Amerikanen willen geen socialistische zorg

President Barack Obama en vice-president Joe Biden. (AFP)

Hoe slecht het huidige systeem ook is, we weten wat we nu hebben en het is onzeker wat een nieuw systeem brengt, zo lijken velen in de Amerikaanse zorg te denken.

Op 21 maart vond een historische verandering plaats in de Amerikaanse gezondheidszorg. Een verzekering voor basiszorg wordt verplicht en verzekeraars mogen mensen geen verzekering meer weigeren vanwege bestaande ziekte of risicofactoren. „Gezondheidszorg verandert van een voorrecht in een recht”, zo stelde Nancy Pelosi, leider van de Democratische meerderheid in het Huis.

Dat kun je met recht historisch noemen. Toch was de meerderheid die voor stemde zeer gering, 219 tegen 212 stemmen. Bovendien waren alle Republikeinen (178) tegen. Waarom zijn veel Amerikanen zo bezorgd? In Nederland, waar ’ziekenfonds’ en ’basispakket’ bekende klanken zijn, is het moeilijk voor te stellen dat deze woorden in het machtigste en rijkste land ter wereld óf baken van hoop óf ultieme frustratie zijn.

Het verschil ligt in de basis van de Verenigde Staten zelf. Het land Amerika bestaat niet. De ’Verenigde Staten’ waren en zijn niet meer dan een vereniging van separate staten op het continent Amerika. Alles wat riekt naar meer invloed van of uitgaven door Washington wordt met zeer groot wantrouwen bezien. Federaal georganiseerde ziektekostenverzekering dus ook. Een overheid die verplicht tot het aankopen van een product wordt als zeer on-Amerikaans beschouwd.

Tweedeling hoort bij de Amerikaanse samenleving. Eerlijk verdiend door de rijken, jammer voor de armen. Je kunt dat dubbele standaard noemen, maar voor veel Amerikanen is het een fundamentale zienswijze. Voorrechten kun je verdienen door er hard voor te werken. Rechten zijn er beperkt: ’We zijn geen socialistisch land’.

Overheidsregulering leidt tot ’rantsoenering’ van zorg: de overheid stelt vast welke behandelingen in het basispakket komen en vergoed worden. Voor velen een schrikbeeld. Natuurlijk vindt die rantsoenering nu ook plaats. Voor miljoenen is zorg maar zeer beperkt toegankelijk. Kiezen tussen boodschappen doen bij de supermarkt of een behandeling in het ziekenhuis is een terugkerende werkelijkheid.

Voor velen stopt de wereld voorbij de Hudson rivier. De beste zorg van de wereld is toch in de Verenigde Staten te vinden? Goede zorg, jazeker, misschien wel de beste. Als je het maar kunt betalen. Dat maakt het nog geen goed zorgstelsel.

Het debat over hervorming van de zorg is vol van filosofische tegenstellingen die alles te maken hebben met de visie op de vrije markt en het wezen van de Staten. ’We the people’ is een feit, maar dat zijn we alleen als dat echt nodig is. De spanning die dat met zich mee brengt is zo oud als de Verenigde Staten zelf. Benjamin Franklin, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, maakte in 1754 een politieke cartoon. Een kronkelende slang, bestaande uit acht van elkaar gescheiden delen: de verschillende toenmalige kolonies. ’Join, or Die’, was zijn boodschap. Voor een toekomstbestendige gezondheidszorg lijkt dat ook vandaag op een schrijnende manier nog net zo geldig.

Gezondheidzorg is big business, behalve kosten is er een opbrengstenkant, die in het Nederlandse debat vaak wordt vergeten. Nou, daar weten ze hier over mee te praten. De gezondheidszorg beslaat in Amerika eenzesde van de economie, bijna twee keer zoveel als in Nederland. De Grand Old Party (Republikeinen) bestaat voor een groot deel uit het betere segment van de samenleving en dus ook veel medisch specialisten, ziekenhuisbestuurders en verzekeringsbazen. Vanuit een zorgperspectief is er ontegenzeggelijk winst te behalen met het nieuwe stelsel, maar het is de vraag in hoeverre dat ook het belang is van de zorgaanbieders en verzekeraars. Daar ontstaan botsingen. De American Medical Association steunde het wetsvoorstel, terwijl individuele leden er vaak tegen zijn.

Hoe slecht het huidige systeem ook is, we weten wat we nu hebben en het is onzeker wat een nieuw systeem brengt, zo lijken velen in de Amerikaanse zorg te denken. Maar de gemiddelde levensverwachting is hier 79,1 jaar tegen bijvoorbeeld 82,7 in Japan. Komt dat doordat de Japanners zoveel aan gezondheidszorg uitgeven? Nee, met 8,1 procent van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg zitten ze, net als de meeste andere Westerse landen, ruim onder de 15,3 van de Verenigde Staten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden