Opinie

Amsterdam pleegde seculiere castratie bij Youth for Christ

’Spreek jij in vreemde talen?’, vroeg ik de zwerver terwijl ik hem in zijn broek hees. Want spreken in vreemde talen, ook tongentaal genoemd, was vroeger voor mij een religieus genot dat ik iedereen toewenste. ’Zeker’, antwoordde hij, ’Marcus et Cornelia in hortus ambulant’.

Later werd de thuislozenopvang waar ik werkte en die was begonnen door de pinkstergemeente, gesubsidieerd door de overheid. Of er nog in vreemde talen gesproken wordt, betwijfel ik. Dat zou dan zeker tot vragen in de gemeenteraad leiden. Want er zit iets nerveus in de politieke discussie over de scheiding tussen kerk en staat.

Een recent voorbeeld is de reactie van de stadsdeelraad van De Baarsjes (Amsterdam-West) toen het ingehuurde Youth for Christ christelijke jongerenwerkers ging werven. De raad vindt dat ze ook heidenen moeten aannemen en niet mogen evangeliseren maar ’neutraal jongerenwerk’ moeten doen. Een seculiere castratie van deze religieuze organisatie. De PvdA-leden van de raad waren ’geschokt’. Alsof zij niet zelf hun met gemeenschapsgeld betaalde aanstelling gebruiken om hun visie te verkondigen en leden voor de PvdA te werven. Waarom mag in religie niet wat in de politiek wel mag?

Buiten kijf staat dat Youth for Christ jongeren bereikt die door niemand anders worden bereikt. Zelf schrijven ze hun inzet en succes toe aan hun christelijke bezieling. Die zal op den duur uitdoven als ze verplicht worden om medewerkers aan te trekken die deze inspiratie niet delen.

En wat is trouwens ’neutraal jongerenwerk’? Elke hulpverlener wordt gedreven door een bepaalde visie, anders begin je er niet eens aan (voordat ik christen werd was het idee om thuislozen op te vangen zelfs nooit bij me opgekomen).

Sterker, jongeren worden hoe dan ook beïnvloed door allerlei overtuigingen. De straatcultuur preekt dat ze losers zijn als ze niet een homo in elkaar slaan. Reclameborden verkondigen dat ze niet sexy zijn als ze niet een bepaald geurtje opdoen. Glanzende bankkantoren getuigen pontificaal van de zegeningen van het kapitalisme – een ideologie die vandaag met veel belastinggeld overeind gehouden wordt.

In de samenleving vliegen duizenden meningen en overtuigingen rond die ons allen, bewust maar vaker onbewust, beïnvloeden. Neutrale mensen die neutraal werken bestaan niet. En als ze wel bestaan zijn het griezels.

Het is daarom maar het beste dat je duidelijk bent over wat je bezielt. Dat is integer en transparant. Wie uit christelijke bevlogenheid met jongeren werkt moet hen dat kunnen vertellen. Dat is ook simpelweg een democratisch grondrecht. Wel is er in de hulpverlening altijd een machtsongelijkheid, zodat een professionele begeleider zorgvuldig de vrijheid van de ander zal bewaken om een eigen mening te hebben.

De huiver voor religieuze beïnvloeding is feitelijk een minachting van iemands bezieling en identiteit. Op scholen houden docenten hun geloof vaak voor zich, uit angst niet ’neutraal’ genoeg gevonden te worden. Maar studenten waarderen het juist als een leraar, wanneer dit op een natuurlijke wijze opkomt uit de lesstof, vertelt wat persoonlijk belangrijk voor hem of haar is. Daar kunnen ze op reageren en hun eigen overtuiging aan scherpen.

Barack Obama joeg in 2006 een overwegend buitenkerkelijk gehoor in de gordijnen door te stellen dat ’we een fout maken als we de kracht van het geloof in het leven van mensen ontkennen’. En in een andere rede, vorig jaar, roemde hij een aantal effectieve, christelijk geïnspireerde initiatieven op het terrein van de reclassering, opvang van veteranen en hulp aan slachtoffers van de orkaan Katrina. Hij onderstreepte dat hun religieuze inspiratie (Jezus’ opdracht tot naastenliefde) een extra drijfveer is om mensen in nood te helpen en een belangrijke bijdrage levert aan de maatschappij.

Ik vind dat bij het toekennen van subsidies niet de inspiratie waaruit iemand werkt, maar het concrete resultaat moet tellen. Daarop moeten organisaties worden afgerekend. Als bijvoorbeeld straatcrimineeltjes geholpen worden om hun plek in de samenleving te vinden is het gemeenschapsgeld nuttig besteed – minstens zo nuttig als het sponsoren van PvdA-ledenwerfacties of het steunen van banken. En of dat nu gelukt is met of zonder Jezus (of, pak ’m beet, Marx of Mohammed), moet voor de overheid irrelevant zijn.

Christelijke organisaties verbieden hun geloof te delen is betutteling van de hulpvragers die heus wel zelf kiezen. Vroeger evangeliseerde ik vurig onder de zwervers, want het einde der tijden was nabij. Slechts enkelen traden toe tot de pinkstergemeente. Maar ze werden wel allemaal van straat gehaald en in een schone broek gehesen.

Zo’n organisatie verplichten om ongelovige medewerkers aan te nemen is eveneens betuttelend en gaat ten koste van de religieuze inspiratie die, volgens Obama, nu juist zo’n groot maatschappelijk rendement oplevert.

Zulke voorschriften ondermijnen het nuttige werk dat met subsidies wordt gesteund. Als het over de scheiding van kerk en staat gaat, spreekt de overheid in wel erg vreemde talen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden