Amsterdam is niet koosjer meer

Meestal scheurt de automobilist er onbewust aan voorbij, die aparte plek langs de snelweg. Trouw staat even stil in de berm (17).

Het is nu een armetierig gezicht, die kastjes, zoals de hele Utrechtsebrug er weinig appetijtelijk uitziet. Dat was in 1954, toen de brug werd geopend, wel anders. Zaterdag 3 juli was de officiële opening. Het gonsde in de stad, want er kwam een nieuwe verbinding met de buitenwereld: een nieuwe rijksweg en een nieuwe (nummer 439) Amstelbrug.

Tienduizenden trokken daarvoor naar het einde van de Rijnstraat (in de volksmond de 'Doodloopsteeg') om de brug te zien. Lezers van Het Parool hadden in een prijsvraag een naam mogen bedenken voor de overspanning. De jury koos voor de Utrechtsebrug, en niet voor de Plesmanbrug (naar de juist overleden vliegtuigpionier, die toch twee stemmen meer had gekregen), Brug der Zuchten, Jakkerbrug, De Lineaal of De Lieve Duitenbrug (met verwijzing naar de kosten).

Na de opening werd er bijna een hele week feest gevierd in de buurt. De duurste, de grootste en de mooiste brug van Amsterdam was niet alleen bestemd voor het 'autosnelverkeer', maar ook voor wandelaars en fietsers.

De joodse gemeenschap zal ongetwijfeld meegefeest hebben, de opening was pas in de namiddag. De nieuwe brug stelde de joden echter ook voor het dilemma dat de Amsterdamse stadsgrens werd doorbroken. De bijbelse wetten schrijven voor, dat zij op de rustdag niets met zich mee mogen dragen in de open ruimte, en gelovige joden vatten dat letterlijk op: niet iets zwaars, maar ook geen zakdoek of bosje bloemen of gebedenboek. In huis mag hij dat wel (dat is privé-terrein) en in een stad ook, mits die afgesloten is. Omdat de stadsgrens van Amsterdam ook in 1954 al vol met openingen zat (poorten en bruggen), werden die op symbolische wijze gesloten - met behulp van sabbatpalen of sabbatkastjes waartussen kettingen of gaas gespannen konden worden. Zij zorgden op die manier voor een fictieve muur, waarbinnen wetsgetrouwe joden op sabbat waren vrijgesteld van het draagverbod.

En zo werden in 1954, enkele weken voor de opening van de brug, metalen sabbatkastjes op de nieuwe brug aangebracht. Aan de stadskant, aan weerszijden van de brug. 'Het voorbespannen beton van de sierpijlers zal de kastjes omsluiten', meldde de krant. In de huidige situatie zouden we een soberder uitdrukking gebruiken. In de kastjes zaten opgerolde kettingen, de Nederlandse Israëlitische gemeente betaalde de kosten.

Nog geruime tijd heeft de joodse gemeenschap gemak gehad van deze symbolische afsluiting van Amsterdam. Een rabbijn reed geregeld 's nachts in een politieauto langs de verschillende sabbatkastjes om de kettingen te controleren en uit te proberen. In de jaren zestig breidde de stad echter zo uit en was de grens door aanleg van auto- en spoorwegen zo'n gatenkaas geworden, dat de eroew (de afbakening) niet meer kon worden toegepast. Amsterdam is niet langer koosjer meer, zo drukt een jood het uit. Dus houdt hij zich op sabbat aan het draagverbod.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden