Ambtenaren en politici

Vanmiddag wordt het radioprogramma 'Weldenkende mensen' opgenomen. Onder leiding van Hubert Smeets ga ik discussiëren met prof. Heertje en prof. Rosenthal over de verhouding tussen ambtenaren en politici. Ik vind dat soort dingen altijd moeilijk. Zo'n stukje in de krant waarin je de puntjes op de i zet (mijn standpunt: ambtenaar streng ondergeschikt aan minister) - dat gaat nog wel. Maar dat standpunt verdedigen in directe confrontatie met mensen die aanstoot nemen aan mijn immer voortvarende maar toch altijd enig juiste standpunt, dat is lastig. Heertje bestudeerde ik al op de middelbare school en Rosenthal heeft hierover al zoveel gezegd. Moet ik nu beweren dat deze mensen het verkeerd zien?

Ja, toch wel, noblesse oblige: wie denkt het juiste standpunt te hebben, moet dat ook verdedigen. Laat ik vast warmdraaien. Mijn standpunt valt uiteen in drie delen.

Eén: in beginsel (in 99,99 procent van de gevallen) moeten ambtenaren democratisch totstandgekomen beleid loyaal uitvoeren. Ambtenaren zijn aangesteld om het beleid uit te voeren dat wij, burgers, door middel van onze vertegenwoordigers (kamerleden en ministers) gerealiseerd willen zien. Ambtenaren hebben een dienende rol ten aanzien van de democratie. In een democratie heerst het volk, geen ambtelijke elite.

Twee: onder loyaal uitvoeren valt ook dat ambtenaren het beleid niet publiekelijk mogen kritiseren. Zij mogen dus wel binnenskamers tegen hun minister zeggen: “Ik ben het persoonlijk niet eens met deze maatregel om die en die reden”. Maar zij mogen dat niet in de krant schrijven. Borghouts, Geelhoed en Van Wijnbergen zijn dus vanuit dit perspectief niet zulke goed functionerende ambtenaren.

Het tegenargument tegen deze stelling is doorgaans dat ambtenaren wel moeten gehoorzamen, maar dat vrijheid van meningsuiting hen niet kan worden ontzegd: “To obey punctually; to censure freely” (nauwgezet gehoorzamen, maar vrij kritiseren), zei de filosoof Jeremy Bentham. Ik ben het daarmee niet eens, want een ambtenaar die eerst uitvoerig betoogt dat een maatregel verwerpelijk is, kan niet daarna geloofwaardig hieraan uitvoering geven. Hij zal dat ook niet doen. Het werkt psychologisch nu eenmaal zo dat wanneer iemand zich eerst tegen een maatregel verzet, hij hieraan ook slechts schoorvoetend uitvoering geeft. Nog waarschijnlijker is dat wanneer een ambtenaar door zijn minister wordt 'overruled', hij altijd obstructie zal blijven plegen.

Dit lijkt toch heel eenvoudig. Hoe komt het nu dat Uri Rosenthal, Marc Bovens, Paul 't Hart, A. Horvoets, Paul Bordewijk, het hoofdredactioneel commentaar van de NRC, Willem Breedveld in Trouw en vele, vele anderen tegen deze eenvoudige logica blijven pruttelen? Dat heeft hiermee te maken, dat zij datgene wat ik als mijn derde stelling zal opvoeren niet als een uitzondering maar als de normale situatie zijn gaan beschouwen.

Drie: in heel uitzonderlijke gevallen (dat wil zeggen: in 0,01 procent van de gevallen) hebben ambtenaren als mensen de verplichting om ongehoorzaam te zijn. Dan moet men denken aan wachters bij de Berlijnse Muur die ongehoorzaam hadden moeten zijn aan het bevel om op vluchtelingen te schieten, of aan Eichmann die niet had moeten meewerken aan de Endl"sung.

Het probleem is dat men in de jaren '60-'70 als reactie op wettelijk onrecht uit de nazi-periode een 'ongehoorzaamheidsethos' is gaan cultiveren. Dit doordringt nu het gehele apparaat als een stroperige substantie, waardoor bijna geen enkele verandering - in welke zin dan ook - kan worden bewerkstelligd. Natuurlijk moet dat veranderen. Het z l ook wel veranderen. Maar dat kost tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden