Améry

Een tijdje geleden werd ik benaderd door een televisie-producer in Londen die een programma-idee aan het ontwikkelen was. Het ging om een nog te schrijven serie onder de titel 'Terminals', waarin een groep terminaal zieken zich zou inzetten voor een aantal Missions Impossible.

Het idee was dat dit clubje met ware doodsverachting zo'n beetje elke dreiging zou durven trotseren: geweld, virussen, straling, noem maar op, het zou hen niet deren vanwege de zekerheid dat hun einde toch nabij was. De opdrachten die zij zichzelf gaven waren van geo-politieke aard en zij zouden niet terugschrikken voor het bewerkstelligen van een paar regime-changes door moordaanslagen, bankovervallen, ontvoering enzovoorts. Dit alles natuurlijk in het zicht van hun laatste haven, het graf, en met het oog op een betere wereld.

Van het een kwam het ander en we zaten al gauw met de vraag of zo'n breed maaiend team van Good Terminals niet onvermijdelijk zou leiden tot een vergelijkbare formatie van Bad Terminals, waarmee we qua wereld-schoonmaak weer terug bij áf waren. Maar waarmee de tv-serie een verfrissende dimensie kreeg. Het plot zou bovendien een fraaie wending kunnen krijgen door Terminals die niet terminaal blijken te zijn. Het gebeurt soms dat patiënten met ver voortgeschreden kanker die opgegeven zijn, na ontslag uit het ziekenhuis geheel herstellen. Raadselachtig maar waar. Er bestaan meerdere goed gedocumenteerde gevallen. Zo'n genezen geval zou lid willen blijven maar The Terminal Board wil haar eruit hebben, want door haar nieuwverworven perspectief zou ze wel eens kunnen gaan aarzelen tijdens missies. Dan is er het geval van de Terminal die na een spectaculaire actie in de gevangenis is beland met een levenslange veroordeling, waar hij om lacht, want zijn leven zal niet lang zijn. Maar, tegenvaller, er is een medicijn ontdekt waardoor hij van zijn ziekte kan herstellen. Hij weigert het, maar de dokter geeft het stiekem toch, met een raar lachje op zijn gezicht waarin sadisme, ethiek en wetenschap op vergiftigende wijze dooreenkronkelen.

U merkt het, er was ook wat te drinken bij deze inleidende beraadslagingen. Ik heb nog geen nader bericht ontvangen, maar het Terminals-idee bevat wel een interessante kern. De gesuggereerde gesteldheid van onthechting is in directe tegenspraak met de daadkracht die deze stervenden zouden moeten tonen in hun moeilijke missies. Echte terminalen, als ik het zo mag zeggen, zijn niet of nauwelijks geïnteresseerd in de verdere ontwikkelingen op onze planeet. In feite reizen zij meestal precies de andere kant op en verliezen zij elke interesse in algemene onderwerpen. Hun belangstelling gaat veel meer uit naar urine-onderzoek, of hun kinderen, of hun leverfuncties, of hun man, of medisch gebrabbel dat ze niet kunnen volgen, maar dat ze wel als geruststellend ervaren. Hun blik vernauwt zich geleidelijk tot een microscopische aandacht voor een plooi in het laken, of het feit dat de medicijnen vandaag vijf minuten later kwamen dan gisteren. De zekerheid van de naderende dood wordt op armslengte gehouden door een weldadige concentratie op het kleine nabije leven.

Dit geldt ongeveer voor degenen die door het Noodlot de dood in geschoven worden, maar er bestaat ook een andere categorie: de kandidaat-zelfdoders, mensen die in een gemoedstoestand verkeren die Jean Améry verontrustend goed beschreven heeft: ,,Wie vrijwillig de dood zoekt, ontsnapt aan de logica van het leven.'' Wat Améry beschrijft is een vreemdsoortig welbevinden dat een mens zou kunnen ervaren in de wetenschap dat dit zijn laatste nacht is. Wanneer Mens-zijn precies begint weten we niet. Niet omdat we onvoldoende informatie hebben, maar omdat Mens-zijn een zeer geleidelijk ontstaand beroep is. Daar is niets vreemds aan, u weet ook niet meer wanneer u voor het eerst besefte: ik ben een Nederlander.

Maar de kandidaat-zelfdoder begeeft zich zeer bewust naar de uitgang van dit reservaat, waarvan de ingang niet te vinden is, en beleeft iets heel bijzonders bij het talmen op de drempel. Wie voornemens is morgen te sterven, die kan zich een hele nacht vrij denken van de mensheid: je zit nog tussen ze in, maar ze kunnen je niet meer raken. Een dergelijke toestand is een stap verder dan de ellende van

Becketts struikelaars, die op grond van een ongelukkig misverstand vergeefs proberen zich bij de rest van de mensheid te voegen maar die de meest elementaire vaardigheden die daarvoor nodig zijn niet onder de knie kunnen krijgen. ,,Lachen, huilen, allemaal keltisch voor mij.'' ,,Wat ze vooral wilden dat ik slikte waren mijn mede-schepselen. Ze gaven me lessen over liefde, over intelligentie ... Ze leerden me ook hoe je moet tellen, en redeneren zelfs. Flarden van deze rotzooi kwamen me wel eens van pas bij gelegenheden die zich overigens nooit zouden hebben voorgedaan als ze me met rust hadden gelaten.''

Becketts Murphy's slaan hun tenten op in het zicht van de menselijkheid. De toestand waar Améry over schrijft is een (mogelijk triomfantelijke) sprong, weg van de mensheid. Améry stelt de suicidant tegenover de gewone stervende, die in vrees of in moed een antwoord moet zien te vinden op het Noodlot. Terwijl de suïcidant niks afwacht, nee hij staat op van de matras waarop hij de dood lag te vrezen, en slaat zelf toe. ,,Wie vrijwillig de dood zoekt, ontsnapt aan de logica van het leven.'' Om een akelig misverstand te voorkomen: Améry bezingt nergens de lof van de gekozen dood, maar dat deze keuze soms bewust gemaakt wordt, zegt iets over de aard van het doodvonnis waaronder wij leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden