Amerikaans epos op zijn Iers

Prairies, bossen, watervallen en veel dolende Amerikanen – die bij nader inzien Ieren zijn – stofferen de nieuwe roman van Joseph O’Connor. Een boek vol vaart, maar wel een tikje ongeloofwaardig.

Joseph O’Connor: Redemption Falls. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Nieuw Amsterdam, Amsterdam. ISBN 9789046803059; 507 blz. euro 22,50

In 2003 maakte Joseph O’Connor indruk met zijn virtuoze roman ’Stella Maris’ over een schip vol Ierse emigranten op weg naar het beloofde land, Amerika. De opbouw van het boek verried de invloed van negentiende-eeuwse schrijvers als Charles Dickens en Mark Twain, terwijl het tempo gelijke tred hield met dat van een moderne thriller.

In zijn nieuwe roman ’Redemption Falls’ heeft O’Connor die succesformule gehandhaafd. Opnieuw wordt er een bizarre geschiedenis met grote voortvarendheid verteld en heeft de schrijver goed naar Dickens en Twain gekeken, al is het maar bij de inleidinkjes boven ieder hoofdstuk waar de te verwachten gebeurtenissen kort worden aangekondigd.

Alleen omgeving en verwachting zijn totaal anders. In ’Redemption Falls’ geen zee en geen schip noch hoop te bekennen. Decor is de verwoeste samenleving van de Verenigde Staten na de Burgeroorlog (1861-1865). Het landschap rond het fictieve stadje Redemption Falls bestaat vooral uit prairies, bossen en watervallen. Het plaatsje zelf symboliseert de wetteloze wildernis en politieke verwarring die er na de strijd – waarin meer dan 600 000 Amerikanen sneuvelden – heersten in het verslagen Zuiden.

Met name de chaos van op drift geraakte mensen, dolende bendes en nieuwe yankee-sheriffs uit het Noorden, ook wel carpetbaggers genoemd, biedt O’Connor de kans een aantal opmerkelijke figuren kris kras door elkaar te volgen en met hen allen te samen een enorm Amerikaans epos op te bouwen.

In zekere zin doet hij dit ook. Het boek begint met de barre voettocht van een jonge vrouw. Eliza Duane Mooney heeft huis en haard verloren en zoekt haar vermiste broertje Jeremiah (Jeddo) die als tamboer-kindsoldaat in het Zuidelijke leger heeft gediend. Het hoofdstuk zet een toon van ontheemding die bijna alle figuren betreft. Zo verwerkt O’Connor de geschiedenis van de bevrijde zwarte slaven in het levensverhaal van Elizabeth Longstreet, die na wat omzwervingen als kokkin in dienst komt bij de gouverneur van Redemption Falls, Connor O’Keeffe.

Hij nu is de spil van het boek. De man heeft als generaal voor Lincoln gevochten en mag nu orde op zaken stellen in het vervallen stadje. Dat lukt van geen kanten en die mislukking maakt van hem een uitgebluste drinkebroer die ook nog eens in onmin leeft met zijn mooie, intellectuele en het merendeel van de tijd in New York wonende vrouw Lucia.

Was het hier bij gebleven dan had alleen schrijnend realisme of een Dr. Zjivago-achtige romantiek het boek verder moeten helpen. Maar O’Connor zou O’Connor niet zijn als hij niet juist met deze sukkel aan de haal was gegaan. Dat doet hij dan ook. O’Keeffe blijkt al snel veel meer te zijn dan hij lijkt. Vóór de Burgeroorlog was hij een Ierse rebel uit Wexford die door de Engelsen verbannen werd naar Tasmanië. Hij weet echter te ontsnappen naar Amerika waar hij met Lucia een mooi leven opbouwt en de theaters met zijn lotgevallen vult.

De mythe van O’Keeffe, doet sterk denken aan het leven van de Ierse vrijheidsstrijder Thomas Meager (1823-1867) en geeft het boek een opmerkelijke wending. Wie verder in het verhaal belandt, komt er achter dat ’Redemption Falls’ op de zwarte kokkin na vrijwel louter uit Ierse klaplopers en outlaws (Johnny Thunders!) bestaat. Sterker, eigenlijk is Amerika niet meer dan een voortzetting van Ierland maar dan op een wat grotere schaal!

Die typisch Ierse benadering maakt het boek bij vlagen zo fantastisch dat de geloofwaardigheid en de persoonlijke diepgang van de karakters wat te wensen overlaat. Maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben. In die zin schaart O’Connor zich ook nadrukkelijk in de avontuurlijke traditie van schrijvers als Roddy Doyle en de gebroeders McCourt, die eveneens het grote gebaar verkiezen boven de meer persoonlijke en pastorale stem van oudere namen als John McGahern of Edna O’Brien.

Hoe het avontuur verder in al zijn gelaagdheden afloopt, verklap ik hier niet. Wel dat ’Redemption Falls’ net als ’Stella Maris’ een briljant geschreven boek is, vol met pseudohistorische grapjes en documenten waarbij je je vingers aflikt.

Mooi is ook dat de vaart en virtuositeit in de vertaling van Harm Damsma en Niek Miedema bewaard gebleven zijn – een uitzonderlijke prestatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden