Amsterdam gaat flink de lucht in

Hoogbouw alleen langs stadsrand niet genoeg

Het gebouw telt 22 verdiepingen met de hoogstgelegen appartementen in twee torentjes bovenop. Die zijn al verkocht, aan één koper die nu tussen zijn twee woningen een zwembad laat aanleggen, hoog boven de stad.

Mahler 900 heet dit gebouw aan de Zuidas in Amsterdam. Het is met 77 meter een van de vele nieuwe hoge gebouwen die in de stad verrijzen. Een begrijpelijke trend. De crisis in de bouw is voorbij, de bevolking van Amsterdam groeit hard en het stadsbestuur wil dat er per jaar vijfduizend nieuwe woningen bij komen. Maar bouwgrond is schaars. Dus dan maar de lucht in.

De hoogste gebouwen in de stad zijn de Rembrandttoren (150 meter) en de Mondriaantoren (123 meter) bij het Amstelstation. Maar dat zijn kantoortorens en daar komen er voorlopig niet veel van bij - er is weinig vraag naar. In veel van de vijftien torens die nu in aanbouw zijn, komen woningen en soms ook hotels. Drie daarvan zijn 100 meter hoog, een paar andere blijven daar net onder.

Gaat al die hoogbouw Amsterdam van zijn ruimtegebrek afhelpen? Dat valt nog te bezien, blijkt tijdens een gesprek in debatcentrum Pakhuis de Zwijger. Hoogbouw is duur en de meeste appartementen in die torens zijn daarom alleen te betalen voor de zeer welgestelden. Huizenzoekers uit de middengroepen kunnen er vaak niet terecht - en daarvan heeft Amsterdam er veel.

Ervaringen uit Rotterdam, dé hoogbouwstad van Nederland, leren daarnaast dat woontorens maar mondjesmaat gezinnen trekken. "In Rotterdam staan de hoogste gebouwen in het centrum. Daar is alles te vinden wat een gezin nodig heeft", aldus Gerard Peet van de Hogeschool Rotterdam. "Behalve groen. En daarom wonen gezinnen toch liever ergens anders."

Bovendien heeft Amsterdam een extra handicap. Rotterdam heeft zijn hoogbouw op de aantrekkelijkste plaatsen: in het hart van de stad en aan de Maas. In Amsterdam zijn hoge gebouwen in de binnenstad juist taboe. "Dat maakt beleggers kopschuw", stelt Nanne de Ru, architect van de Amsteltoren (in aanbouw naast het Amstelstation). "De binnenstad heeft veel kwaliteit en daar moeten woontorens die elders gebouwd worden tegen opboksen. Hoe zorg je voor goede plekken om te wonen zo ver van het centrum vandaan?"

Amsterdam ontkomt er niet aan zijn beleid opnieuw te overdenken, concludeert voorzitter Jaap Modder van de Stichting Hoogbouw, die bebouwing in Nederland 'letterlijk en figuurlijk naar een hoger plan wil tillen'. Niet alleen in de binnenstad, ook in een zone van 2 kilometer daaromheen zijn hoge gebouwen nu maar heel beperkt toegestaan. In de praktijk gaat de stad daarom vooral de hoogte in langs de ringweg A10 en aan het IJ.

Op die plekken is hoogbouw vrij eenvoudig te verwezenlijken, zegt Modder. Maar het levert niet genoeg op om in de behoefte aan ruimte te voorzien. "De echte opgave is om óók dichter bij de binnenstad hoger te bouwen." En dat kan. "Kijk naar Parijs, naar de Boulevard Périphérique. Die is ongeveer net zo lang als de A10 rond Amsterdam. Binnen de A10 wonen 600.000 mensen, binnen die Parijse ring zo'n twee miljoen!"

Van skyscraper naar groundscaper

Hoogbouw in Amsterdam, waar gaat dat nou helemaal over? Amsterdam heeft welgeteld twee echte wolkenkrabbers, gebouwen die hoger zijn dan 100 meter. Rotterdam heeft er inmiddels negentien. De discussie gaat nu in de Maasstad zelfs over een toren van ruim 200 meter. Die Zalmhaventoren heeft prominente tegenstanders. Met oud-burgemeester Bram Peper, die naast de plek woont waar de toren moet komen en zich al tegen de wolkenkrabber keerde, is nu ook zijn geestverwant Riek Bakker tegen. Zij vindt dat de 219 meter hoge toren ten koste gaat van het historische Scheepvaartkwartier.

In Rotterdam geeft hoogbouw 'uitdrukking aan de moderniteit van de stad', zoals in een gemeentelijk document staat, bepaalt het de skyline van het centrum. In Amsterdam staan de hoogste gebouwen als kaarsjes aan de rand van een taart.

Die verschillen zijn terug te zien in het beleid. Beide steden zetten hun hoogbouwvisie voor het laatst in 2011 op papier. Het Amsterdamse document is voor een belangrijk deel gewijd aan de vraag waar hoogbouw mag komen en waar niet. In Rotterdam is dat allang geen kwestie meer: hier is het stadsbestuur vooral bezig met de vraag hoe wolkenkrabbers kunnen samengaan met levendigheid in de stad.

Cruciaal is de 'plint', stedenbouwkundig jargon voor wat er op het straatniveau te zien en te beleven is. Veel hoogbouw in Rotterdam heeft op de begane grond ingangen voor parkeerplaatsen, voor laden en lossen, vuilopslag et cetera. Dat moet dus anders, vindt de gemeente. Skyscrapers (wolkenkrabbers) moeten groundscapers worden, met aan de straat bijvoorbeeld winkels en horeca.

Lukt dat al? De meningen daarover zijn verdeeld. Neem de Kop van Zuid. "Daar gebeurt niets op straatniveau", zegt Jaap Modder van de Stichting Hoogbouw. "Bewoners stappen in de auto en weg zijn ze. Waar kun je hier een kop koffie drinken, een patatje halen?" Maar gemeentelijk stedenbouwkundige Emiel Arends is al blij dat de gebouwen rondom ingangen aan de straat hebben. "Overál een hippe koffietent, dat kan nu eenmaal niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden