Interview

Amsterdam warm bad voor nieuwe chef-dirigent van Concertgebouworkest

Het nachtelijke maan-decor voor 'Salome' van Jan Versweyveld Beeld rv

Eén seizoen is Daniele Gatti nu chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Aan het slot ervan dirigeert hij acht keer 'Salome' bij De Nationale Opera. 'Het orkest is bij Strauss altijd één van de personages.'

De Milanese maestro komt als een volleerde Amsterdammer aangefietst over de drukke Van Baerlestraat. Hij ziet er gesoigneerd en zomers uit, zonnebril op de neus. Geroutineerd parkeert hij zijn fiets en legt er een dubbel slot op. Het degelijke, oer-Hollandse exemplaar kreeg hij cadeau van de Vrienden van het Concertgebouworkest, als welkomstgeschenk. Dat was vorig jaar september toen Daniele Gatti met veel feestvertoon geïnstalleerd werd als zevende chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zijn eerste officiële seizoen als nieuwe KCO-chef loopt op zijn eind.

Gatti heeft dan wel een Hollandse fiets, maar die staat voorlopig nog in de stalling van het hotel waar hij verblijft. Een huis of appartement in Amsterdam, met een regenpijp waar de fiets aan vast kan worden gezet, heeft hij nog niet. Hij probeert wel de sfeer en de cultuur van de stad op te snuiven, maar ook daarvoor is meestal te weinig tijd. Hij heeft in Amsterdam 'Rigoletto' gezien, hij was bij het concert van Jonas Kaufmann en Eva-Maria Westbroek, en binnenkort krijgt hij in het Rijksmuseum een privé-rondleiding van de directeur zelf. Een lang gekoesterde wens.

Gatti ervoer het eerste seizoen als een warm bad en kijkt met dankbaarheid terug. Als afsluiting gaat 'Salome' van Richard Strauss, in een nieuwe enscenering van Ivo van Hove, morgen bij De Nationale Opera in première. Leuk voor de kronieken, de allereerste compositie die Gatti ooit bij het Concertgebouworkest dirigeerde was de 'Dans van de zeven sluiers' uit diezelfde opera. Dat was in april 2004 toen hij in Amsterdam als gastdirigent debuteerde. Gatti knikt bij die herinnering. "Ja, grappig dat die dans uit 'Salome' mijn debuut markeerde bij het orkest. De complete opera heb ik in 2000 voor het eerst en het laatst gedirigeerd in Bologna, toen ik daar nog chef was van het Teatro Comunale. Dat is dus zeventien jaar geleden. Voor de musici van het KCO is het volgens mij nog veel langer geleden dat ze deze Strauss-opera speelden."

Dat klopt, leert een rondgang langs de verschillende digitale archieven. In 1913 dirigeerde Henri Viotta in de Stadsschouwburg een voorstelling met de beroemde Aino Ackté in de titelrol, en in 1968 zaten de Concertgebouw-musici in de bak tijdens vier voorstellingen onder leiding van Jaroslav Kromholc met de niet minder beroemde Anja Silja op de bühne. Een paar keer gespeeld dus, maar de Strauss-opera zit niet bepaald in de genen van de Amsterdamse musici verankerd. Is dat erg?

Gatti vindt van niet. "De muzikale taal van Richard Strauss, zijn onmiskenbare idioom, dat hoort natuurlijk bij het DNA van dit orkest, waar zijn symfonische gedichten vaak op de lessenaars staan. Maar een zekere frisheid en onbevangenheid tegenover een onbekend werk kan soms heel belangrijk zijn. Een eersteklas symfonisch orkest in de operabak is heel bijzonder, omdat het vaak net dat beetje extra oplevert. Een echt, geroutineerd opera-orkest dat vaart op het bekende repertoire loopt het gevaar té passief te worden. Hetzelfde geldt overigens voor een symfonisch orkest, dat alleen maar Brahms speelt. Eens in de zoveel tijd een opera begeleiden in de bak van een echt operatheater, dat is heel erg goed voor ons."

Driedubbel forte

Strauss zet een enorm orkest in, dat ook nog eens flink uit de heup mag schieten. Toen Gatti in 2004 in Salzburg Strauss' 'Elektra' dirigeerde, was er kritiek op het volume dat hij met de Wiener Philharmoniker ontketende. De balans tussen bak en bühne kan bij Strauss problematisch zijn.

"Ik heb me vaak afgevraagd wat Strauss bedoelt. In sommige passages schrijft hij wel driedubbel forte voor in het orkest terwijl ergens achter de bühne een zanger nog wat te zingen heeft. Wat verwachtte hij daar, wat had hij in zijn oren? In 'Elektra' zingt Klytämnestra bepaalde passages terwijl het orkest daaronder heel luid motieven moet spelen die bij haar dochter Elektra horen. Wat wilde Strauss hiermee zeggen? Moeten we de woorden van de moeder precies kunnen horen, of is het belangrijker dat de dochter-motieven onze oren vullen, en dat zij de moeder overstemmen? We lachen natuurlijk allemaal om de bekende anekdotes rondom Strauss. Dat hij bij een repetitie tegen de dirigent riep dat hij het orkest luider moest laten spelen, omdat hij de zangeres nog kon horen. Grappig inderdaad, maar ik ga een provocatieve vraag stellen. Was het wel echt een grap van Strauss? Ik weet het zo net nog niet.

"Het orkest is bij Strauss altijd één van de personages, een karakter naast alle andere karakters op de bühne. Als de profeet Jochanaan terugkeert naar zijn cel nadat hij Salome vervloekt heeft, levert het orkest in een heftig tussenspel magnifiek commentaar op waar we net getuige van zijn geweest. Daar duikt ook voor het eerst het motief op dat hoort bij het afgehouwen hoofd van Jochanaan. In Salome's brein begint zich iets te roeren. Wat een muziek!", roept Gatti en je ziet aan de verheerlijkte uitdrukking hoe graag hij die maten dirigeert. "Al die fantastische opnamen op supersonische cd's hebben ons natuurlijk wel verpest. Zo'n balans is live in het theater nooit te verwezenlijken. Maar het blijft oppassen. Gisteren bij de repetitie liet ik het wat uit de hand lopen. Misschien moet ik meer dirigeren zoals Strauss zelf deed, bijna geen bewegingen dus."

Gatti is blij met de samenwerking met Van Hove, die hij heel muzikaal noemt. "Herodes is in de meeste ensceneringen een karikatuur. Een hypernerveus, zwetend, geil zwijn alleen maar belust op seks. Van Hove wijkt van dat stereotiepe beeld af. Als Herodes opkomt, zie je een gedistingeerde, slanke man. Knap zelfs. Zijn perversie zit onderhuids, hij is ziek van binnen. Je hoort dat ook in de muziek. Strauss typeert hem met een heletoons-toonladder, een toonladder die geen personaliteit heeft - pure oppervlakkigheid. Herodes houdt de controle, zelfs nadat zijn stiefdochter Salome voor hem gedanst heeft en zij het afgehakte hoofd van Jochanaan opeist. Stap voor stap zie je dat hij zijn autoriteit aan het verliezen is.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Malin Byström (Salome), Evgeny Nikitin (Jochanaan), Peter Sonn (Narraboth) Beeld rv

"Geweldig vind ik dat. Als Herodes meteen hysterisch zou worden, moet hij zo ongeveer een kwartier in die toestand overbruggen. Dit werkt veel beter en overtuigender. Het past heel goed bij hoe ik de opbouw van dit werk zie. Dat subtiele loopje omhoog van de klarinet waarmee de opera begint. Het voelt alsof er een kasjmier sjaal langs je wang streelt en direct waan je je in een magische, sensuele nacht in het Midden-Oosten. Maar je merkt ook meteen dat er iets ergs te gebeuren staat. Dat zacht-sensuele van 'Salome' is onheilspellend. Ik neem de tijd om in het drama te komen, en probeer het exploderen van de muziek steeds maar uit te stellen. Salome zelf doet dat ook steeds. Eerst in haar scènes met Narraboth en daarna als ze Jochanaan probeert te verleiden.

"Malin Byström, die hier voor de eerste keer de rol van Salome zingt, heeft het allemaal. Ze ziet er betoverend uit, kan fantastisch dansen en is een heel precieze en expressieve zangeres. Mooi hoe ze van Jochanaan eist dat hij naar haar kijkt. In plaats daarvan vervloekt hij haar. Ze begrijpt er niets van. Daar is ineens iemand die niets van haar moet hebben in een wereld waarin juist iedereen seks met haar wil. Het crescendo in het orkest daarna verklankt haar verbazing en maakt meteen duidelijk dat Salome haar zin gaat krijgen. Is het niet goedschiks, dan kwaadschiks. Psychologische muziek van de hoogste orde. Waarom sommigen deze opera typeren als emotioneel koud en oppervlakkig? Dat begrijp ik absoluut niet."

'Salome' gaat morgen in première bij De Nationale Opera. Op 21 juni live en gratis via een groot videoscherm te zien in Park Frankendael.

Het verhaal

Strauss baseerde zijn opera uit 1905 op het toneelstuk 'Salomé' van Oscar Wilde. Herodes, tetrarch van Galilea, heeft zijn broer vermoord en is getrouwd met diens weduwe Herodias. Salome is zijn nicht en stiefdochter. Voor haar heeft hij een ongezonde belangstelling. In een kerker aan het hof houdt Herodes de profeet Johannes de Doper gevangen, in de opera Jochanaan genoemd. Salome raakt geobsedeerd door deze vreemde, ascetische man, die haar afwijst. Herodes belooft haar alles wat ze wenst als zij voor hem danst. Na die dans eist Salome het hoofd van Jochanaan, dat ze op het eind 'liefdevol' kust. Herodes laat haar daarop doden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden