Amerikaanse overheid wil machtige techreuzen aanpakken, maar onduidelijk is hoe

Beeld AP

De VS willen de macht van de internetreuzen aanpakken. Maar hoe doe je dat? ‘Amazon is een communicatiemonopolist, een marktmonopolist en een aanbevelingsmonopolist.’

Opeens waren Facebook, Google, Apple, Amazon en Netflix bij elkaar 115 euro miljard dollar minder waard. De Amerikaanse overheid gaat onderzoeken of die eerste drie hun macht niet misbruiken. En het Congres gaat in het algemeen de rol van de grote internetbedrijven onderzoeken. Het nieuws joeg beleggers maandag de stuipen op het lijf. Toch hadden ze dat kunnen verwachten, zegt John Kwoka, hoogleraar economie aan Northeastern University in Boston. “In 2013 deed de Federal Trade Commission (FTC) al een keer onderzoek naar Google. Daarna heeft de EU door hoge boetes op te leggen het voortouw genomen.”

En de afgelopen twee jaar kwam de macht die met name Google, Amazon en Facebook hebben opgebouwd, dankzij het verzamelen van enorme hoeveelheden informatie, regelmatig in het nieuws. Bijvoorbeeld door de rol van Facebook als kanaal voor Russische invloed op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Dat heeft het Congres tot actie aangezet, zegt Viktor Mayer-Schönberger, hoogleraar internet-regulering aan de universiteit van Oxford in Groot-Brittannië. “De kiezers krijgen steeds meer in de gaten hoe problematisch het monopolie van die bedrijven is.”

Allebei vinden ze het ook hoog tijd om dat aan te pakken. Oostenrijker Mayer-Schönberger noemt de onderzochte bedrijven in zijn moedertaal Datenkraken, data-octopussen. Kwoka erkent dat hun informatiehonger een probleem is in de ogen van gebruikers, maar zelf vindt hij belemmering van concurrentie belangrijker. “Die vijf hebben de laatste twintig jaar meer dan 600 andere bedrijven opgekocht, van kleine softwarebedrijven tot (door Amazon) supermarktketen Whole Foods. En in geen enkel geval heeft het Amerikaanse ministerie van justitie dat geblokkeerd.” Terwijl het daarbij vaak ging om bedrijven die mogelijk hadden kunnen uitgroeien tot concurrenten, zoals WhatsApp en Instagram, die door Facebook werden overgenomen.

‘Netwerk-effect’

De Amerikaanse wet heeft voor bedrijven die ongemakkelijk groot zijn geworden een traditionele oplossing: ze opdelen. Maar wat voor spoorwegen en oliemaatschappijen werkte, pakt minder goed uit in sectoren waar er een sterk ‘netwerk-effect’ is, het verschijnsel dat een dienst nuttiger wordt naarmate er meer mensen bij aangesloten zijn. Dat bleek al bij het aanpakken van telefoonmaatschappij AT&T, zegt Mayer-Schönberger: “Veertig jaar geleden werd die gesplitst, en kijk waar ze nu zijn: weer helemaal terug. Want de structuur van de markt voor telecommunicatie is nooit veranderd.”

Het probleem van Amazon is volgens hem bovendien niet de omvang, maar de manier waarop informatie over de klant tegen hem wordt gebruikt. “Het schijnt dat inmiddels al een op de drie transacties op Amazon het gevolg is van een aanbeveling op de site. Op die manier is Amazon een marktmonopolist, een communicatiemonopolist en een aanbevelingsmonopolist. Dan kunnen we als consumenten niet meer vrij beslissen, het is geen markt meer, maar een centrale planeconomie. En niet alleen heb je daar geen vrije concurrentie meer, het is ook een enorm zwakke plek. Zelfs al heeft Amazon-eigenaar Jeff Bezos helemaal geen boze plannen, als de aanbevelingssoftware fout zit, kopen we het verkeerde. Dat is de situatie waar de mensen in de Sovjet-Unie ook in zaten: je volgt het staatsplan.”

De oplossing daarvoor is niet Amazon opdelen, maar het mogelijk maken dat anderen een onafhankelijke aanbevelingsservice voor Amazon kunnen beginnen. “Ik wil dat graag. Waarom bestaat het niet? Omdat een start-up die dat wil niet de data heeft om zijn kunstmatige intelligente software te trainen. Wat we daarom nodig hebben, is een progressieve data-delingverplichting. Hoe groter het bedrijf, hoe meer het moet afstaan.”

Bij Facebook kan het ook, denkt Mayer-Schönberger. “Het zou betekenen dat ik op Facebook kan kiezen welk filter het nieuws op mijn tijdlijn selecteert.”

Gebruikersinformatie

Ook John Kwoka denkt dat opsplitsen geen zin heeft. “Als je van Facebook drie kleine Facebookjes maakt, gaat bijna zeker een ervan de andere twee domineren. Maar je kunt in ieder geval verbieden dat deze bedrijven elke concurrent opkopen. En Facebook misschien dwingen Whats­App en Instagram weer af te stoten.”

En ook hij vindt dat er andere regels moeten komen voor hoe de internetreuzen met hun gebruikersinformatie omgaan. Op Facebook zou je bijvoorbeeld elke analyse van je surfgedrag en persoonsgegevens moeten kunnen verbieden. Daar zou dan tegenover moeten staan dat Facebook je één of twee euro per maand gaat kosten. “Dat is logisch, want Facebook stelt een dienst ter beschikking en tot nu toe betalen we daarvoor met onze gegevens. Je zou je natuurlijk een wereld kunnen voorstellen waarin bedrijven voor onze gegevens betalen. Maar die wereld hebben we achter ons gelaten.”

Lees ook: 

Consumentenwaakhond onderzoekt machtsmisbruik Apple

Na klachten van Nederlandse mediabedrijven gaat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderzoek doen naar machtsmisbruik van techbedrijf Apple in de App Store.

Bedrijven zijn machtiger geworden en daar moet volgens het IMF iets aan gedaan worden

Bedrijven buiten hun technologische voorsprong uit. Het maakt ze te sterk, en dat is slecht voor werknemers en consumenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden