Ambtenaar en actievoerder

De zoon van een veldwachter ontdekte dat alleen geweldloosheid de wereld verder kan brengen. Maar de wereld was niet geïnteresseerd.

Zijn leven lag gedocumenteerd in zeventig mappen op zolder. Toen hij al in de tachtig was en de mappen opende was hij niet ontevreden: al had hij niets bereikt, hij had goed gedaan.

Evert Huisman was ambtenaar en actievoerder. Nauwgezet en met mate, en altijd binnen de perken. Alles werd op papier geregistreerd. Zo kwam hij aan die zeventig ordelijke mappen.

Er waren geen grote ontboezemingen in te vinden, wel notulen van vergaderingen, oprichtingsactes, zakelijke brieven van organisaties met afkortingen die allang vergeten zijn.

Voor Evert Huisman vormden die papieren een kwitantie voor wat hij had gegeven in het leven: zijn inzet voor een wereld zonder geweld, een wereld die de vredesboodschappen van Christus en Gandhi serieus neemt. Dat is een grote ambitie, te groot wellicht voor een mensenleven. Dat wist Evert Huisman ook wel. Vandaar dat hij uiteindelijk niet verbitterd was, alleen wat teleurgesteld misschien.

Maar weinigen die dat merkten. Hij was ook een vrolijke opa, die graag dolde met zijn kleinkinderen. Met zijn elektrische fiets hoopte hij nog mooie tochtjes te kunnen maken. En hij zag uit naar dat etentje in een visrestaurant dat zijn zoon Gerritjan hem had beloofd op zijn 87ste verjaardag. Er was nog genoeg dat hem bond aan het leven toen een hersenbloeding er een eind aan maakte.

Evert Adriaan Huisman was de zoon van een politieman, die was begonnen als veldwachter in Schoondijke, een dorp in het westen van Zeeuws-Vlaanderen. Daar werd Evert geboren in 1923. Er was niets bijzonders aan dat kind, behalve dan dat zijn moeder na veel getob ontdekte dat zijn maagje alleen karnemelk verdroeg. Verder was er niets zuurs in zijn jeugd in de met wilgen omzoomde polders.

Het vrijzinnige gezin ging naar de hervormde kerk, maar stuurde Evert naar de openbare school. Het alternatief was de gereformeerde school, maar dat was water en vuur. Ook de schoolkinderen voerden oorlog: de fienen tegen de heidenen. Maar die oorlog was een feest voor de kinderen.

Het leven van een politieman was in die tijd nogal ongewis. Zijn vader had weliswaar een vaste betrekking bij de overheid, maar die kon hem overal heen sturen. Toen Evert nog maar net op de hbs zat, werd vader overgeplaatst. Middenin het schooljaar vertrokken ze uit het geïsoleerde Zeeuws-Vlaanderen naar een vreemde wereld: Zaltbommel.

Voor Evert was het een schok dat ze daar een andere taal spraken. Thuis had hij alleen het West-Zeeuwsvlaamse dialect gesproken. Dat wreekte zich. Evert had een taalachterstand. Hij zou er veel later in zijn leven, toen hij als ambtenaar rapporten moest schrijven, nog last van hebben. Zijn woordenschat was beperkt.

Drie jaar later verhuisden ze weer, naar Assen. Weer twee jaar verder kwamen ze in Vianen terecht. Het deed Everts schoolprestaties geen goed. Hij bleef twee keer zitten.

Toen hij in 1941 zijn hbs-diploma op zak had, kreeg hij toch het idee om naar de universiteit te gaan. Dat was nieuw in de familie. Hij wilde geologie studeren. Daar wilde vader, die alleen lagere school en wat cursussen had gedaan, meer van weten. Hij ging uitleg vragen bij een professor die vertelde dat de meeste geologen taxichauffeur werden. ’Daar geef ik mijn goeie geld niet aan uit’, zei vader. Maar Evert hield vol en uiteindelijk mocht hij gaan studeren. Het werd geografie in Utrecht.

Maar het land was bezet en de Duitsers eisten van studenten loyaliteitsverklaringen. Anders werden ze naar Duitsland gestuurd om te werken. Evert tekende niet en wilde onderduiken. Maar zijn vader was zo kwetsbaar als overheidsdienaar dat Evert zich toch meldde voor de arbeidsdienst in Duitsland. Twee jaar lang zat hij daar. Kapotte tanks demonteren voor hergebruik van onderdelen. De studenten maakten de tanks nog kapotter als ze de kans kregen.

Na de oorlog pakte hij de studie weer op en in 1949 studeerde hij af als sociaal geograaf. Zodra hij een baan en een woning had, zou hij gaan trouwen met Wil, zijn eerste echte verkering. Zij was secretaresse van de directeur van Bredero’s bouwbedrijf in Utrecht. Maar zoals dat ging in die tijd, die baan zou ze als vanzelfsprekend verliezen bij haar huwelijk. Een getrouwde vrouw moest thuis zijn. Wil nam alvast ontslag om wat van het huishouden te leren.

Evert vond een baan bij de planologische dienst van de provincie Noord-Holland. In Haarlem huurde hij een kamer van een verpleegster. In haar woonkamer zag hij eens het blad van Kerk en Vrede liggen, Militia Christi. Hij begon het te lezen en dat was het begin van een passie die hem zijn leven lang in de greep zou houden.

In de naoorlogse jaren duurde het feest van de vrede maar kort. Er dreigden nieuwe grote conflicten. De wedloop met kernwapens was begonnen.

Maar het ritselde ook van de initiatieven van mensen die zich verzetten tegen bewapening. Evert sluit zich bij die beweging aan. Eerst binnen de kerk; hij noemde zich in die tijd ’erg kerkelijk’. Later zoekt hij het buiten kerkelijke groepen, die volgens hem te veel blijven steken in studie. Evert wil actie.

Hij omarmde het principe van geweldloosheid. Dat begrip vond hij al gauw te negatief. Geweldloosheid moest moest meer zijn dan weerloosheid. Het ging hem om de vraag: hoe kunnen we geweldloos actief zijn? Uitspraken van Mahatma Gandhi, de Indiase verzetsleider tegen het Britse kolonialisme, gaven hem inspiratie: Wie voor geweldloosheid kiest moet het vermogen ontwikkelen om een offer van de hoogste graad te brengen, om zo vrij te zijn van angst.

Evert wilde verder gaan dan mooie woorden. Hij vond praktische training in geweldloze actie noodzakelijk. Maar zo’n training bestond niet. Dus ging Evert die zelf ontwikkelen.

Het werd een tijd slurpende bezigheid, naast zijn werk als planoloog.

Inmiddels waren ze naar Zwolle verhuisd, waar Evert ook weer als provinciaal planoloog ging werken. Zijn vrouw Wil zorgde voor hun twee zoons en het huishouden, en ze fungeerde opnieuw als secretaresse, nu in onbetaalde dienst van haar man.

Het gezinsleven lijkt af en toe ook in dienst te staan van Everts idealen. De kinderen stonden menigmaal met een Ban-de-bom-spandoek in de regen. Met vakantie gingen ze naar plaatsen waar Evert een conferentie wilde bijwonen. Dan stonden ze op een camping waar verder niets te beleven was voor de kinderen.

Op zijn werk was Evert geleidelijk opgeklommen. Eind jaren zestig lag het voor de hand dat hij adjunct-directeur van de planologische dienst zou worden. De benoeming werd een jaar lang tegengehouden. De verantwoordelijke provinciebestuurder vond hem een soort communist, want hij liep altijd te demonstreren. Uiteindelijk kreeg hij de positie toch.

Molukse gijzelingsacties in de jaren zeventig zetten Evert verder aan het denken. Wat hebben mijn principes te bieden tegenover dat geweld? vroeg hij zich af. Toen Zuid-Molukkers in 1977 opnieuw een trein kaapten in Drenthe, en zij ook schoolkinderen in Smilde gijzelden, kwam Evert in actie. Hij wilde de plaats van de gijzelaars innemen. Met een lijst van honderd andere vrijwilligers, inclusief Wil en zijn jongste zoon Ruurd, meldde hij zich bij het crisiscentrum in Assen. Daar legde hij het plan uit, maar werd weggestuurd. Het idee was belachelijk, vonden ze in het crisiscentrum.

Dat heeft Evert diep verwond. Vele jaren later, in 2007, werd die wond weer geopend toen tv-programma terugblikte op de gijzelingen. Hij probeerde ook in dat programma te komen. Maar hij werd opnieuw afgewezen. Zijn geweldloos alternatief sprak niemand aan.

Bijna alle organisaties en groepen waaraan hij zoveel van zijn leven heeft gegeven, zijn leeggelopen en verwaterd. Eén organisatie bleef bestaan: de Nederlandse afdeling van Peace Brigades International, die escortes levert voor activisten die in eigen land gevaar lopen. Hij bleef er tot z’n tachtigste voorzitter van.

Bij alle drukte heeft hij geen echte vrienden gemaakt. Toen Wil stierf in 2005 werd het erg stil rondom hem.

Hij zette alles in zijn leven nog eens op een rij, met behulp van de mappen op zolder. En hij concludeerde dat hij toch wel een voldaan gevoel had. „Niet dat ik zoveel bereikt heb, maar wel dat ik de goede weg heb gekozen.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden