Ambtsberichten maken asieladvocaten radeloos

Er klinkt aanhoudend kritiek op de kwaliteit van ambtsberichten, de landenrapporten die voor asielzoekers van cruciaal belang zijn. Het ministerie van buitenlandse zaken gaat nu de dialoog aan met critici. „Het polderen is weer begonnen.”

Op tafel ligt het beruchte ambtsbericht ’Veiligheidsdiensten in Afghanistan’. Het 7 jaar oude rapport schetst een gruwelijk beeld over de veiligheidsdiensten Khad en Wad die tijdens de communistische jaren tachtig een waar schrikbewind voerden. Tegenstanders van het communisme werden gearresteerd, ondervraagd, gemarteld, en soms zelfs geëxecuteerd.

Tienduizenden Afghanen zijn na de machtswisselingen gevlucht naar het Westen. De Amsterdamse asieladvocate Marieke van Eik staat tientallen ex-medewerkers van de veiligheidsdiensten bij. Het lijkt een kansloze zaak; asielprocedures lopen alle stuk op het ambtsbericht uit 2000.

In het rapport staat namelijk dat ’álle onder-officieren en officieren van de Khad en de Wad zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van mensenrechten’. En volgens het Vluchtelingenverdrag worden verdachten van misdaden tegen de menselijkheid uitgesloten van een asielvergunning.

„Hier worden mensen categorisch uitgesloten op basis van een ambtsbericht dat rammelt”, betoogt Van Eik. Ze twijfelt er niet aan dat er destijds in Afghanistan mensenrechten zijn geschonden, maar niet door alle officieren, zegt ze. „Die bewering is te absoluut en laat geen enkele ruimte voor uitzonderingen. Hier is maatwerk nodig, anders worden de goeden uit gemaksoverwegingen onder de mensenrechtenschenders geschaard.” Van Eik pleit voor individueel onderzoek naar alle betrokken Afghanen.

Toch is het ministerie van buitenlandse zaken (BuZa), de opsteller van het ambtsbericht, heel stellig. Er zijn meerdere, vertrouwelijke, bronnen in Afghanistan die deze conclusie in het ambtsbericht bevestigen. Van Eik twijfelt aan de betrouwbaarheid: „Deze mensen geven informatie die verstrekkende gevolgen hebben voor heel veel mensen. Maar wie dat zijn, krijgen we als advocaten niet te weten. Geen enkele openbare bron schaart zich achter de conclusies van de vertrouwelijke informanten.”

Voor asielzoekers zijn ambtsberichten van doorslaggevend belang. De rapportages schetsen een beeld over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in een land. Justitie beoordeelt asielaanvragen aan de hand van deze ambtsberichten.

De van oorlogsmisdaden verdachte Afghanen, die de weigering van hun verblijfsvergunning via de rechter ongedaan willen maken, vangen steevast bot. De rechtbank kan de inhoud van het ambtsbericht slechts marginaal toetsen. De Raad van State, Nederlands hoogste bestuursrechter, beschouwt het ambtsbericht namelijk als ’deskundigenrapport, dat op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze is opgesteld’. Justitie kan dus afgaan op het ambtsbericht, gedekt door de Raad van State. De rechter wordt zo buiten spel gezet, vindt de asieladvocatuur.

De kwaliteit van ambtsberichten ligt, juist vanwege het belang, aanhoudend onder vuur. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) bestempelde de landenrapportages vorig jaar nog als onvoldoende controleerbaar. Ook Vluchtelingenwerk Nederland en Amnesty International moeten geraadpleegd worden, adviseerde de commissie. Zij beschikken over actuele informatie die het ambtsbericht ontbeert.

Buitenlandse Zaken laat weten dat ambtsberichten ’op zeer zorgvuldige en objectieve wijze’ worden opgesteld. Het ministerie verklaart dat het nooit het monopolie op informatievoorziening heeft geclaimd. De IND mag bij de beoordeling van asielverzoeken ook rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch mee laat wegen, zegt BuZa. Tot nu toe gebeurt dat nauwelijks omdat BuZa die gegevens al geraadpleegd zou hebben voor het ambtsbericht, stelt Justitie.

„Als we het milieubeleid op ambtsberichten zouden baseren, hebben we in Nederland natte voeten.” Asieladvocate Igna Oomen hekelt de ’overkwalificatie’ door de Raad van State. „Dat schept verantwoordelijkheden wat betreft de zorgvuldigheid en actualiteit. En daar gaat het wel eens mis.”

Of Buitenlandse Zaken in een rapportage schrijft dat in Syrië ’geen vervolgingen van teruggekeerde asielzoekers bekend zijn’ of dat ’vervolging van teruggekeerde asielzoekers niet kan worden uitgesloten’, betekent volgens Oomen een wereld van verschil. „De IND zal in het eerste geval veel strenger zijn voor asielzoekers, terwijl er feitelijk hetzelfde staat.”

De ambtsberichten kampen volgens Oomen met een structureel actualiteitsprobleem. „Mensen reizen altijd nu, ambtsberichten kijken juist achteruit. Het bericht niet over huidige of toekomstige conflicten in de wereld.” Wanneer het geweld in bijvoorbeeld Somalië weer oplaait, besluit Buitenlandse Zaken wellicht pas tot een nieuw ambtsbericht als Justitie daarom vraagt.

Daar kunnen maanden overheen gaan, terwijl de IND intussen asielzoekers op een verouderde landenrapportage beoordeelt. Oomen: „Als Buitenlandse Zaken zo deskundig is als de Raad van State zegt, moet het ministerie ook de eerlijkheid hebben om aan te geven: dit ambtsbericht is niet meer actueel en kan derhalve tijdelijk niet meer gelden als zorgvuldige toetsingsgrond.” Buitenlandse Zaken antwoordt dat het ’serieus nadenkt over mogelijkheden om sneller in te spelen op veranderende landensituaties’.

Buitenlandse Zaken zegt dat de vaak verguisde anonieme bronnen, waar ambtsberichten deels op zijn gebaseerd, van essentieel belang zijn. „Dat maakt het ambtsbericht meer dan een opsomming van mediaberichten en rapporten van non-gouvernementele en internationale organisaties”, aldus BuZa, dat vaak bronnen vertrouwelijk houdt ’omdat de informant in problemen en zelfs in levensgevaar kan komen wanneer zijn naam bekend raakt’.

Een bizarre overweging, vindt Igna Oomen. „Dat betekent dat informanten worden beschermd omdat ze last kunnen krijgen met de autoriteiten ter plaatse, maar als mensen zich daar openlijk uitspreken en noodgedwongen moeten vluchten, wordt dat soort problemen met diezelfde autoriteiten ongeloofwaardig geacht.”

Buitenlandse Zaken is niet van plan veel meer openheid over de vertrouwelijke bronnen te geven. Ook Justitie kent deze informanten niet, zegt BuZa. De rechter kan wel inzage krijgen in alle stukken en dat laten meewegen in de beoordeling. Dat is voldoende.

Toch trekt Buitenlandse Zaken zich de kritiek wel degelijk aan. De recente opmerkingen van de ACVZ noopte het ministerie ertoe de critici uit te nodigen. Begin deze maand mochten advocaten en vertegenwoordigers van vluchtelingenorganisaties op het departement hun bezwaren tegen de ambtsberichten toelichten. Er is een vervolgbijeenkomst toegezegd.

Advocate Oomen is sceptisch. „Ik heb het idee dat, nu de PvdA terug is nu het kabinet, het polderen is begonnen.” Ze heeft liever een direct contactpersoon bij Buitenlandse Zaken, die ze kan bellen wanneer er ’duidelijke signalen’ zijn dat de veiligheidssituatie in een land is veranderd. Dergelijke contacten houdt het ministerie af.

Collega Van Eik is gestopt met het aannemen van Afghaanse asielzaken. „Eerst moet dat ambtsbericht van tafel”, zegt ze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden