Amerikaanse cultuurpessimist zoekt vergeefs naar echte volwassenen

Robert Bly: De adolescentenmaatschappij. Van Holkema & Warendorf, Houten; 280 blz. - ¿ 29,90.

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly stort in 'De adolescentenmaatschappij' zoveel ellende over de lezer uit, dat deze zich vanzelf gaat verzetten. Is het echt alleen maar kommer en kwel? Zijn er geen tekenen die op het tegendeel wijzen? En was het vroeger zoveel beter?

Bly is ook in Nederland bekend geworden door zijn boek 'De Wildeman'. Aan de hand van oude verhalen en legenden ging hij op zoek naar een nieuwe visie op de man: minder macho, minder rationeel, meer gevoelsmens dan de traditionele man.

Zijn nieuwste boek gaat zwaar in mineur. De patriarchale samenleving is ingestort, het gezag is uitgehold, normen worden niet meer gerespecteerd. Technologie en welvaart hebben de consumptiedrift aangewakkerd, de media creëren een schijnwereld, de mensen zijn vol van afgunst en agressie. Alleen snelle successen tellen, maar even zo vaak spatten die zeepbellen uit elkaar.

Bly brengt al deze rampspoed onder de ene noemer van de 'adolescentenmaatschappij'. Daarmee is niet gezegd dat alle verschillen tussen jong en oud zijn uitgewist, maar wel dat mensen - ook ouderen - zich steeds meer als adolescenten gedragen. De oorspronkele titel van Bly's boek is 'The Sibling Society', een bijna onvertaalbare term, waarmee hij bedoelt dat de mensen elkaars gelijken zijn. Het is een vlakke maatschappij, waarin de verticale dimensie van de traditie ontbreekt.

Net als de Duitse sociaal-psycholoog Alexander Mitscherlich in 1963 ('Auf dem Weg zur vaterlosen Gesellschaft') betoogt Bly dat die vlakheid vooral een gevolg is van het wegvallen van de traditionele vaderfiguur. Vroeger konden jongeren zich tegen hun vaders afzetten en zo volwassen worden. Afgewezen of geaccepteerd, maar in ieder geval gelouterd door de bestorming van wat Bly de 'oedipale muur' noemt.

In steeds meer (Amerikaanse) gezinnen is de (eigen) vader afwezig. Het oprukkende éénoudergezin betekent een revolutie in onze cultuur, die verder gaat dan het verlies van de vader. Want ook de rol van de moeder verandert. Zij werkt buitenshuis, brengt haar kinderen al heel jong naar de crèche, en als de kinderen ouder worden, laten moeder (en vader) de verdere opvoeding over aan de televisie. Ze hebben het eigenlijk te druk met hun nieuwste relatie, hun drukke baan, hun volgende vakantie en hun pensioen.

Het spreekt vanzelf dat hun kinderen op school nauwelijks meer te motiveren zijn. En dat de jeugd zich wendt tot popgroepen met duivelse namen en liederen vol doodsdrift. Ze zijn immers een generatie die niet meer gewild lijkt. Ze voelen zich, zegt Bly in zijn met mythen en sprookjes gelardeerde betoog, 'uit het raam gegooid'. En dat niet alleen omdat hun ouders zo ontaard zijn, maar omdat die ouders zelf ook niet echt volwassen zijn. Zo vreet de crisis zich een weg van de ene naar de volgende generatie.

Aan het eind van zijn boek verandert Bly van toon. De cultuurpessimist maakt plaats voor de opvoedkundige. Hij maant de ouders achterom te kijken: naar de kinderen die zij hebben voortgebracht en die stuurloos rondzwemmen in een zee vol half-volwassenen. Hij beveelt het herstel aan van de verticale dimensie, die we kennen uit mythen en sagen, sprookjes en poëzie, godsdienst en religie. Ouderen moeten jongeren 'de volwassenheid intrekken' door hun een voorbeeld te geven van zelfverloochening en verantwoordelijkheid. Ze moeten laten zien dat het de moeite waard is door schade en schande ouder en wijzer, kortom volwassen te worden.

Het is natuurlijk prachtig als ouders die raad opvolgen, maar daarmee is de voorafgaande negatieve analyse van Bly nog niet aannemelijk gemaakt. Iedere lezer kan voorbeelden aanvoeren die wijzen op het tegendeel: toegewijde ouders (en grootouders), hardwerkende en van idealen vervulde kinderen, harmonieuze gezinnen (wel vaak in andere samenstelling dan vroeger) en geslaagde groei naar volwassenheid.

Het zwakste punt in Bly's redenering is dat hij de stagnatie in half-volwassenheid historisch niet kan verklaren. Waarom zou de beschaving na zoveel duizenden jaren ineens instorten? Waarom zou - in de loop der evolutie - de mens ineens terugvallen op de dierlijke instincten, die volgens Bly gehuisvest zijn in het reptielen- en zoogdierendeel van onze hersenen? Waarom zou de verlichting van het meer verfijnde hersendeel ineens doven?

Met die relativering in het achterhoofd is Robert Bly's boek wel te waarderen als een bijdrage aan het debat over onze samenleving. Bly staat in de traditie van Amerikaanse cultuurpessimisten als Allan Bloom, Christopher Lasch en Theodore Roszak. Tegenover alle optimistische futurologen die Amerika ook voortbrengt (cyberspace als de hemel op aarde), bieden zij duidelijk tegenwicht. Ergens daar tussenin kan de wijzer geworden lezer zijn eigen positie bepalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden