Amsterdam had meer kunnen doen voor zijn Joden

Indringende beschrijving van het leven in de hoofdstad tijdens de Bezetting

De cijfers zijn bekend, maar ze maken elke keer weer een verpletterende indruk: van de 140.000 Nederlandse Joden zijn er in de Tweede Wereldoorlog, in een tijdsbestek van nog geen vijftien maanden, 107.000 opgepakt en gedeporteerd. Van hen hebben er slechts vijfduizend de vernietigingsmachine van de nazi's overleefd. "Dat betekent dat er 102.000 Nederlandse Joden werden vermoord, vernietigd, uitgewist - echtparen, kinderen, baby's, ouders, broers en zussen, grootouders", schrijft de Duitse historica Barbara Beuys in haar aangrijpende boek 'Leven met de vijand', over de vervolging van Joden in (vooral) Amsterdam.

De auteur meldt tot in detail waar de Joden de dood hebben gevonden: "Van hen stierf 54,9 procent in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau en 33,4 procent in Sobibor. De rest overleefde de kampen Bergen-Belsen en Mauthausen niet of kwam begin '45 om het leven tijdens de dodenmarsen naar het westen.''

Het boek heeft als ondertitel 'Amsterdam onder Duitse bezetting 1940-1945', maar heeft een bredere reikwijdte. Beuys beschrijft in de eerste hoofdstukken hoe vanaf 1597 (vervolgde) Joden uit diverse Europese landen naar Amsterdam trokken. Daar vonden zij bescherming, en dat zou zo blijven tot de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen.

Nadat de nazi's in januari 1933 de macht hadden overgenomen, weken Duitse Joden uit naar Amsterdam; de stroom nam toe na het aannemen van de Neurenberger rassenwetten in 1935 en de Kristallnacht in november 1938 toen overal in Duitsland Joden werden aangevallen en hun bezittingen vernietigd. Ze streken neer in Amsterdam-Zuid, rond de Beethovenstraat, en konden daar na verloop van tijd zelfs in Duitse winkels terecht; restaurants serveerden typisch Duitse gerechten.

Barbara Beuys beschrijft op aangename toon het wel en wee van de Joodse gemeenschap in die jaren. Ze doet dat onder andere aan de hand van familiegeschiedenissen. Via briefwisselingen en dagboeken krijgt de lezer een goed inzicht in hoe er in de tweede helft van de jaren dertig in Joodse wijken, maar ook daarbuiten, werd geleefd.

Eén van de families die Beuys volgt, is die van Monne de Miranda, een Sefardische Jood, van Portugese afkomst, in 1875 in Amsterdam geboren, opgeleid tot diamantslijper, en vanaf 1919 twintig jaar lang vrijwel ononderbroken wethouder. Hij heeft veel voor de stad betekend. De Miranda stimuleerde de sociale woningbouw en zette werkgelegenheidsprojecten op, zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos.

In 1939 kwam aan zijn politieke loopbaan een einde toen De Telegraaf hem beschuldigde van corruptie bij de uitgifte van bouwgronden. De Miranda belandde in een zware depressie. Beuys beschrijft deze affaire uitvoerig, maar wat zij niet meldt - en dat is gezien het onderwerp van haar boek toch opvallend - is dat de hetze van de krant (en van de NSB) een duidelijk antisemitische ondertoon had.

Na de inval van de Duitsers in 1940 veranderde er in het dagelijkse leven van de Amsterdammers aanvankelijk niet zoveel. De bezetters hielden zich gedeisd, de Joden werd weinig in de weg gelegd. Amsterdammers gingen normaal naar hun werk, sterker: er kwam juist meer werk, de economie draaide op volle toeren. 's Avonds was er overal in de stad vertier: cabaret, films, muziek. Uitgeweken Joodse artiesten konden gewoon optreden. Beuys weet dit stadse leven van alledag perfect neer te zetten, het is alsof ze het zelf heeft meegemaakt, wat toch echt niet waar is, want ze is van 1943.

Langzaam maar zeker worden de Joodse bewoners gemarginaliseerd. Elke week neemt de Duitse bezetter wel een nieuwe maatregel die hun vrijheid beperkt, en het ambtenarenapparaat werkt mee. Steeds vaker worden Joden uitgedaagd - en in elkaar geramd - door knokploegen van de NSB of aanverwante clubs.

In de zomer van 1942 dwingen de Duitsers Joden in Nederland naar Amsterdam te verhuizen. Vanaf juli dat jaar beginnen de deportaties, naar Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Er komen razzia's, Joodse wijken worden compleet afgegrendeld door bruggen op te halen. Het is huiveringwekkend om te lezen, niet nieuw, maar wel gruwelijk, al die vernederingen en deportaties op een rij.

De bezetter maakt de Joden medeplichtig door de oprichting van de Joodse Raad in 1941. Die moet meebeslissen wie afgevoerd wordt en wie - voorlopig - mag blijven. In september 1943 gaat uiteindelijk de leiding van deze raad op transport. Barbara Beuys heeft ook in dit orgaan een 'bron', de secretaresse, uit wier correspondentie zij veelvuldig citeert.

Er is verzet tegen de vervolging van de Joden. Begin 1941 vindt de Februaristaking plaats. Later komen er sabotageacties, van de kunstenaar Gerrit van der Veen bijvoorbeeld, afrekeningen, executies van landverraders en Duitse officieren. Financiële hulp voor onderduikers en stakers levert Walraven van Hall, de 'bankier' van het verzet.

Beuys noemt het allemaal uitvoerig, prijst ook de moed van de verzetsstrijders, maar uit subtiele tussenzinnetjes valt op te maken dat de schrijfster van mening is dat de gewone bevolking wel iets meer had kunnen doen: "Hoezeer de meeste bewoners van Amsterdam de vervolging van de Joden ook veroordeelden, hoe oprecht hun machteloze woede ook was, de verschrikkelijke werkelijkheid leidde niet tot verzet tegen de bezetter en liet de mensen uiteindelijk de andere kant op kijken." En op een andere plaats schrijft ze dat zeker de eerste drie jaar van de bezetting "Nederlandse instellingen, bestuursorganen en rechtbanken de handhaving van rust en orde ten behoeve van de bezetter tot hoogste vaderlandse plicht hadden verheven."

De auteur, die meer boeken heeft geschreven over de Tweede Wereldoorlog, weet waarover ze het heeft: ze heeft zich uitstekend ingelezen, blijkt buitengewoon goed op de hoogte van de situatie in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren, geeft een goed tijdsbeeld, onder andere via citaten (ook uit het illegale Trouw), en heeft een prima pen.

Haar Nederlandse uitgever heeft ook nog eens twee deskundige vertalers gevonden die gelukkig maar in een enkel geval een germanisme gebruiken.

Barbara Beuys: Leven met de vijand. Amsterdam onder Duitse bezetting 1940-1945. Vertaling Olaf Brenninkmeijer en Wilfried Simons. Cossee, Amsterdam; 368 blz. euro 24,90

Beuys boekstaaft vervolging en verzet
Barbara Beuys (1943) studeerde geschiedenis, filosofie en sociologie in Keulen, promoveerde en begon als journalist te werken bij het dagblad Kölner Stadt-Anzeiger. Daarna was ze redacteur bij het populaire weekblad Stern en het opinieweekblad Die Zeit.

Ze schreef een dozijn boeken, onder andere over het Duitse verzet tegen de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog en de geschiedenis van de Joden in Europa. Ook publiceerde ze biografieën, bijvoorbeeld over de Duitse verzetsstrijdster Sophie Scholl, die in 1943 op 21-jarige leeftijd werd gefusilleerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden