Amerikaanse kerken zetten Israël onder druk

Jeruzalem is niet bezig met de kritiek op de bezetting. De stad heeft vrolijke paraplu's boven winkelstraten gehangen om toeristen te overtuigen dat Israël een veilig en leuk vakantieland is. Beeld afp

Amerikaanse christenen keren zich steeds concreter tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Deze week besloot de liberaal-protestantse United Church of Christ (UCC) om zijn volledige beleggingskapitaal terug te trekken uit bedrijven die van de bezetting profiteren. Het kerkgenootschap riep ook op tot een boycot van producten uit nederzettingen.

Het besluit werd dinsdag met overweldigende meerderheid aangenomen tijdens de algemene UCC-synode in Cleveland. De kerk met 1,1 miljoen leden beheert een kapitaal van zo'n 3,6 miljard euro, verdeeld over een pensioen- en een investeringsfonds. Naar verwachting zal Israël nauwelijks economische schade ondervinden door de terugtrekking van UCC. De betekenis zit veel meer in de morele druk, die Israël volgens de kerk uiteindelijk niet zal kunnen weerstaan.

Palestijnen juichen het besluit toe. Het bewijst, zeggen ze, dat de wereld er langzaam voor kiest om Israël te isoleren, zoals dat in de jaren tachtig gebeurde met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Israël is op zijn beurt woedend. Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken noemt het besluit radicaal, immoreel en onrealistisch. "Gelovigen zouden moeten helpen om het Palestijns-Israëlische vredesproces nieuw leven in te blazen, in plaats van steeds één partij in het conflict te demoniseren."

'Ondervragingscentra'
De UCC is niet het eerste Amerikaanse kerkgenootschap dat concrete actie onderneemt tegen de bezetting. Vorig jaar al sluisde de Presbyteriaanse Kerk (1,8 miljoen leden) investeringen weg uit drie bedrijven die apparatuur verkochten waarmee Israël de bezetting in stand houdt. Een grote slag was in januari ook de stap van de United Methodist Church (12,8 miljoen leden) om afstand te doen van alle aandelen in G4S, een bedrijf dat veiligheidsapparatuur levert aan Israëlische gevangenissen en 'ondervragingscentra'. Deze week stemmen ook nog twee kleinere kerkgenootschappen over maatregelen: de Episcopaalse Kerk en de Mennonietenkerk.

Al deze ontwikkelingen, juist in de Verenigde Staten die traditioneel gelden als trouwste bondgenoot van Israël, weerspiegelen de groei van de zogeheten BDS-beweging. Deze campagnegroep wil Israël met 'boycots, desinvesteringen en sancties' aansporen de bezetting te beëindigen en de Palestijnse staat te erkennen. De geweldloze beweging, begonnen in 2005, bestaat volgende week tien jaar en wint gestaag terrein.

Bloedige oorlog
De recente groei van deze beweging hangt volgens de Amerikaanse kerken vooral samen met de nieuwe politieke realiteit in Israël. Vorig jaar klapte het Palestijns-Israëlische vredesoverleg en was er de bloedige oorlog in Gaza. En in maart van dit jaar, vlak voor de Israëlische parlementsverkiezingen, liet premier Benjamin Netanyahu weten dat er onder zijn bewind nooit een Palestijnse staat zal komen. Hij nam die woorden later terug, maar zijn nieuwe rechts-nationalistische kabinet lijkt hoe dan ook weinig trek te hebben in Palestijns-Israëlische toenadering.

De Amerikaanse kerken die nu in actie komen, uitten eerder al verbaal kritiek op de bezetting, zonder succes. Ze hebben geen hoop meer op een spontane oplossing en willen niet langer medeplichtig zijn aan de onderdrukking van de Palestijnen. Morele én financiële pressie is volgens hen de enige manier om de zaak in beweging te krijgen.

Nederlandse kerken: wel kritiek, geen boycot

In Nederland uiten kerken geregeld kritiek op de Israëlische bezetting. Maar het terughalen van omstreden beleggingen is bij de meeste genootschappen niet aan de orde. Kerken doen sowieso weinig om hun beleggingen in overeenstemming te brengen met hun morele waarden, aldus onderzoeker Frank Wagemans van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO).

Dat geldt ook voor veel Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken. Die negeren veelal de internationale richtlijnen over mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden, concludeerde de VBDO vorig jaar na onderzoek. Beleggers onderschrijven de regels wel op papier, maar in de praktijk doen ze er weinig mee.

Een uitzondering is de Nederlandse pensioenbelegger PGGM. Die trok vorig jaar zijn kapitaal terug uit vijf Israëlische banken, omdat deze meewerkten aan de financiering en bouw van nederzettingen in Palestijns gebied.

Het Internationaal Gerechtshof heeft de nederzettingen illegaal verklaard. Kort voor de terugtrekking van PGGM waren het Nederlandse waterbedrijf Vitens en ingenieursbureau DHV al gestopt met hun activiteiten in de bezette gebieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden