American Circus: in Weert (26 t/m 28 juni), Heerlen (30 juni t/m 4 juli),

Sittard (5 t/m 7 juli), Arnhem (9 t/m 13 juli), Haarlem (15 t/m 21 juli), Leiden (22 t/m 25 juli), Den Haag (27 juli t/m 9 aug), Rotterdam (10 t/m 22 aug), Nijmegen (24 t/m 29 aug), Groningen (16 t/m 19 sept), Leeuwarden (21 t/m 26 sept), Zwolle (27 t/m 29 sept) en Utrecht (30 sept t/m 3 okt).

ANITA LOWENHARDT

Fernand Banning, nu 52 jaar, koos zelf voor dat leven, 28 jaar geleden.

“Ik werkte op een bank en vond dat het ergste dat er was. Misschien wel door die desinteresse maakte ik promotie op promotie. Op een bepaald moment had ik al een leidinggevende functie en het begon me steeds meer te benauwen.”

“Vanaf mijn twaalfde was ik al helemaal gek van circus. Hoe dat komt, weet niemand, want het zat totaal niet in de familie. Wel woonden we in Amsterdam-Oost vlakbij het circusterrein. Als daar circus was, racete ik er meteen na school heen en toen het terrein verhuisd was naar de Jan van Galenstraat in Amsterdam-West, deed ik hetzelfde, desnoods lopend, als mijn fiets kapot was en ik geen geld had voor de tram.”

“Al gauw, ik was toen een jaar of zestien, ben ik het circus gaan fotograferen en filmen en zo ben ik in het wereldje terechtgekomen. Filmen werd toen - eind jaren vijftig - nog weinig gedaan. Artiesten vroegen me hun nummer te filmen, opdat ze hun eventuele fouten konden terugzien en op een gegeven moment maakte ik ook foto's voor programmaboekjes.”

“Na school moest ik natuurlijk 'gaan verdienen' en kwam ik op die bank terecht. Maar op m'n 24e dacht ik: 'Er kan gebeuren, wat gebeurt, maar volgend voorjaar ga ik het circus in'. In het vroege voorjaar van 1966 ben ik begonnen bij circus Boltini, dat toen in zijn glorietijd was.”

“Op de dag dat circus mijn beroep werd, heb ik al mijn film- en foto-apparatuur voor een grijpstuiver verkocht en heb ik nooit meer een foto gemaakt. Ik had prijzen gewonnen met foto's, maar eigenlijk vond ik het vreselijk om te doen. Ik had het alleen maar gedaan om in contact te komen met het circus.”

“Bij Boltini begon ik bij de kassa, maar na een paar maanden vroeg Tony Boltini me om zijn manager te worden. Hij dacht blijkbaar: 'Die jongen komt van de bank en heeft dus verstand van geld'. 'Dat kan ik helemaal niet, wat weet ik nu van circus?' reageerde ik. Ik vergeet nooit wat hij toen zei: 'De fouten die jij maakt, zijn mijn fouten, anders had ik je het niet moeten laten doen'. Ik heb het vijf jaar gedaan en toen ben ik voor mezelf begonnen.”

Zijn vrouw, Bep, had hij in 1966 leren kennen, toen hij een voordracht over circus verzorgde op de manege waar zij paardrijles had. Zij had toen nog niets met circus. “Ik was er als kind wel eens met mijn ouders heen geweest. Op die eerste avond vroeg ik Fernand: Je hebt het de hele tijd maar over circus, bestaat dat dan nog?” Sindsdien bestaat ook haar leven uit circus.

Fernand en Bep Banning verzorgden Nederlandse tournees voor de Duitse circussen Krone en Bush Roland, het Franse circus Gruss en het Russisch en het Chinees Staatscircus. Vijf jaar lang was Fernand de organisator van het Wereld-Kerstcircus in Carre, in december produceert en regisseert hij voor de 15e achtereenvolgende keer het kerstcircus in de Rotterdamse Ahoy en sinds twee jaar hebben de Bannings hun eigen circus in De Efteling.

American Circus Vanaf aanstaande zaterdag reizen de Bannings in hun camper ruim drie maanden mee met het 'American Circus', dat zaterdag zijn Nederlandse premiere beleeft in Weert. Tot en met 3 oktober zijn zij verantwoordelijk voor de totale organisatie van dit van oorsprong Italiaanse circus: van waterleidingen en telefoonlijnen, de publiciteit en het vervoer per nachttrein, tot en met het eten voor de mensen en de dieren.

En dan maar hopen dat het publiek komt, want een groot circus als dit kost 50 000 gulden per dag en komt alleen uit de kosten als er dagelijks (matinee en avondvoorstelling samen) 5000 bezoekers komen. In de tent kunnen per voorstelling vier a vijfduizend mensen. “Ach, als ik alleen aan geld zou denken, was ik, vanwege al die risico's iedere keer weer, twintig jaar geleden al hartpatient geweest, maar ik heb nog nooit een slapeloze nacht gehad”, zegt Fernand Banning.

Veel geslapen wordt er niet tijdens een tournee, want het kantoor van de Bannings gaat, zeven dagen per week, om negen uur open en sluit om elf uur 's avonds. “En als er daarna problemen zijn: een ziek kind, iemand die naar de tandarts moet, een ziek dier, of problemen met een personeelslid, kloppen ze aan de deur van onze wagen.”

“Ja, wat is de magie van het circus? Wist ik het maar. Het is een zeer besloten gemeenschap, vaak weet men niet wat er 'over het hek' aan de hand is.

Rangen en standen zijn er wel, maar het grappige is dat het toch een enorme eenheid is. Mensen hebben een geweldige band met elkaar, ondanks het feit dat ze, met tientallen verschillende nationaliteiten, elkaar soms niet eens verstaan.''

“Dat zie je ook bij een ongeluk, bij ziekte of een bruiloft. Dan staat iedereen voor elkaar klaar, ondanks de rangen en standen. De reden is denk ik dat je elkaar altijd allemaal nodig hebt. Of je nu de directeur bent, de hoofdattractie, of de pistejongen: als de kabel niet goed vastgemaakt wordt, valt de trapezewerker naar beneden.”

“Het wereldje is ook zo klein: iedereen kent iedereen en de meesten zijn familie van elkaar. Als morgen in Italie iets gebeurt, weten we dat overmorgen hier. Wij gingen een keer in Lapland naar een circus kijken en dachten: daar kennen we nou echt niemand. We komen daar aan en het eerste dat we horen is: 'He Banning.' Dat is voor een deel ook de aantrekkingskracht. Als je bij een circus op bezoek komt, ken je dertig, veertig mensen en dan moet je bij iedereen even langs, want anders zijn ze echt boos.”

Actiegroep Boos worden de Bannings, als ze praten over actiegroepen (als het Anti-diergebruikkomitee - red.), die alle circussen in Nederland al jaren achterna reizen. “Leden van dergelijke actiegroepen zouden eens moeten zien wat er gebeurt, als een dier ziek is. Mensen die nachtenlang naast zo'n dier in de stal slapen, huilen als een kind, als het dier echt erg ziek is. Het is niet reeel om te zeggen dat circusdieren afgebeuld worden. Ze zullen wel gek zijn: het is hun kapitaal.”

“Natuurlijk zijn er altijd gevallen, met name in hele kleine circussen, maar als mijn buurman zijn hond slaat, ben ik nog niet slecht voor mijn hond. Ik ben altijd degene geweest die gezegd heeft dat misstanden aangepakt moeten worden en ik ben ook altijd een groot voorstander geweest van stringente voorschriften, zoals dat al gebeurt met de brandvoorschriften: diegene die geen vergunning krijgt, moet van de weg af. Maak maar regels, bijvoorbeeld over hoeveel ruimte dieren in hun box moeten hebben, leg die vast zoals nu gebeurt in het zogeheten 'brandweerboek' en laat er dan maar een gezonde sanering in het vak komen. Dan kun je tegen die figuren zeggen: kijk dit zijn de voorschriften, ga maar controleren of het allemaal klopt. We hebben ze ook vaak uitgenodigd, maar ze komen niet kijken.”

“Zo'n actiegroep bestaat maar uit een paar mensen, een stuk of vijftien, altijd dezelfden. In 1985 werden de posters van circus Krone overgeplakt met de tekst: 'Afgelast wegens dierenmisbruik.' En dan heel klein eronder: 'artikel 254 van het wetboek van strafrecht'. Zoiets vind ik laf. Een keer heb ik na een Nederlandse tournee van Krone, onderaan de dagbladadvertentie waarin ik iedereen bedankte, gezet: 'en de actiegroep hartelijk dank voor de gratis publiciteit die ze voor ons gemaakt hebben'.”

“We hebben ons trouwens wel eens afgevraagd hoe ze aan al dat geld komen voor de posters, de pamfletten, voor de bus waarin ze ons soms achterna reizen, of het vliegtuigje dat ze een keer gehuurd hadden.” Bep Banning: “Toen we een keer in Amsterdam op het Stadionplein stonden, werd een Amsterdammer zo kwaad op de actiegroep, die daar dagelijks stond te demonstreren, dat hij wilde weten wat voor mensen het waren. Hij ging ze achterna en zag dat ze in een buurtcafe door iemand uitbetaald kregen. Wij denken dus dat er een organisatie achter zit.”

“Ach”, zegt Fernand Banning even later, “In Europa bestaan nog steeds minimaal honderd grote en middelgrote circussen en honderden kleine, waarvan twaalf Nederlandse. Frankrijk is op het moment slecht, maar Scandinavie doet het heel goed en in Amerika is een enorme opleving. Daar zit Ringling Brothers met zo'n 20 000 zitplaatsen altijd vol.”

“Het wordt vaak onderschat, maar ondanks alles is er nog altijd een gigantische publieke belangstelling. Dat blijf ik zeggen. Alleen in Nederland al praat je over een paar miljoen mensen die jaarlijks naar een circus gaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden