AMERIKAANSE TOESTANDEN

Dit is het eerste artikel van een korte serie over aansprakelijkheid. In de Verenigde Staten dreigen gigantische schadeclaims de florerende tabaksindustrie in de as te leggen. De fabrikanten onderhandelen momenteel met de overheid over een schikking van honderden miljarden dollars. Ook in Nederland rukt de schadeclaim op, maar Amerikaanse toestanden worden hier nog niet verwacht. De jurist van de sigarettenfabrikant: “Wees maar blij dat jullie een ander rechtssysteem hebben.”

Maar verder is het in Winston-Salem, North-Carolina, bij de op één na grootste sigarettenfabrikant van de VS, business as usual. In de twee enorme fabrieken van R. J. Reynolds - maker van Camel, Winston en de in de VS populaire mentholsigaret Salem - ronken en ratelen de machines als altijd. RJR rolt en verpakt in North-Carolina per etmaal 275 miljoen sigaretten en in het verderop gelegen Tobaccoville nog eens 450 miljoen. Vooral voor de binnenlandse markt, slechts een kwart is voor de export. RJR heeft overal op de wereld fabrieken.

De tijd dat telgen van de steenrijke Reynolds-dynastie de dienst uitmaakten en RJR alleen nog sigaretten produceerde, is lang voorbij. RJR Nabisco Holding Corp. maakt veel, heel veel andere dingen, zoals koekjes, snoep, noten. Winston-Salem is zelfs al niet meer het hoofdkwartier van het concern, het bedrijf wordt geleid vanuit Genève.

Zeker, voor Nabisco's sigarettentak zijn het woelige tijden. Maar RJR blijft vooral Proud to be in tobacco, trots op z'n tabaksbusiness, zoals de kreet op een van de fabrieken zegt. “Dit is een prachtig bedrijf. De oneerlijke kritiek op ons, al die rechtszaken, de pogingen deze industrie naar de knoppen te helpen, maken het er voor mij alleen maar nog uitdagender op”, zegt de jurist Daniel Donahue, vice-president van RJR.

Donahue beheert voor zijn baas de almaar dikker wordende portefeuille met aansprakelijkheidsclaims. Driekwart van Amerika is met roken gestopt, de helft daarvan stelt nu de tabaksindustrie verantwoordelijk voor de gezondheidsschade door het roken.

Roken màg in Donahues ruime kamer op de veertiende verdieping van het RJR-wolkenkrabbertje in Winston-Salem - het gebouw werd bij wijze van vingeroefening ontworpen door de architect die later het Empire State Building in New York bouwde. Peggy Carter, RJR's pr-vrouw, een van de weinigen die namens RJR mogen praten over de aansprakelijkheidszaken, trekt met korte, heftige halen aan een nieuw rookvrij RJR-product, Eclipse. Het moet RJR's antwoord zijn op de felle kritiek van de meerokers: de Eclipse produceert bijna geen rook en de rook die er uitkomt, is nauwelijks irriterend. De tabak wordt niet opgebrand, maar verhit. De nepsigaret wordt onder de naam Hi-Q uitgetest op de Duitse en Finse markt, maar echt succesvol is ze niet. De rookverslaafde krijgt te weinig nicotine binnen. Carter werpt het ding na enkele woeste trekken in een asbak.

Laat in het bijzijn van Daniel Donahue het woord 'schadeclaim' vallen en hij trakteert je op een college Amerikaanse aansprakelijkheidsrecht. Zijn boodschap: jullie mogen daar in Europa blij zijn dat jullie een ander rechtssysteem hebben, want het onze deugt niet. Donahue heeft de pest aan plaintiff-lawyers, de letselschade-advocaten die niets anders doen dan bedrijven achtervolgen met torenhoge claims van mensen die zich door een product of dienst gedupeerd voelen. Sigarettenfabrikant Reynolds is sinds de jaren vijftig doelwit van advocaten die namens slachtoffers schadevergoeding eisen voor het brede spectrum aan potentieel dodelijke ziekten die door roken worden veroorzaakt. Tot dusver was het voor Reynolds nooit raak in de tombola van processen. Door veel geld te steken in de verdediging wist het bedrijf de dreiging buiten de deur te houden.

Maar nu lijkt het tij gekeerd. Nooit eerder heeft de sigarettenindustrie zo'n zware juridische tegenstand ondervonden als in de voorbije maanden. De druk op R. J. Reynolds, Philip Morris, Brown & Williamson en Lorillard is zo groot, dat ze met de overheid zijn gaan onderhandelen over een mega-schikking van honderden miljarden dollars om onder een stuwmeer van schadeclaims uit te komen. Voorlopig zijn ze er nog niet uit. De industrie wil zich in één deal van alle aansprakelijkheidsclaims vrijwaren en de andere partij wil haar huid zo duur mogelijk verkopen. De Amerikaanse roker kijkt ondertussen handenwringend toe, in de wetenschap dat hoe diep de financiële knieval van de industrie ook zal worden, hij - de consument - uiteindelijk de rekening zal betalen. De sigaret wordt vast en zeker duurder.

Donahue zit zo'n zestien jaar in de aansprakelijkheidsbusiness, eerst als vrij gevestigd advocaat, de laatste zes jaar in dienst van de makers van Camel en Winston. Hij vertegenwoordigde zijn huidige werkgever in tal van rechtszaken. De bedrijfsjurist kent het wereldje. Zijn grootste grief: de contingency fee. Advocaten die in de VS voor slachtoffers rechtszaken voeren, bedingen een percentage van de eventuele opbrengst. “Dat maakt deze advocaten tot partij in een rechtszaak. Als er een opbrengst is, deelt de advocaat in de winst. Is er geen uitkering, dan krijgt-ie niets. Dat hebben jullie in Nederland niet en daar moeten jullie heel blij om zijn. Als er hier een zaak gaat lopen om een product of een gebeurtenis, bijvoorbeeld een hotelbrand of vliegtuigongeluk, waarbij het gaat om een grote groep mensen, dan zijn er advocaten die als ondernemer gaan optreden. Hun doel is betrokken te raken in een zaak, nog voordat ze zelfs maar een cliënt hebben. Het zijn gewiekste zakenlieden die, eerlijk gezegd, niets anders doen dan zoeken naar kansen om dit soort zaken aan te kunnen pakken. De gevolgen zijn voor bedrijven vaak rampzalig, hun marktwaarde daalt, de prijzen van aandelen kelderen.”

Onder die gehate plaintiff-lawyers zit een categorie die Donahue het liefst als ongewenste vreemdeling naar Iran zou verbannen: het type dat class-actions in gang zet, procedures namens een groot aantal gedupeerden tegelijk. Niet lang geleden poogde een legertje juristen voor een rechtbank in New Orleans namens tienduizenden zieke rokers uit verschillende staten één class-action te beginnen tegen de sigarettenindustrie. Drie grote advocatenkantoren hadden miljoenen dollars gestoken in dat proces, ongetwijfeld met het idee 'straks lopen we binnen', maar de opzet mislukte. De rechter wilde de zaak niet in behandeling nemen omdat hij niet wilde treden in rechtssystemen van individuele staten.

“Het zijn rechtszaken”, zegt Donahue, “waar de advocaten in feite hoogstens één cliënt hebben, maar de mogelijkheid hebben gegrepen in één keer veel meer cliënten te vertegenwoordigen.” De asbestzaken die in de VS op grote schaal leidden tot uitkeringen, waren veelal class-actions. “We hebben een structuur waarin dit kan gebeuren. Je ziet dat nergens anders op de wereld. Het rechtssysteem in de VS mag in beginsel deugen, het wordt in ieder geval verkeerd gebruikt”, vindt Donahue. Uitgangspunt van het no cure/no pay-systeem was ooit, zegt hij, dat mensen die geen geld hadden voor een advocaat, toch de gang naar de rechter konden maken. “In theorie een prachtig systeem. Maar wat is de praktijk: er zijn erg veel advocaten die alleen zaken aannemen waarvan zeker is dat ze tot een uitkering leiden. Daar komt bij dat deze advocaten doorgaans een buitensporig groot deel van de toegewezen schadevergoeding krijgen. We hebben dat gezien bij de asbestzaken. Uit tal van studies bleek dat van elke dollar schadevergoeding die er in asbestzaken werd uitgekeerd, minder dan tien cent maar de slachtoffers is gegaan. Het merendeel ging op aan advocatenkosten, kosten voor getuige-deskundigen en griffierechten. Het systeem deugt dus niet.” Hij kent een voorbeeld van een gewonnen class-action waar de gedupeerden uiteindelijk twee of drie dollar ontvingen, tegelijk met een rekening van 90 dollar voor advocatenkosten die kennelijk niet meer uit de opbrengst konden worden gefinancierd.

Donahue vindt tegenstanders van de sigarettenindustrie op zijn weg die zeggen dat het rechtssysteem juist de eenvoudige burger de mogelijkheid biedt verandering te brengen in het barre sociale klimaat van de VS, waar de rechtsongelijkheid tussen gefortuneerden en armen groots en meeslepend is. De kleine man kan de grote jongens van de industrie plat krijgen door ze voor de rechter te dagen.

Foute redenering, vindt Donahue. De rechtbank is niet de plek waar sociale veranderingen moeten worden bevochten. “Het is de taak van de gekozen volksvertegenwoordigers om sociale vraagstukken te behartigen. Zij zijn het ook die de tabaksindustrie aan regels moeten binden, zoals: Is tabaksverkoop legaal? Onder welke omstandigheden mag tabak worden verkocht? Moeten er leeftijdsgrenzen komen? Moet de verkoop aan vergunningen worden gebonden? Mag er geadverteerd worden voor tabak? Moet er belasting op worden geheven? Dat zijn kwesties die bij politici thuishoren en niet in de rechtszaal. In de huidige praktijk komt het er op neer dat die machtige advocaten de taak van het openbaar bestuur hebben overgenomen. Zij bepalen wat er mag en wat er niet mag in de tabaksindustrie. Ik vind dat dit zaken zijn die je niet kunt overlaten aan een jury van zes mensen of een rechter in Mississippi.”

Ah, Mississippi! In die staat speelt ook John Grishams bestseller The Runaway Jury. Het boek gaat over een proces tegen de tabaksindustrie. Een nabestaande van een longkankerpatënt claimt schade bij de industrie. Grisham beschrijft hoe beide partijen met alle mogelijke illegale middelen de jury proberen te beïnvloeden, want er staan miljarden op het spel. Hij vertelt hoe de topmanagers van de vier grote sigarettenproducenten aan de vooravond van het proces somber bijeen komen in een afgelegen villa om de kansen in te schatten. RJR's Daniel Donahue had er tussen kunnen staan:

In het algemeen spraken deze mannen, als ze onder elkaar waren, over andere dingen, maar de drank maakte hun tongen los. Ze konden hun verbittering niet inhouden. Leunend op de balustrade van het terras keken ze over het water uit en vervloekten de advocatuur en het Amerikaanse rechtstelsel. (...) Hun vier concerns gaven in Washington miljoenen uit aan allerlei lobbygroepen die de aansprakelijkheidswetgeving probeerden te veranderen, opdat ondernemingen als zijzelf tegen procederende slachtoffers werden beschermd. Ze hadden een schild nodig waarmee ze dat soort aanvallen konden afweren. Maar tot nu toe had het allemaal niets uitgehaald. En nu zaten ze ergens in het afgelegen Mississippi met angst en spanning op het zoveelste proces te wachten.

“Het systeem van aansprakelijkheid is dit land is grotendeels uit de hand gelopen”, zegt Donahue. “Er is een besef ontstaan bij grote groepen mensen dat er een pot goud staat aan het eind van de aansprakelijkheidsregenboog en daarom bestaat al heel snel de neiging naar de rechter te stappen. Ze lopen immers amper enig risico: ze hoeven geen advocatenkosten te betalen, ook niet als ze verliezen en ze draaien niet op voor de kosten van de tegenpartij, ook niet als ze verliezen. En tenslotte hebben ze nog een kans dat ze wat geld opstrijken. Waarom zou je het dan niet proberen?”

Ook de processen die Amerikaanse staten - 29 zijn er het inmiddels - hebben aangespannen tegen de industrie om de kosten voor gezondheidszorg besteed aan zieke rokers terug te vorderen, zijn in de ogen van Donahue een schoolvoorbeeld van de verdorvenheid van het Amerikaanse rechtssysteem. “De zaak ligt eigenlijk heel simpel. Waarom zou het product tabak een andere behandeling verdienen dan een product als auto's? Als je een gallon benzine koopt, betaal je een flink bedrag aan belasting. Daarvan worden aanleg en onderhoud van wegen betaald. Als je een pakje sigaretten koopt, betaal je belasting. Dat geld moet gebruikt worden voor de kosten van gezondheidszorg. Zo simpel ligt dat. En zo zou het ook zijn gegaan als die commerciële plaintiff-lawyers er niet waren geweest, die een kans op een grote zak met geld zagen liggen. Uiteindelijk gaat er er hen alleen om dat ze een belangrijk deel krijgen van het geld dat eigenlijk de staat zou moeten toekomen.”

Los daarvan, volgens Donahue hebben de staten juridisch geen poot om op te staan. “Niemand kan mij een wet, een statuut of een rechterlijk vonnis tonen, waaruit blijkt dat staten het recht hebben dit soort kosten op producenten te verhalen. Het is een kaartenhuis, dat elk moment in elkaar kan storten.”

Niettemin, inmiddels zit Big Tobacco met de tegenpartij aan de onderhandelingstafel om te kijken of ze er niet zonder rechterlijk ingrijpen uit kunnen komen. Er gaan bedragen van honderden miljarden dollars over tafel. Donahue was, kort voordat het nieuws over de onderhandelingen bekend werd, toch wel een tikkeltje ongerust over de vooruitzichten voor de industrie. “Als de wet wordt gevolgd en er niet opeens nieuwe regels voor de tabaksindustrie worden bedacht, dan winnen we die zaken, zoals we tot nu toe alle zaken hebben gewonnen. Dan is het een storm die voorbij gaat. Maar als andere factoren de overhand krijgen, zoals het feit dat deze industrie op dit moment niet politiek correct is, zoals de enorme politieke invloed van die plaintiff-advocaten, zoals de massahysterie die zij hebben bewerkstelligd in de media - als het gezonde verstand dus niet de overhand krijgt, dan weet ik nog niet wat er kan gebeuren. Mochten de staten succes hebben en die miljardenclaims worden toegewezen, dan hoef je geen wiskundeprof te zijn om vast te stellen dat het gebeurd is met de tabaksindustrie in de VS.”

Maar, aan de andere kant, zo'n vaart zal het niet lopen. “Tien jaar geleden al werd door de anti-tabakslobby voorspeld dat onze industrie op de rand van de afgrond stond. De aardbeving die ons zou treffen, is al heel vaak voorspeld. We zijn er nog steeds. Zolang in dit land is vastgesteld dat tabak een legitiem product is dat gewoon mag worden verkocht, wat is dan de juridische basis voor mensen die ziek zijn geworden door het gebruik van dit product om ons daarvoor aansprakelijk te stellen? We hebben niets voor de consument verborgen gehouden, onze producten hebben geen verborgen gebreken. Als je op een motor rijdt en je valt om, dan doe je je zeer. Als je in een open auto rijdt en je gaat over de kop, dan is de kans groter dat je letsel oploopt dan in een gewone, dichte auto. Als iemand zoveel drinkt dat-ie leverproblemen krijgt en daaraan sterft, dan is er niemand die daarvoor aansprakelijk is. Als je je heup breekt bij het skiën, ga je toch niemand vervolgen voor de schade? Want je wist dat dat kon gebeuren. Er zijn nu eenmaal risico's die horen bij het leven. Sla een willekeurige jaargang op van Het Beste uit de jaren vijftig en je kunt lezen dat roken toen al in verband werd gebracht met ziekten. Wij hebben een Disney-tekenfilm gevonden uit 1948 of daaromtrent, waarin Goofy wil stoppen met roken omdat hij door zijn verslaving een hartaanval had gekregen. Wat er is stiekem aan onze activiteiten, wat hebben wij verborgen gehouden? Niets. Wel hebben we de afgelopen veertig jaar de teer- en nicotinegehalten van sigaretten met zestig procent teruggebracht.”

Reynolds' pr-vrouw Peggy Carter loopt over van verbolgenheid over de vileine aanvallen op haar werkgever. Net als Donahue heeft ze haar dagen dat ze de aanhoudende kritiek op de sigarettenindustrie moe is. “We zijn een land van wetten en die wetten moeten niet met willekeur worden toepast. Ze gelden voor de individuele burger en voor de burger die een bedrijf heeft. Hier werken zo'n 20 000 mensen, die hart voor de zaak hebben. Niemand hier heeft horentjes, een staart of dracula-tanden. Het is echt onmogelijk dat wij zo slecht als de critici willen doen geloven”, zegt ze. “We worden door zoiets als 250 federale diensten en instellingen op de vingers gekeken of we dingen doen die niet door de beugel kunnen. Met zoveel toezicht is het werkelijk onmogelijk maar aan te rommelen, zoals onze tegenstanders zeggen. Vraag aan een roker waarom hij rookt en hij zal antwoorden: omdat ik het lekker vind. Rokers hebben de keuze gemaakt door te gaan met roken, zelfs al kennen ze de risico's.”

“Die plaintiff-advocaten gaan gewoon door. Ze hebben al lang andere industrietakken op het oog om aan te pakken als ze met ons klaar zijn. Iedereen die denkt dat wij de laatsten zijn op hun lijstje, is buitengewoon naïef. De advocaat van de staat Florida kreeg onlangs op een persconferentie de vraag waarom hij de tabaksindustrie aanpakte en niet de drankindustrie. Zijn antwoord was: je kunt ze niet allemaal in één keer vervolgen. Ze zijn met ons niet klaar. Voor die lui is het gewoon een spel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden