'Amerikanen zullen Saddam nooit vinden'

Veel Irakezen hebben hun familie in veiligheid gebracht in Syrië, al jaren een toevluchtsoord voor met name de Iraakse sjiieten. De meesten willen Saddam weg hebben, maar vrezen een langdurig verblijf van de Amerikanen.

SIT ZEINAB - Als het hun in Irak te heet onder de voeten wordt, trekken Iraakse sjiieten traditioneel naar Sit Zeinab, een bedevaartplaatsje 17 kilometer boven Damascus. Hier ligt Zeinab, de kleindochter van de profeet Mohammed, begraven in een prachtige moskee. Er zitten hier vluchtelingen van 1980 -toen Irak een oorlog begon tegen Iran- van de Golfoorlog, van de sjiitische opstand, en sinds twee weken is er een nieuwe golf van ruim 30000 Irakezen binnengestroomd.

In de taxicentrale van Sit Zeinab zitten negen Iraakse taxi-chauffeurs bijeen en kijken naar beelden van Amerikaanse troepen die door de woestijn rijden. Saleh (35) is net uit Bagdad gekomen, een rit van ruim negen uur. Voor 350 euro rijdt hij me direct terug naar Bagdad, zegt hij, hij is niet bang. De grens tussen Syrië en Irak is open.

Saleh heeft het druk gehad de afgelopen weken. Eerst reed hij families vanuit Bagdad richting Damascus. Sinds eind vorige week gaat het verkeer de andere kant op. Mannen hebben hun families veilig ondergebracht en keren nu terug. Sommigen willen hun bezittingen niet achter laten, anderen willen hun land verdedigen, zeggen ze.

Er volgt een lange stilte als hen gevraagd wordt wanneer ze denken dat het voorbij zal zijn. Dat kan nog lang duren, zucht Saleh. ,,Saddam Hoessein vinden ze niet zomaar.'' En zelfs als hij dood is, zijn de Irakezen nog niet af van de Amerikanen. Die blijven, zeggen de chauffeurs.

Als Bush op het scherm verschijnt met de medeling dat hij het Iraakse volk komt bevrijden, vloeken ze luid. ,,Ons bevrijden? Da's aardig. Ik wist niet dat hij zoveel van ons hield. Wat een hoerenjong. Ze hebben het op onze olie gemunt. Dat geklets over democratie en wapens, daar stinken wij niet in. Beter zal het wel worden, maar we maken ons zorgen dat ze niet meer weggaan.'' Hij noemt Okinawa in Japan, en Duitsland als voorbeeld.

De mooie moskee, met kleurrijk mozaïek betegeld, steekt fel af tegen de armoedigheid van Sit Zeinab. Kleine straatjes omgeven door betonnen huizen van drie, vier etages. Van de ruim 300000 inwoners is de helft Iraaks. Onderdak vinden is geen probleem, als bedevaartsoord heeft het genoeg plaats.

Niet iedereen is blij met de Irakezen in Sit Zeinab. Aboe Mohammad, eigenaar van een reisburo, meent dat je de leider krijgt die je verdient: en met Saddam kun je zien wat voor mensen het zijn. ,,Ze liegen, ze stelen, ze bedriegen erop los.'' Er valt een pijnlijke stilte in het kleine kantoortje. Ze vermanen Aboe Mohammad dat hij nu wel heel erg negatief is. ,,Onzin, jullie weten het net zo goed als ik, het is een dievenbende. Je houdt nu alleen je mond nu er een journalist bij is. Sinds ze hier zijn gekomen, in 1980, verdienen ze hun geld met alles wat verboden is.''

Maar ze vinden het huidige conflict maar sneu voor de Irakezen. ,,Kijk nou toch'', zegt een winkeleigenaar in Sit Zeinab, ,,al sinds 1980 leven zij in een staat van oorlog.'' Het schijnt hem te ontgaan dat zij het in Syrië tenslotte niet veel beter hebben. Hafez el-Assad, de oude president, ging dan wel niet op de vuist met iedereen, maar niemand die zijn mening durft te geven uit angst voor een enkele reis naar Masnaa, de beruchte gevangenis bij Damascus waar menig dissident zijn dagen eindigde.

Wie je ook vraagt, niemand die wil zeggen hoe ze over Saddam Hoessein denken en wat er met hem gaat gebeuren. Ze halen hun schouders op, en gebaren naar de hemel. 'Alleen God kan je dat vertellen.'

Toch zeggen Syriërs in Damascus dat juist de sjiieten radicaal tegen Saddam Hoessein zouden zijn. Maar zijn ijzeren hand reikt blijkbaar nog steeds erg ver. Ze beweren allemaal dat de Amerikanen Saddam niet zullen vinden, 'net zoals Bin Laden; die is ook niet gepakt'. Het lijkt moeilijk voor te stellen dat Saddam, na zijn gewenning aan acht presidentiële paleizen, weken achtereen ergens in een grot op de grond gaat slapen. De Irakezen lijken er echter van overtuigd.

De enige die openlijk zegt dat de dagen van de Iraakse president zijn geteld is Saleh (62), een aannemer uit Bagdad. Zijn familie woont al lange tijd niet meer in Irak, maar in het westen. Hij wil niet zeggen waar. ,,Saddam moet weg, dat kan niet anders.''

In een klein pensionkamertje kijkt hij, in pyjama, naar het nieuws. Hij is een week geleden naar Sit Zeinab gekomen, en wil terug zodra duidelijk is hoe de strijd gaat verlopen. Dat ziet er nog niet zo hoopgevend uit. ,,Dit is pas het begin, en deze oorlog is niet zoals in 1991. Dit wordt een bloedbad'', voorspelt hij. Irakezen mogen dan wel tegen Saddam zijn, maar hun land overgeven aan een ander gaat niet zonder slag of stoot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden