Amerika aan de hotelkamerdeur

WIM BOEVINK

Ik was uit New York teruggekeerd, de nacht aan flarden gevlogen. Thuis wachtte nog een half etmaal met daglicht en toen ik me eindelijk bij invallende duisternis overgaf aan de slaap droomde ik in hallucinerende beelden over Manhattan. Beneden me lag op een tafel van een architectenbureau dat gridpatroon waardoorheen mensenmenigtes bewogen, stokkend, stollend, dan weer vloeiend als verhit kwik, terwijl ontwerpers de vorm van de straten veranderden, rond, vierkant, organisch, tot ik er zelf in een euritmische beweging doorheen vloeide en bezweet en verward wakker schoot.

Thuisgekomen had ik de verslagen van Bas den Hond gelezen, die vorige week op deze plaats stonden, verslagen uit Walpole, een stadje in New Hampshire met houten huizen voor rijke mensen, net ten noorden van New York. Het ging er kalm aan toe, zo leek me, terwijl ik met vrouw en tienerdochters in de avond over Times Square liep, tussen zwermen mensen die als vliegen op het licht afkwamen. Zeven roltrappen waren we omhoog gerold naar zaal 23 van het AMC-bioscoopcomplex om er, in een zaal vol afro-american New Yorkers, te kijken naar de ongelooflijk witte (en melige) romantische komedie 'The other woman', als je tenminste afzag van de kleine bijdrage van Nicki Minaj, die ¿ één en al giechelende billen en borsten - een secretaresse speelde.

Ik keek af en toe naar links, naar mijn elfjarige dochter, een emmer popcorn op schoot, en een radeloos gefascineerde blik gefixeerd op het witte doek. Al dat onbegrijpelijke en toch begrepen Engels, dat door haar hoofd spoelde, een Engels dat in deze stad verder niemand werkelijk leek te beheersen. Men was er zo vrij dat men zich ook onverstaanbaarheid permitteren kon.

Fascinatie, met enige radeloosheid gemengd, zo kon je de stad ondergaan. En dan gloorde daarachter nog dat immense land, Walpole en de rest, waarvan soms een glimp binnenkwam, bijvoorbeeld als ik de krant uit het plastic tasje aan de hotelkamerdeur viste. Op een voorpagina zag ik het beeld van een man met neergeslagen ogen, achter een bureau met een ouderwetse telefoon. Het trok onmiddellijk de aandacht, vooral ook door het bijschrift.

Jerry Massie, a corrections spokesman, waited to hear an inmate was dead. The call never came.

Het duurde even voor ik besefte dat onder 'corrections' het gevang werd verstaan, maar duidelijk was dat hier iets dramatisch was voorgevallen. Het verslag onder de foto berichtte van geknoei bij een executie in een gevangenis in Oklahoma, een executie volgens een protocol waarbij drie injecties werden toegediend. De eerste maakte de veroordeelde bewusteloos, de tweede stopte zijn ademhaling, de derde zijn hart. Volgens protocol.

Maar het liep anders. Volgens ooggetuigen begon de veroordeelde, Clayton D. Lockett, na de injecties te bewegen, schudde met het hoofd, poogde, hoewel vastgesnoerd op een brancard, zijn bovenlijf op te richten en mompelde 'man', voordat gevangenispersoneel haastig de jaloezie neerliet en het geluid naar de ruimte voor de ooggetuigen uitschakelde. Lockett stierf alsnog, na 43 gruwelijke minuten.

Hier stond je, als Europeaan, radeloos.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden