Amok maken

Meindert Tjoelker en Joes Kloppenburg zijn uitgegroeid tot nationale symbolen. Maar waarvan of waarvoor, dat is nog niet helemaal duidelijk. Staan zij voor de zin en noodzaak om je te keren tegen het stomme geweld dat veel van onze grote steden onveilig maakt? Of vormt wat hun is overkomen een waarschuwing om je maar nergens mee te bemoeien wanneer onze medeburgers of publieke eigendommen worden bedreigd?

PAUL CLITEUR

Men kan de vraag stellen wat de vandalen bezielt en wat daartegen kan worden gedaan. Verkeerde vraag, zeggen sommigen. Het was de drank. Maar er wordt heel wat gedronken en dat leidt niet altijd tot doodschoppen.

Vroeger hadden we voor dit soort vragen de 'criminologie' of misdaadkunde. Daarin waren - toen ik studeerde - twee benaderingen courant. De eerste was de relativistische theorie die criminaliteit wegschamperde als een 'etiket' (iets is niet crimineel, wij noemen het zo). De tweede benadering was die van prof. Buikhuisen. Hij zocht naar een biologische verklaring in de persoon van de dader. Het eerste was links, het tweede rechts. Buikhuisen (rechts) werd door de grootinquisiteur van het politiek correcte denken, Hugo Brandt Corstius (links), een jaar lang geestelijk belaagd en zijn collega's keken, net als zo velen van ons op straat, de andere kant uit. Hij heeft nu een antiekwinkeltje. Brandt Corstius runt nog steeds hetzelfde bedrijfje. Criminaliteit is vervelend, maar er zijn wel meer dingen vervelend die we nu eenmaal hebben te accepteren, zei hij nog onlangs als 'zomergast' bij de VPRO.

Maar met of zonder Buikhuisen, we blijven natuurlijk speculeren: hoe kan dit nu toch, het doodschoppen van jongens die geweldloos interveniëren ten gunste van hun medeburgers? Burgemeester Patijn maakte tijdens een herdenking van de dood van Kloppenburg de opmerking dat het 'on-Amsterdams' was, wat er was gebeurd in de Amsterdamse Voetboogsteeg. Mooi gevonden. Maar ik ga, in tegenstelling tot Patijn, al vijfentwintig jaar uit in Amsterdam en ik weet dat het juist bij uitstek Amsterdams is, wat daar is gebeurd. Toch ben ik niet pessimistisch. Ik geloof best dat men iets kan doen. En als het aan mij zou liggen, zou de politie of de (uit haar as opgerezen) criminologie of de EHBO of wie dan ook (misschien wel Brandt Corstius), zich moeten toeleggen op het analyseren van de rampen. Op basis van die analyse kan dan een scenario worden ontwikkeld voor het vermijden daarvan.

Voor twee groepen mensen is dit scenario oninteressant. De eerste groep bestaat uit karate-specialisten die telkens wanneer iemand wordt afgetuigd, met enkele goedgekozen klappen de belager uitschakelen, hun jasje afkloppen (zoals 007 dat doet) en hun tocht vervolgen. Een kleine groep, helaas. De tweede groep bestaat uit mensen die geen enkel risico willen lopen, geen kwartje aan de telefoon willen uitgeven en die er de voorkeur aan geven slechts licht hoofdschuddend (niet teveel, dat geeft aanstoot bij de vandalen) de voltrekking van de ramp gade slaan. Een grote groep, helaas.

Maar daarnaast is er een derde categorie, waar het mij nu om gaat. Het zijn diegenen die wel iets willen doen, maar zich niet tot de eerste groep rekenen. Wat kun je dan doen? Volgens mij: meer dan je denkt. Men kan bijvoorbeeld heel hard schreeuwen, amok maken, aanbellen bij mensen met het verzoek om de politie te bellen, kortom een scène maken, en dat alles zonder dat men de confrontatie zoekt met de agressor. Toegegeven, dat is erg gênant. Maar het is een gêne die beperkt blijft tot het moment van de confrontatie en die niet opweegt tegen het zeurende gevoel van gêne dat zich later van je meester maakt wanneer je je realiseert dat je jezelf bij de groep van 'inactieven' hebt ingedeeld. Wat men ook kan doen - maar dat vergt al iets meer engagement - is iemand die een ander aan het schoppen is een harde duw geven en het vervolgens op een lopen zetten. Volgens mij helpt dat. De trance waarin de gebeurtenis plaatsvond wordt doorbroken en het is niet waarschijnlijk dat een belager na deze hinderlijke onderbreking zijn klusje zal afmaken.

Natuurlijk valt over dit onderwerp veel en veel meer te vertellen. Maar laten we de gevallen die zich hebben voorgedaan maar eens gaan analyseren om voor slachtoffers en omstanders de mogelijkheden te overwegen om aan het onheil te ontsnappen of het onheil te keren. Misschien moet Hugo Brandt Corstius maar eens voor straf over dit onderwerp tien columns schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden