AMERIKA KAN DE WERELD NOG REGELEN

Na het ineenstorten van de de Sovjet-Unie zijn de Verenigde Staten van Amerika als enige wereldmacht overgebleven. Amerika is ook de eerste natie-staat op aarde die deze status bereikt en volgens Brzezinski, tegenwoordig onder meer professor in de Amerikaanse buitenlandse politiek aan de Paul H. Nitze School of advanced International Studies van de John Hopkins University in Washington DC, zal Amerika de eerste decennia van de volgende eeuw dat ook wel blijven. Maar er kán snel een einde aan komen en dat zou desastreus zijn omdat de wereld zou vervallen tot anarchie, zegt Brzezinski.

In zijn jongste boek: The Grand Chessboard, American Primacy and its Geostrategic Imperatives, stelt en beantwoordt Brzezinski de grote vraag hoe voorkomen moet worden dat Amerika op korte termijn zijn suprematie verliest, en de veel belangrijker vraag hoe Amerika kan voorkomen dat de wereld één grote chaos van elkaar bevechtende natiën en tongen wordt.

Brzezinski staat niet te juichen dat Amerika als enige echte, grote mogendheid is overgebleven, hij constateert het slechts als feit, waar de wereld en vooral de Amerikanen zelf mee moeten leven. Want het feit op zichzelf brengt enorme verantwoordelijkheden met zich mee. Natuurlijk beseft ook Brzezinski niet zonder enige trots dat het Amerikanen zijn die voor een belangrijk deel aan de wereld van de eenentwintigste eeuw gestalte zullen en moeten geven. Zijn opdracht voorin het boek laat daarover geen twijfel bestaan: 'Voor mijn studenten - om hen te helpen de wereld van morgen vorm te geven'.

Maar het is ook een zware last, en de vraag is of de Amerikanen die kunnen en willen dragen. Want Amerika is een democratie, hetgeen voor een wereldmacht van formaat, historisch gezien, ook al uniek is.

En democratieën zijn, hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk afhankelijk van wat meerderheden van de bevolking willen. Brzezinski zelf laat er geen misverstand over bestaan dat Amerika wél die rol moet spelen en die last moet dragen.

In zijn boek geeft hij in grote lijnen en met brede armgebaren - zoals vooral Amerikanen dat kunnen - aan hoe Amerika van een relatief geïsoleerd land op het westelijk halfrond zichzelf veranderde en door internationale omstandigheden werd veranderd in een wereldmacht zonder weerga. Hoe Amerika al bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog goed was voor 33 procent van het wereldwijde bruto nationaal product en daarmee Groot-Brittannië als belangrijkste industriële macht al was gepasseerd. Hoe gedurende die oorlog Amerika ettelijke honderdduizenden militairen de Oceaan overzette en daarmee als eerste niet-Europese macht een Europese oorlog (want dat was WOI in feite) beslechtte. Een oorlog, die voor Europa verwoestend was en het begin van het einde betekende van Europa's politieke, economische en culturele overheersing van de rest van de wereld. Maar Amerika trok zich terug, om pas gedurende de Tweede Wereldoorlog (die inderdaad de wereld omspande), samen met een andere buiten-Europese macht - de Sovjet-Unie - Hitler-Duitsland, te verslaan. Dat betekende het einde van de Europese wereldpolitiek.

De halve eeuw daarna stond in het teken van de bipolaire strijd om de macht tussen het communistische blok (in eerste instantie inclusief China) en Amerika, oftewel Noord-Amerika tegen Eurazië, waarbij de grootste maritieme macht Amerika, de periferieën van de grootste 'landmacht' het Sovjet-Chinese blok, betwistte en beheerste. In het Westen West-Europa, in het Oosten Japan, Taiwan, Zuid-Korea en de Filippijnen en na de Sovjet-inval in Afghanistan in het Zuiden de Perzische Golf. Niet voor niets door Moskou de 'grote omsingeling' genoemd. Natuurlijk waren de blokken tot de tanden bewapend, maar de mogelijkheid tot wederzijdse vernietiging legde beide zijden een zekere zelfbeperking op, zodat een klassieke volledige oorlog werd vermeden en de strijd voor een belangrijk deel werd uitgevochten met niet-militaire middelen. Het resultaat is bekend: het Euraziatische blok stortte in, eerst ging China zijn eigen weg, later implodeerde de Sovjet-Unie en nu staan zowel de Europese Unie als de Navo op uitbreiden naar het Oosten.

Op de vier voor een wereldmacht beslissende gebieden bleek, aldus Brzezinski, Amerika de sterkste. Militair heeft het de capaciteit wereldwijd in te grijpen, economisch is het de motor achter wereldwijde groei, technologisch heeft het een voorsprong op het gebied van innovatie in sleutelsectoren en cultureel heeft het, vooral op de jeugd in de wereld, een enorme aantrekkingskracht. Natuurlijk doen Japan en Duitsland het economisch aardig, maar het gaat om de combinatie van de vier terreinen en dan is Amerika de enige wereldmacht.

Voor het eerst is een niet Euraziatische macht superieur in Eurazië. En dat terwijl Eurazië 75 procent van de wereldbevolking herbergt, goed is voor 60 procent van het wereldwijde bruto nationaal product en drie kwart van de bekende energiebronnen in zich heeft. Alle niet-Amerikaanse kernmachten zitten er en ook alle echte rivalen van Amerika. De macht van Eurazië is veel groter dan die van Amerika, maar 'gelukkig voor Amerika is Eurazië te groot om politiek één te zijn', zegt Brzezinski.

Eurazië blijft dus het schaakbord waarop de strijd om de wereldheerschappij moet worden gevoerd, waarbij moet worden opgemerkt dat het gaat om beslissende invloed, niet om directe beheersing of zelfs overheersing. Voor dat laatste is dat gigantische continent veel te groot en zijn er te veel ambitieuze staten die dat niet zullen accepteren. Waar nog bij komt dat Amerika thuis te democratisch is om buitenshuis autocratisch te zijn. En dat beperkt de mogelijkheden van bijvoorbeeld militair ingrijpen. Dus moet het spel met geostrategisch verstand gespeeld worden, diplomatiek, via het opzetten van coalities en het weloverwogen inzetten van Amerika's macht en mogelijkheden. Dat houdt voor de korte termijn (de komende vijf jaar) in dat het geopolittieke pluralisme in Eurazië gehandhaafd moet blijven, anders gezegd: voorkomen moet worden dat één staat of een coalitie van staten de Amerikaanse suprematie gaat uitdagen. Op middellange termijn (zo'n twintig jaar) betekent het dat er onder Amerikaans leiderschap een gezamenlijk trans-Euraziatisch veiligheidssysteem moet worden opgezet, dat op de lange termijn (langer dan twintig jaar) de kern zou moeten worden van een wereldwijd systeem waarin de politieke verantwoordelijkheden gedeeld worden.

Brzezinski verdeelt het schaakbord in vier velden: Europa, Rusland, Oost-Azië met China en tenslotte Centraal-Azië. Daarin wijst hij vijf geostrategische spelers aan (Frankrijk, Duitsland, Rusland, China en India) en eveneens vijf landen met een belangrijke geo-politieke spilfunctie (Oekraïne, Azerbeidzjan, Zuid-Korea, Turkije en Iran). Geostrategische spelers zijn staten die de mogelijkheid en de wil hebben macht en invloed uit te oefenen buiten hun grenzen. Landen met een geopolitieke spilfunctie zijn staten die, geografisch gezien, in spanningsgebieden liggen en kwetsbaar zijn voor het gedrag van geostrategische spelers.

Frankrijk staat in het rijtje van geostrategische spelers omdat het zijn stempel wil drukken op de Europese samenwerking en vasthoudt aan zijn grandeur. Duitsland omdat het de economische motor en de opkomende leider van de Europese Unie is, plus voor zichzelf een rol ziet in Midden-Europa. Groot-Brittannië niet, omdat het de EU eerder remt en toch al een trouwe volger is van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Of zoals Brzezinski het zegt: “zijn vriendschap dient gekoesterd, maar zijn beleid behoeft geen voortdurende aandacht. Het is een geostrategische speler met pensioen, rustend op glorieuze lauweren en het staat grotendeels buiten het grote Europese avontuur waarin Frankrijk en Duitsland de belangrijkste spelers zijn.” Het zal je maar gezegd worden en de vraag is of Tony Blair daar niet volstrekt anders over denkt.

Rusland hoort er, ondanks de huidige malaise, wel degelijk bij. Het heeft nog steeds invloed in de omringende nieuwe staten en eveneens ambitieuze plannen. De vraag is of het een Europese democratie wordt of opnieuw een Euraziatisch imperium. Natuurlijk hoort ook China in het rijtje, het is al een regionale macht van betekenis en naarmate de economische macht toeneemt, zal ook de politieke ambitie naar buiten toe toenemen. Het economisch machtige Japan staat er niet in, het heeft geen regionale apiraties en schurkt zich (nog) behaaglijk onder de Amerikaanse atoomparaplu. India weer wel, als 's werelds volkrijkste democratie ziet het zich als rivaal van China en het heeft een kernwapen ontwikkeld, meer om in evenwicht te blijven met de Chinese kernmacht dan om Pakistan te intimideren.

Oekraïne heeft als nieuwe onafhankelijke staat een spilfunctie omdat het simpelweg tussen de zich uitbreidende Europese Unie en Navo én Rusland ligt, dat nog immer zijn invloed in het land wil doen gelden. Het verlies van een onafhankelijk Oekraïne heeft onmiddellijke consequenties voor Centraal Europa. Azerbeidzjan, weliswaar klein, maar met omvangrijke olievoorraden, fungeert als kurk op de fles die de rijkdommen van het Kaspische Zee-bekken en Centraal Azië bevat. Een Azerbeidzjan onder volledige Russische controle is bepalend voor de ontwikkelingen in Centraal Azië. Turkije en Iran zouden geostrategische spelers in de regio kunnen zijn, ware het niet dat zij elkaars rivalen zijn en hun invloed min of meer tegen elkaar weggestreept kan worden. Maar zij hebben wel een geopolitieke spilfunctie.

Turkije stabiliseert de regio van de Zwarte Zee, beheerst de toegang tot de Middellandse Zee, werpt nog steeds een dam op tegen islamitische fundamentalisme en dient als zuidelijk anker voor de Navo. Ook Iran heeft een stabiliserende invloed op de nieuwe politieke verscheidenheid van Centraal Azië, domineert de oostelijke kust van de Perzische Golf en vormt een barrière tegen Russische expansie. Zuid-Korea is de geopolitieke spil in het Verre Oosten, met nauwe banden met Amerika waardoor Japan beschermd wordt en dus geen militaire macht op zichzelf hoeft te worden. Elke verandering in de status van Zuid-Korea heeft onmiddellijke gevolgen voor Amerika's rol in het Verre Oosten.

Nadat hij, grof gezegd, spelers en pionnen op het schaakbord heeft bepaald, wil Brzezinski vijf centrale vragen beantwoorden: Welk soort Europa moet Amerika wensen en dus nastreven? Welk Rusland dient Amerikaanse belangen en wat kan Amerika doen om zo'n Rusland te bereiken? Is een 'balkanisering' van Centraal Eurazië mogelijk en wat moet Amerika doen om de risico's daarvan zo klein mogelijk te maken? Tot welke rol zou China aangespoord moeten worden en wat zijn daarvan de consequenties voor Amerika en voor Japan? Welke voor Amerika gevaarlijke nieuwe Euraziatische coalities zijn mogelijk en wat moet gedaan worden om die te voorkomen?

Brzezinski's antwoord op de eerste vraag is in het kort: een verenigd en uitgebreid Europa (evenals een uitgebreide Navo) zullen op de korte en de lange termijn het beste Amerika's beleidsdoelen dienen. Een groter Europa als 'democratisch bruggenhoofd' van Amerika zal de Amerikaanse invloedssfeer vergroten, de democratie naar het oosten uitbreiden en de mogelijkheid vergroten dat ook Rusland wordt ingebed in een stelsel van wereldwijde samenwerking. Amerika kan de Europese eenheid niet maken, waarschijnlijk wel breken, maar dat zou onverstandig zijn want de stabiliteit in Eurazië aantasten.

Amerika moet ook niet kiezen tussen Frankrijk en Duitsland, maar met beide landen samenwerken om een vitaal Europa te creëren dat hechte banden onderhoudt met de VS. Zonder Frankrijk of Duitsland zal er geen Europa zijn en zonder Europa geen trans-Euraziatische stelsel. Brzezinski zit niet te springen om een volledige geïntegreerd Europa dat als natie-staat kan optreden en Amerika kan uitdagen. Maar hij ziet het er, zeker op korte termijn, ook niet van komen.Hij wijst fijntjes op de crisis in Bosnië waar Europa's politieke verdeeldheid pijnlijk aan de dag trad. Wel hoopt hij op een zodanig verenigd Europa dat, op langere termijn, een deel van de beslissende rol van Amerika in Eurazië kan overnemen. Ongetwijfeld bedoelt hij dan ook een deel van de lasten daarvan.

De Navo dient ook naar het Oosten uitgebreid te worden, waarbij Rusland veiligheidsgaranties moet krijgen, maar als Amerika onverhoopt moet kiezen tussen een groter Euro-Atlantisch systeem en betere relaties met Rusland, moet de keuze op het eerste vallen. Rusland zou er verstandig aan doen zichzelf in Europese zin te ontwikkelen in plaats van te pogen de wereldmacht van weleer te worden. Rusland zou ook Amerikaanse pogingen om het huidige geopolitieke pluralisme langs de grenzen met Rusland te versterken, moeten toejuichen.

De nieuwe onafhankelijke staten, als inderdaad Oekraïne en Azerbeidzjan, dienen gestabiliseerd en opengesteld voor westerse investeringen. Het zal de economische ontwikkeling van deze staten ten goede komen en uiteindelijk ook een democratisch Rusland. De kans op 'balkanisering' van Centraal Azië blijft groot, zo lang Rusland niet voor zichzelf besloten heeft een democratisch, op Europa gericht land te worden en blijft dromen in termen van Djenghis Khans wereldrijk.

Om een stabiel en onafhankelijk Kaucasus-gebied en Centraal Azië te bereiken mag Amerika Turkije niet van zich vervreemden en moet zelfs uitzoeken of betere relaties met Iran mogelijk zijn. Turkije hoort in een uitgebreid Europa en Amerika zal zijn invloed moeten aanwenden om de EU zover te krijgen, tenzij Turkije geheel 'de islamitische kant opgaat'. Wat betreft Zuid-Eurazië is het overleven van de Indiase democratie van groot belang, al was het maar om aan te geven dat 'democratie', met daarin de notie van mensenrechten, niet een puur westerse aangelegenheid is. India dient ook als evenwicht tegenover China gesteund te worden en Brzezinski raadt Washington aan de bilaterale relaties met India te versterken.

Ten slotte zal geopolitiek pluralisme in Eurazië als geheel noch bereikt kunnen worden noch stabiel zijn als China en Amerika niet tot een strategische consensus komen. Hoe dan ook moet een zogenaamd 'anti-hegemonistisch verbond' tegen Amerika van China, Rusland en Iran voorkomen worden. Verder zal de toekomst van Hongkong leren of het 'één China, twee systemen' met het oog op Taiwan kan worden verbreed tot 'één China, verschillende systemen'. China zou Amerika als natuurlijke bondgenoot moeten zien. Anders dan Rusland en Japan heeft Amerika nooit territoriale aanspraken in China gehad en anders dan Groot-Brittannië heeft Amerika China nooit vernederd. Daar komt bij dat China, zonder een strategische consensus met Amerika, waarschijnlijk niet de enorme investeringen kan aantrekken die het voor zijn ontwikkeling nodig heeft.

Dat houdt voor Amerika's bondgenoot en beschermeling Japan in dat het geen regionale mogendheid kan worden, wel dat het internationaal een belangrijker rol moet spelen. Het houdt ook in dat Amerika de Amerikaans-Japanse militaire samenwerking niet moet overdrijven. Japan moet niet 'Amerika's onzinkbare vliegdekschip in het Verre Oosten' worden, want dat zal een strategisch vergelijk met China in de weg staan.

De stabiliteit van het geopolitieke pluralisme in Eurazië zou zeer gediend zijn met het opzetten van een Trans-Euraziatisch Veiligheids Systeem (TEVS), waaraan volgens Brzezinski al vroeg in de volgende eeuw moet worden begonnen. Het moet een uitgebreide Navo, die via een samenwerkingspact met Rusland verbonden is, en China omvatten en ook Japan, dat nog steeds aan Amerika geklonken zit door het bilaterale veiligheidsverdrag. Op den duur zou het TEVS geleidelijk aan Amerika's lasten kunnen verlichten, ook als het zijn beslissende rol als stabilisator en scheidsrechter in Eurazië bestendigt.

Maar, zoals gezegd, Amerika is niet alleen de eerste en de enige echte wereldmacht, het is waarschijnlijk ook de laatste. Amerika's economische dominantie is al tanende en uiteindelijk zal dat verreikende gevolgen hebben op militair en politiek gebied. Het is ook niet waarschijnlijk dat één enkele staat Amerika's rol kan overnemen. Dus is een belangrijke vraag voor de toekomst: wat laat Amerika na als erfenis? Het antwoord hangt mede af van de duur van Amerika's suprematie. En die kan kort zijn vanwege interne redenen. Het is voor het eerst dat een democratie die positie heeft. De economische kosten en menselijke offers die gebracht moeten worden om die machtspositie waar te maken, verhouden zich slecht met democratische gevoelens. Democratisering is de vijand van imperiale mobilisatie. Nu al vindt de overgrote meerderheid van het Amerikaanse volk dat Amerika niet de enige politieman in de wereld moet spelen.

Brzezinski vreest ook voor wat hij noemt 'de culturele gevolgen van sociaal hedonisme en het verval van waarden in de samenleving', die hij waarneemt in West-Europa en Amerika en hij ziet een steeds verder oprukkende consumptiemaatschappij. Hij constateert teleurstelling en afnemend vertrouwen nadat de 'nieuwe wereldorde' gebaseerd op consensus en harmonie er na de Koude Oorlog toch niet bleek te komen. Zelf echter blijft hij van mening dat het Amerika's taak en unieke verantwoordelijkheid is te proberen een structuur van wereldwijde samenwerking op te zetten, gebaseerd op geopolitieke realiteiten, die de stabiliteit en de vrede in de wereld kan versterken. Dat zou Amerika's nalatenschap moeten zijn als de eerste, de enige en laatste echte wereldmacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden