nog maar eens op na, een hysterisch boekje, geschreven 'in een drie weken durende woede- en lachaanval' zoals de auteur vooraf meedeelt.

In 1980 viel de inhuldiging van Beatrix in een periode van heftige krakersrellen. Zo vond eind februari een veldslag plaats rond een gekraakt pand op de hoek Vondelstraat-Constantijn Huygensstraat, waarbij 25 politiemensen min of meer ernstig gewond werden. De krakers hadden zich verschanst achter metershoge barricaden en gebruikten molotovcocktails om de politie af te schrikken.

In beide gevallen had het tumult een maatschappelijke achtergrond. In 1966 was er een generatie-opstand tegen alle gezag aan de gang, met Provo als speerpunt. In 1980 woedde er een felle discussie over het bouw- en huisvestingsbeleid waarbij de krakers zich als onverzoenlijke militanten opstelden. Momenteel speelt er geen vergelijkbare kwestie. Na de Provorellen en de Krakersoorlog is er hoogstens een zwak Pampaprotest te verwachten, want Jorge Zorreguieta mag dan wegblijven, hij is niet vergeten.

En toch kan de zaak in februari uit de hand lopen. Al is de rellerigheid momenteel niet gericht en gebundeld, ze ligt direct onder de oppervlakte en komt gemakkelijker dan ooit tot uitbarsting. Veel mensen op de been betekent veel drank en veel kans op baldadigheid die vervolgens door een gering incident massale vormen kan aannemen. In 1966 en 1980 namen de autoriteiten een berekend risico, straks hebben ze met een onberekenbare, een onvoorspelbare situatie te maken. Besluiten ze door de inzet van buitengewoon veel ordebewakers de zaak onder controle te houden, dan zal dat als prikkelend machtsvertoon worden ervaren en als zodanig tot herrie aanleiding kunnen geven.

Of in de keuze voor Amsterdam voor de derde achtereenvolgende keer de hand van Beatrix moet worden gezien, kan ik niet beoordelen. Bij haar huwelijk was dat een feit, bij haar inhuldiging was Amsterdam de enig aangewezen plaats, bij het komend huwelijk van de kroonprins was de keuze van Den Haag niet alleen verstandiger geweest, maar ook passender. Amsterdam mag de hoofdstad zijn, Den Haag is de hofstad.

De tegenstelling ligt trouwens veel dieper. Amsterdam is in Nederland altijd een soort van vrijstaat geweest, een burgerlijk bolwerk, een republikeinse enclave in het koninkrijk. Het was vanouds de tegenspeler van de stadhouder, zoals historicus A. Th. van Deursen onlangs nog eens opmerkte, en nadien het trotse centrum van socialisten, syndicalisten en anarchisten, slechts op één punt eensgezind: weg met de monarchie.

Die tijd ligt achter ons, maar hoe mooi zou het niet zijn als de herinnering eraan zou worden bewaard. Nederland is twee eeuwen een republiek geweest en twee eeuwen een monarchie. Laat Amsterdam voor dat eerste verleden staan -de Gouden Eeuw als hoogtepunt- en laat Den Haag de latere eeuwen belichamen: een vriendelijke stad met een wat tuttige bevolking, waar de koningin winkelt -ik zag haar een keer bij een juwelier- en waar heren het hoofd ontbloten als de majesteit voorbij komt. Wat kan, wat wil Amsterdam daartegenover stellen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden